Nebiolo en Samaranch vechten prestigeslag uit over Zuid-Afrika

TOKIO, 23 AUG. Hij zag het al helemaal voor zich. Een zwarte atleet als symbool voor de daadwerkelijke veranderingen in zijn land die de Zuidafrikaanse vlag het stadion binnen draagt. Voor het eerst sinds decennia weer een afvaardiging bij een groot internationaal sporttoernooi. Maar er marcheerde vandaag in het nationale stadion van Tokio geen delegatie uit dat land langs de keizer van Japan, die de wereldkampioenschappen atletiek opende.

Danie Malan, voorzitter van de Suid-Afrikaanse Baan- en Veldvereniging, moest daarom tijdens de met de gebruikelijke parachutisten, duiven en schoolkinderen opgetuigde ceremonie even slikken. Want niet alleen werd deze week het voorlopige lidmaatschap van de Internationale Amateur Atletiek Federatie ingetrokken, de discussie over deelneming aan dit toernooi heeft een barst veroorzaakt in het kwestbare samenwerkingsverband van de Zuidafrikaanse atletiekorganisaties. “Het proces is hierdoor vertraagd.”

Vanaf het ogenblik dat de Zuidafrikaanse apartheidswetten op punt stonden geschrapt te worden, is er in de internationale sportwereld een strijd ontbrand om de primeur te hebben. Een prestigeslag tussen Nebiolo, de Italiaanse voorzitter van de IAAF, en Samaranch, de president van het Internationaal Olympisch Comité. De atletiekfederatie had gezien de datum van de WK een voorsprong en stimuleerde de komst van een ploeg door opportunistisch een voorlopig lidmaatschap en een bijbehorende uitnodiging voor de mondiale titelstrijd te sturen. Toen de Zuidafrikanen zelf lieten weten “er nog niet klaar voor te zijn” reageerde het congres van de IAAF deze week beledigd met het afnemen van de voorlopige rechten, waardoor zelfs de aanwezigheid bij de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona op de tocht staat.

Malan heeft zich tot het laatste moment sterk gemaakt voor aanwezigheid in Tokio. In het samenwerkingsverband SAAAA vertegenwoordigt hij de SA Track and Field Association (“sinds 1971 non-raciaal”, zegt hij), dat 60.000 leden telt. Van de andere twee kent hij het aantal leden niet. “Ze hebben wel een enorm potentieel achter zich, maar omdat ze geen ledenadministratie hebben is niet duidelijk hoeveel atleten ze vertegenwoordigen. Niet meer dan een paar procent. Het zijn vooral politieke organisaties”, aldus Malan.

Die willen volgens hem de sport gebruiken als middel om de veranderingen in het land op zo kort mogelijke termijn te bewerkstelligen. Meningsverschillen over het hanteren van dat wapen werd de reden om de inschrijving voor Tokio tegen te houden. Malan conformeerde zich noodgedwongen aan dat standpunt. “Misschien is het maar beter dat we niet als kunstmatige eenheid naar buiten zijn getreden. Tokio kwam voor ons te vroeg, we waren bestuurlijk nog geen geheel en er lagen nog te veel verschillen tussen ons. Die zijn nu in de openbaarheid gekomen. Als je ze onder de tafel houdt blijft het onopgelost. Misschien is dat onze winst.”

De IAAF heeft de Zuidafrikanen tot 12 oktober de tijd gegeven een eenheid te vormen, waarna de aanvraag tot lidmaatschap opnieuw kan worden bekeken. Zonder dat lidmaatschap is deelneming aan de Olympische Spelen onmogelijk. Aangenomen wordt echter dat Samaranch er bij Nebiolo op zal aandringen in dat geval Zuid-Afrika opnieuw de status van voorlopig lid te geven, wat de gang naar Barcelona weer wel mogelijk maakt.

Leden van de atletencommissie dachten er anders over. Zij pleitten deze week bij het congres voor toelating, nadat een aantal wanhopigen al tevergeefs had geïnformeerd naar de mogelijkheid individueel deel te nemen. De afvaardiging, oud-atleten en atleten in de nadagen van hun carrière, kreeg wel te horen dat het land mag deelnemen aan wedstrijden tegen en in andere Afrikaanse landen. Een beslissing die niet alleen door het land zelf, maar - onder voorbehoud van overheidstoestemming - ook door atletiekofficials uit de rest van Afrika met instemming werd begroet. Want Zuid-Afrika heeft geld.

Malan: “Misschien is het beter op kleinere schaal beginnen met wedstrijden in Afrika, want een gigantisch evenement als dit legt een enorme geestelijke druk op onze atleten die helemaal geen ervaring hebben met internationale ontmoetingen. Maar als we er wel geweest waren hadden we de wereld kunnen laten zien dat wij hen hebben gemist en zij ons.” De oudere atleten die hongerig waren zullen nog geduld moeten hebben. “Ik kan hun haast wel begrijpen. Toch gaat het mij vooral om de talenten die ergens in Zuid-Afrika te vinden zijn. Er zijn bij ons nog veel Zola Budds, maar we moeten de infrastructuur nodig zodanig verbeteren dat we die kunnen opsporen.