Jazzcursus zonder leerboek

Concert: Het Waterland Sextet o.l.v. pianist-componist Loek Dikker met o.a. Jarmo Hoogendijk (trompet) en Fred Leeflang (altsaxofoon). Gehoord: 22-8 Felix Meritis

In de tweede helft van de jaren zeventig was Loek Dikker (1944) zeer actief als jazzmusicus. Hij leidde een Waterland Trio, Waterland Sextet en soms zelfs -Bigband, en had ook nog een platenlabel met die naam. Als componist trok hij in het voetspoor van Willem Breuker en Carla Bley de aandacht door de van oorsprong Amerikaanse jazz met allerlei "wezensvreemde' invloeden te "besmetten'. Brillantine-tango's, zigeunerdeuntjes en Weense koffiehuismuziek gaven Loek Dikkers jazz een specifieke kleur.

Eind 1981 presenteerde hij in het toen "Shaffy' geheten Felix Meritis de muziektheater produktie Nieuw West-Loek Dikker Panta Rei en daarna werd het stil. Dikker wijdde zich aan het schrijven van "functionele' muziek en dook zelfs onverwacht in een Duitse speelfilm op. Het spelen van jazzmuziek bleef beperkt tot een enkel project, zoals in 1985 de concerten gewijd aan de muziek van componist Benny Golson.

Wie nu mocht verwachten of hopen dat Dikker met de heroprichting van zijn Waterland Sextet en zijn rentree in Felix Meritis iets heel opmerkelijks zou presenteren, kwam bedrogen uit. Een kwartier te laat en zonder boeh of bah begon daar ineens een groep te spelen die op alles en niets leek. In het eerste stuk waarde de geest van Wayne Shorter anno 1965 rond, in het tweede en derde stuk werd aan de Jazz Messengers uit de jaren vijftig gerefereerd, en het vierde stuk leek een mélange van Tadd Dameron uit de jaren veertig en Duke Ellington van weer tien jaar daarvoor. Het mag natuurlijk wel, zo'n cursus jazzmuziek, maar dan wel zoals het hoort: in een opgewekt-pedagogische sfeer, met een voorgedrukt programma plus tekst en uitleg voor iedereen die het fijne ervan wil weten. Dit alles echter ontbrak gisteravond smartelijk. Trompettist Jarmo Hoogendijk speelde twee solo's die iedere Amerikaanse leeftijdgenoot van schrik zou doen verbleken, saxofonist Fred Leeflang bewees nog eens zijn klasse, maar het was niet genoeg. Niet genoeg voor een eeuwenoud theater tenminste, hoe bouwvallig ook, niet genoeg voor een niet-ingewijd publiek op ongemakkelijke stoelen.

Voor jazzmuziek die ook anno 1991 niet meer wil zijn dan stoom afblazen na andere, meer "serieuze' arbeid, zijn er andere, meer passende podia. Werkgelegenheids- en schnabbelorkesten weten er alles van: alleen al Amsterdam telt honderden "swingende' cafés.