Franse moeder moet wankelende bank crisis doorhelpen; Risico CLBN ligt nu in Parijs

AMSTERDAM, 23 AUG. Met een ingrijpende herstructurering en vergaande garanties van de Franse moedermaatschappij hoopt Credit Lyonnais Bank Nederland (CLBN) de tweede crisis in tien jaar te overleven. Eerder kreeg het imago van de voormalige Slavenburg's Bank door de zwart geld-affaire een dreun te verwerken, het afgelopen half jaar bracht de relatie met het Italiaanse zakenduo Parretti en Fiorini de bank in grote problemen.

In het voorjaar begon het bestuurders en commissarissen van CLBN te dagen dat er iets grondig mis zat bij de bank. De uitstaande kredieten aan het Italiaanse zakenduo Parretti en Fiorini bleken aanmerkelijk hoger dan tot dan toe bij het grootste deel van de raad van bestuur en de commissarissen bekend was. Vooral de betrokkenheid bij de overneming van de filmstudio MGM-UA door de Italianen bleek uit de hand gelopen te zijn.

“We waren min of meer op het verkeerde been gezet”, zo bracht mr F. van der Stee, sinds eind vorig jaar opvolger van de overleden G.H. Van Driel als voorzitter van de Raad van commissarissen de situatie gisteren onder woorden op de buitengewone aandeelhoudersvergadering.

Tijdens de vergadering bleek dat het weinig had gescheeld of CLBN - de vierde bank van Nederland - was helemaal onderuit gegaan. Gevoegd bij portefeuille filmkredieten, waarin ook een aantal moeilijke debiteuren verborgen zaten, bleek de bank begin van dit jaar totaal tussen de vijf en de zes miljard gulden uit te hebben in staan in probleemkredieten zonder dat er bijzondere voorzieningen waren getroffen.

Het gevaar is inmiddels geweken en de Rotterdamse bank kan opgelucht ademhalen. De Franse moederbank, die ongeveer 95 procent van de aandelen beheert, heeft de kredieten van Parretti en Fiorini en de rentebetalingen onvoorwaardelijk voor zijn rekening genomen. En de filmfinanciering is inmiddels overgedragen aan een zusterorganisatie van CLBN en derhalve niet meer voor risico van de bank.

Opluchting of niet, de kleine aandeelhouders van CLBN luchten gisteren uitgebreid hun gemoed over de gang van zaken. Want hoewel de bestuurders van de bank in verband met de lopende juridische procedures tegen Parretti en Fiorini in de Verenigde Staten terughoudend waren met het verstrekken van informatie over het Italiaanse zakenduo, bleek dat er nogal wat vraagtekens kunnen worden gezet bij de gegevens die de bank tot nu toe naar buiten heeft gebracht.

Had de enorme omvang van de probleemkredieten het afgelopen jaar het voortbestaan van de bank bedreigd? Hoe zat het dan met de jaarrekening, waar nergens expliciet melding werd gemaakt van de vergaande problemen? En met de accountant die deze jaarrekening goedgekeurde? En met de verantwoordelijkheid van de commissarissen, die kennelijk in hun toezicht hadden gefaald?

Voorzitter Van Der Stee - bekend met het vervullen van commissariaten - pareerde de aanvallen geroutineerd . Hij werd krachtig bijgestaan door de nieuwe topman van CLBN, W. van Driel.

Hun verdediging kwam er op neer dat nu de bank ieder risico heeft doorgeschoven naar Parijs, de gehele kwestie geen belang meer heeft voor de minderheidsaandeelhouders. “Mocht er ooit een rekening worden betaald, dan niet door een aandeelhouder CLBN”, aldus Van Driel. Bovendien, zo maakten de bestuurders duidelijk, hebben de hoofdschuldigen - G. Vigon, ex-directeur Europa in Parijs en J.J. Brutschi, voormalig bestuursvoorzitter CLBN - het veld geruimd. De accountant (KPMG) treft ook geen blaam omdat hij evenals het grootste deel van het bestuur onkundig was van de werkelijke gang van zaken, aldus Van Der Stee.

Er was “geen goede communicatie” binnen de bank, zo verklaarde hij, zodat het grootste deel van de banktop - inclusief commissarissen - niet op de hoogte was van de werkelijke gang van zaken over de kredietverlening op een aantal fronten. Hooguit was men op de hoogte dat “een deel” van het bod op de filmstudio MGM-UA - dat vorig jaar november door de Italianen werd voltooid voor 1,3 miljard dollar - door de bank was gefinancierd, zo bekende de president-commissaris. Een opmerkelijke confessie, aangezien de inmiddels verwijderde bestuursvoorzitter Brutschi maandenlang aan iedereen die het maar horen wilde met kracht het tegendeel beweerde.

In de zaal dacht men er dan ook anders over. Enkele aandeelhouders trachten tevergeefs de naam te weten te komen van de accountant van KPMG die zijn handtekening had gezet onder de goedkeurende verklaring voor het jaarverslag 1990, zodat zij hem aansprakelijk zouden kunnen stellen of een procedure voor het Nivra zouden kunnen beginnen.

De aandeelhouders uitten ook bezwaren tegen de benoeming van drs A.C.J.M. Nollen tot commissaris van CLBN. Nollen, die gepromoveerd is naar een plaats in de raad van bestuur van de Franse moederbank, was voorheen vice-voorzitter van de raad van bestuur van CLBN en had op zijn minst niet goed opgelet, zo luidde hun redenering. Hetzelfde gold overigens, volgens de aandeelhouders, voor de andere commissarissen.

Uit de woorden van CLBN-topman Van Driel viel te destilleren dat niet alleen de bank, maar ook de Nederlandsche Bank in zijn toezichthoudende functie voor een lelijke verrassing kwam te staan. In 1990 had Parijs weliswaar een deel van de miljardenkredieten aan Parretti en Fiorini gegarandeerd (waarschijnlijk onder druk van de Nederlandse toezichthouder), maar bleek voor het resterende deel geen bijzondere voorzieningen getroffen.

Met een zakelijke openhartigheid die in schril contract stond met het optreden van zijn voorganger, schrok Van Driel er niet voor terug de imperia van Parretti en Fiorini te rekenen tot een en dezelfde groep. Met name de laatstgenoemde zakenman mocht in het verleden graag dreigende woorden spreken zodra zijn zaken werden verward met die van Parretti.

Opmerkelijk in dit verband was eveneens dat CLBN volgens Van Driel zijn handen volledig heeft afgetrokken van Chamotte Unie. Dit inmiddels geschorste beursfonds had uit moet groeien tot een onroerend goed belegger van allure, waarin een aantal minder duidelijke bezittingen van ondermeer Fiorini, Parretti en de Cabassi-groep werd ondergebracht. Het is nu sterk de vraag of de plannen met Chamotte op de Amsterdamse beurs ooit nog doorgang vinden.

Hollywood kan opgelucht ademhalen. Van een stopzetting of terugdraaien van de kredietverlening door CLBN is geen sprake, aldus Van Driel. Wel ondergaat CLBN op het gebied van de filmfinanciering een grondige face-lift. De circa 3 miljard aan kredieten aan onafhankelijke filmproducenten in Hollywood wordt ondergebracht in een afzonderlijke dochtermaatschappij van de Franse moeder. Volgens betrouwbare bronnen zal deze filmbank een aparte vestiging in Los Angeles openen. CLBN levert de komende jaren nog wel het grootste deel van de diensten, maar zal hiervoor een management-vergoeding ontvangen.

De filmkredieten, inclusief MGM-Pathé, maken nu circa een kwart uit van de kredietportefeuille en deze leningen hebben in het verleden in niet onbelangrijke mate aan de winst bijgedragen. Van Driel suggereerde dan ook dat de management-vergoeding zeker in de eerste jaren dusdanig is overeengekomen, dat het wegvallen van het resultaat kan worden opgevangen.

Op de langere termijn is het echter de bedoeling dat ook het management naar de nieuwe eenheid wordt overgeplaatst, zo viel uit de woorden van van Driel op te maken. Dan moeten nieuwe wegen van kredietverlening - vooral die aan grotere bedrijven - het gat van de filmfinanciering hebben opgevuld. Eind oktober zal CLBN het nieuwe plan presenteren waarin de toekomstige weg van de bank staat uitgestippeld. Een plan dat, volgens Van Driel, CLBN in vijf jaar tijd tot de best renderende bank van Nederland moet maken.

De tijd zal het leren in hoeverre deze belofte wordt waargemaakt. Aan bravoure ontbreekt het de bank in ieder geval niet. En CLBN is er in geslaagd om de risico's die de bank in haar voortbestaan bedreigde af te wentelen op de plek waar ze thuishoren.