's Morgens een mannetje en 's avonds een kind; Rehabilitatie van het hoorspel

Voor het eerst besteedt het Theater Festival dit jaar veel aandacht aan het hoorspel: er worden vijf genomineerde produkties ten gehore gebracht en de beste daarvan wordt bekroond. Waarom is het radiohoorspel in Nederland niet meer in trek?

Radio kan heel beeldend zijn. Ik luister naar een deel uit de hoorspelbewerking van Elektra, die de KRO de afgelopen weken uitzond, en zie de lange witte toga's van Orestes en Elektra voor me. Natuurlijk hebben Gijs de Lange en Cox Habbema die niet werkelijk gedragen, ze stonden waarschijnlijk gewoon in vrijetijdstenu voor de microfoon, maar in hun stemmen klinkt de gratie van die gewaden door. Hun voordracht is ietwat omfloerst, maar uiterst geconcentreerd en met een hoogst precieze dictie. Ze moeten zich, zo te horen, inhouden om niet op de vleugelen der poëzie weg te vliegen.

“Het publiek en vooral de pers onderscheiden niet steeds het waarachtige van het maakwerk”, schreef de produktieve hoorspelmaker S. de Vries jr in 1946 in de bundel Radio Nederland. “De microfoon is scherper, raker en misschien ook eerlijker in zijn critiek. Zij verwerpt al wat opgelegd en dik is en behoudt het waarachtige.” En verder: “De tijd, waarin de leiding van den radio-omroep in het hoorspel nu eenmaal een noodzakelijk en beslist niet te omzeilen kwaad zag, is voorbij. Die leiding weet nu zeer wel, dat in dat hoorspel het werkelijk vooruitstrevende, het experimenteele en ook het cultureele van den omroep in de eerste plaats schuilt.”

Was dat nog maar zo. “Ik maak me ernstig zorgen over de toekomst van het hoorspel in Nederland,” zegt Avro-dramaturge Justine Paauw, voorzitter van de werkgroep Culturele Informatie en Radiodrama van de omroepen. “Het is verschrikkelijk moeilijk elk jaar de directies weer te stimuleren om geld voor hoorspelen uit te trekken. Als je plaatjes draait of iemand wat laat kletsen, is dat veel goedkoper. Het hoorspel is kostbaar en heeft maar een kleine kern trouwe luisteraars. Het is dus lastig te verdedigen. Terwijl radiodrama artistiek vaak veel bevredigender is dan de doorsnee-dramaproduktie voor de televisie. Er is een artistieke meerwaarde. In de intimiteit van zo'n studio gebeurt iets, dat ik op de drukke set voor een tv-opname nooit heb zien gebeuren.”

Honderd per jaar

Het hoorspel is, stelt het Theaterfestival niet zonder understatement vast, “een tot nu toe wat ondergewaardeerd genre binnen het Nederlandstalig drama”. Volgens de laatste cijfers worden in Nederland gemiddeld honderd hoorspelen per jaar uitgezonden. Een derde daarvan komt voor rekening van de Avro, die zich specialiseert in comedy-series (vorig seizoen een bewerking van het anarchistische kluchtwerk dat de Marx Brothers in de jaren veertig voor de radio ten beste gaven) en thrillers. De Tros zendt gemiddeld één keer per maand een hoorspel uit, een single play van een beginnend auteur of een dramatisering van een Nederlandse roman die zich uitstekend leent voor de eindexamenlijst. Men zet dat beleid kracht bij met begeleidende brochures, die bij het middelbaar onderwijs gretig aftrek vinden. Ook de Nos komt niet verder dan één per maand. NCRV en KRO houden het op incidentele hoorspelprodukties in het kader van literaire rubrieken op Radio 4. De twee andere grote omroepen doen niets: Veronica heeft er nooit iets in gezien en de Vara, gezegend met een rijke hoorspeltraditie, is ermee gestopt sinds het budget voor radiocultuur voornamelijk werd opgeslokt door de veelgeprezen Matinee op de vrije zaterdag.

Geen wonder, dat het vooral de twee laatstgenoemde zijn die zich in toenemende mate verzetten tegen het voortbestaan van het gezamenlijk gefinancierde hoorspel-impresariaat, dat voor alle omroepen administratieve bijstand biedt. Dat bureau, ondergebracht bij de Nos, is het laatste overblijfsel van de eertijdse hoorspelkern, met tot de verbeelding sprekende namen als Fé Sciarone, Huib Orizand, Dogi Rugani en Paul van der Lek die decennia lang de klankkleur van het genre bepaalden. Dat waren de tijden waarin een hoorspelacteur, aldus één hunner, er niet voor mocht terugdeinzen om 's morgens een mannetje van tachtig te spelen voor de Vara, 's middags een tekst over cement voor de schoolradio voor te dragen en aan het eind van de dag nog even een kind van drie in een jeugdhoorspel bij de NCRV te vertolken.

Een jaar of zes geleden is het vaste ensemble opgeheven, maar het hoorspelbureau bleef bestaan. Jaarlijks storten de zes grote omroepen daarin elk 75.000 gulden, waaruit produkties kunnen worden betaald. Maar wie een hoorspel wil maken, heeft niet voldoende aan de gezamenlijke pot: er moet geld bij. Een studio kost, inclusief inspeciënt en technicus, 600 gulden per uur. Een gemiddeld hoorspel vergt 25.000 gulden.

Bittere pil

“Als je het totale aanbod overziet, word je een beetje mismoedig”, beaamt Justine Paauw. “Het is voor mensen zoals ik, die er tot hun dood voor zullen blijven vechten, een bittere pil om te zien dat de meeste omroepen niet eens meer elke week een hoorspel uitzenden. En dan komt er dus nog bij, dat heel veel hoorspelen zich in de amusementshoek afspelen, het artistieke hoorspel komt er helemáál bekaaid af.”

Toch heeft een jury voor het komende Theaterfestival uit het aanbod van het afgelopen jaar vijf produkties kunnen kiezen, die men de moeite waard acht om een breder publiek voor te zetten: één van de BRT, twee van het Humanistisch Verbond en twee van de Tros. Ondanks de commerciële plannen van de Tros, waarin voor culturele radioprogramma's geen plaats zal zijn, zet dramaturge Marlies Cordia “alsof er niks aan de hand is” haar hoorspelbeleid voor de komende jaren voort. Dat van geen van de andere grote omroepen een inzending is geselecteerd, moet naar haar zeggen als “een teken aan de wand” worden beschouwd. De vijf worden tijdens het festival dagelijks ten gehore gebracht op het Plein in Den Haag, in een drive in-opstelling tegenover McDonald's. Ze kunnen daar in de auto worden beluisterd bij het genot van een milkshake of een hamburger.

De prijs voor het beste van de vijf wordt vervolgens uitgereikt op 5 september, gevolgd door een discussie over mogelijke samenwerkingsvormen tussen theater en radiodrama. “Waarom heeft het hoorspel in Nederland niet de proeftuinfunctie die het elders heeft?” luidt één der vragen. Met nauwelijks verholen afgunst wijst Justine Paauw op de Duitse en Engelse radiozenders, die nog dagelijks een veelzijdig hoorspelaanbod uitzenden. In die landen kan nauwelijks een nieuwe toneelschrijver opstaan of hij heeft zijn debuut gemaakt op de radio. “Vergeleken bij onze situatie is het daar echt nog luilekkerland”, verzucht de dramaturge.