Politiek gezien is Gorbatsjov mogelijk al dood

De staatsgrepen in de Sovjet-Unie zijn niet meer wat ze zijn geweest: iets dat je rustig in huiselijke kring kon voorbereiden en uitdenken zonder inmenging van buitenaf en zonder dat anderen het zagen. Als het trucje was uitgevoerd, hoefde het alleen nog maar te worden goedgekeurd door een plenum van het Centraal Comité, dat altijd bereid was mee te werken en altijd bereid was om degene die gister nog werd bewierookt meteen als een baksteen te laten vallen.

De samenzweerders van de achttiende augustus hebben wat dat betreft weinig fantasie aan de dag gelegd. Ze hebben hun plannen geheel volgens de recepten uit de goede oude tijd bekokstoofd: geen massale arrestaties, geen overdreven censuur, maar profiteren van de vakantie die de vijand doorbracht aan de Zwarte Zee, pogen hem een "zwakke gezondheidstoestand' aan te praten en de stijfkop van het kringetje uitschakelen.

De plegers van de coup hebben waarschijnlijk gedacht dat ze beschikten over een heel belangrijke troef om hun plannen tot een goed einde te brengen: de impopulariteit van ene Michail Gorbatsjov van wie wij ons in het Westen maar moeilijk een voorstelling kunnen maken. De man heeft zo vaak gedraaid, geaarzeld, zoveel uitvluchten verzonnen, zoveel dingen herroepen, zoveel vrienden in de steek gelaten, is zo vaak zijn beloften niet nagekomen, heeft zoveel geparadeerd in het buitenland, dat hij in het gunstigste geval nog onverschilligheid oproept. Wie zou zich in die omstandigheden nog druk maken over zijn aftreden? Niemand natuurlijk.

Inderdaad zijn er op de meeste Westerse leiders na - geobsedeerd als ze zijn door de "persoonlijke band' met de Sovjet-leider die ze (bewust of onbewust) net zo onverwoestbaar achten als zichzelf - maar heel weinig mensen in de Sovjet-Unie die een traan hebben gelaten om het vertrek van Gorbatsjov. De man had zijn eigen graf gegraven en heeft slechts gekregen wat hij verdiende, vinden zij. Hij is zonder slag of stoot ten ondergegaan, terwijl er toch reëel gevaar dreigde. Al in december wees Edoeard Sjevardnadze hem daar heel duidelijk op toen hij veel opzien baarde met de aankondiging dat hij aftrad als minister van buitenlandse zaken.

Maar de Sovjet-president gooide het liever op een akkoordje met zijn vijanden en bevorderde zelfs enkele van hen, dezelfden die hem deze week ten val brachten. Vorige week was het de beurt aan de ideoloog van de perestrojka, Alexander Jakovlev, om aan de bel te trekken en Gorbatsjov te waarschuwen voor het risico van een staatsgreep. Ook hij had het net zo goed kunnen laten.

Het is dus niet zo verwonderlijk dat Sjevardnadze, doorgaans toch een man die zijn woorden zorgvuldig kiest, de val van zijn oude vriend dinsdag in harde woorden becommentarieerde. Verwijzend naar het feit dat Gorbatsjov met vakantie was gegaan op een moment dat de spanning steeg in verband met de vooral symbolische ondertekening van een nieuw Unie-verdrag, zei Sjevardnadze dat “weggaan uit de hoofdstad en zijn functie onbeheerd achterlaten natuurlijk een enorme vergissing was: heel onverantwoordelijk”. Hij sloot zelfs niet uit dat de president op een of andere manier betrokken was bij het complot, getuige de beschuldigende opmerking die hij erop liet volgen: “Ik hoop dat Gorbatsjov in dit complot het slachtoffer is en niet de aanstichter, want als dat zo is heeft hij zijn eigen doodvonnis getekend, zijn fysieke, morele en politieke dood.”

Of hij medeplichtig is aan zijn eigen val of niet, of hij wel of niet kortstondig terugkeert op het toneel overeenkomstig de vrome wens van de Westerse leiders, waarschijnlijk is Gorbatsjov politiek gezien al dood. Toch hebben de plegers van de coup hun doel niet bereikt, want ze vergisten zich in hun tegenstander. Hun ware vijand was niet Gorbatsjov - het soort radicaal-socialist dat wordt ingehaald door de storm die hij zelf heeft veroorzaakt, maar die hij niet meer in de hand heeft - maar het verraderlijke gevoel van vrijheid en onbeschaamdheid dat de Sovjet-maatschappij sinds enkele jaren verteert, sinds het verdwijnen van de verkrampende angst. Jammer genoeg voor de coup-plegers bundelen deze gevoelens zich in een man die je aardig kunt vinden of niet, dat doet er weinig toe: Boris Jeltsin, die met ruim zestig procent van de stemmen werd gekozen tot president van Rusland. De voormalige apparatsjik, die zich pas vrij laat tot de democratie bekeerde en sindsdien gespecialiseerd is in het afwijzen van de nomenklatoera en zichzelf voorvechter noemt van het recht op zelfbeschikking voor de volkeren van het rijk, is de zandkorrel die de machine doet vastlopen.

De leden van het Comité voor de Noodtoestand hebben dat begrepen, alleen een beetje laat. Waarschijnlijk hoopten ze hem te kunnen misleiden, afgaand op zijn "Russofilie' en op de oude rivaliteit tussen hem en Gorbatsjov. Er werden zelfs geheime afgezanten naar hem toegestuurd om het terrein te verkennen. Tevergeefs, want Jeltsin is zich ervan bewust dat hij de enige echte democratische macht in Moskou is. In dat opzicht was zijn oproep aan de Sovjet-troepen gelegerd op Russisch grondgebied veelbetekenend: het was de proclamatie van een heuse tegenmacht. Woensdagmorgen nog was het immense witte gebouw aan de oever van de Moskva waarin het parlement en de regering van Rusland gehuisvest zijn - ver van het oude Kremlin - de burcht van verzet tegen hen die het Brejznevisme nieuw leven wilden inblazen.

Natuurlijk waren niet alle Sovjet-burgers bereid te sterven voor Boris Jeltsin en de proclamatie van de Russische macht. Heel wat Moskovieten werden in verleiding gebracht door de worst, de boter en het vlees dat het Comité voor de Noodtoestand in allerhaast had laten bezorgen bij de akelig lege winkels in de hoofdstad. Desondanks vochten enige tienduizenden bij "hun' parlementsgebouw; het was een uitdaging aan het adres van de voorvechters van de terugkeer naar het centralisme en het obscurantisme; een verkondiging dat de ware macht niet meer bij het Kremlin ligt of in de sinistere kamertjes van de Lubjanka.

Voor hoe lang? De verrichtingen van de tanks in de nacht van dinsdag op woensdag waren niet voldoende om die tienduizenden te intimideren, ook al lieten vijf van hen daarbij het leven. Al snel hadden de coup-plegers slechts de keuze tussen onderhandelen, dat wil zeggen erkennen dat hun plan onzinnig was, en aanvallen en zich beperken tot de oude wetten van bloedvergieten en onderdrukking. In theorie beschikten ze over voldoende troepen voor zulke misdaden, die ongetwijfeld weer andere wandaden hadden opgeroepen; in Leningrad bijvoorbeeld, waar de hervormingsgezinde burgemeester Anatoli Sobtsjak het verzet leidde, in de Baltische Staten, de zondebokken van de hooggeplaatste coup-plegers, in de Kaukasus, in Moldavië, in de mijnen in de Oekraïne en Siberië...

De laatste maanden werd het Chili van Pinochet nogal eens in herinnering geroepen door bepaalde economen in Moskou. Het waren slechts fantasieën van apparatsjiks die politiek autoritarisme en economische ontwikkeling wilden verenigen. Als de vergelijking met Chili ooit opgaat, dan zullen het de terreur, dood en verderf onder Pinochet zijn die de vergelijking rechtvaardigen. Behalve het opgeven van hun plan, dat kort samengevat bestond uit het terugdraaien van de tijd, was geweld de enige optie die overbleef voor de samenzweerders. Het werd tijd hen te laten weten dat ze uitsluitend zichzelf vertegenwoordigden en dat ze verantwoordelijk zouden zijn voor de misdaden die tegen de prille democratie en elk willekeurig volk in de Sovjet-Unie zouden worden begaan.