Forse groei van aantal garnalen in Oosterschelde

MIDDELBURG, 23 AUG. De vangst van garnalen op de Zeeuwse Oosterschelde is dit seizoen enorm toegenomen. De laatste jaren werd er in de Oosterschelde volgens directeur F. Lokerse van de vismijn Colijnpslaat niet op garnalen gevist, omdat ze nauwelijks werden aangetroffen.

Dit jaar is de hoeveelheid garnalen volgens Lokerse opmerkelijk. “Het loont voor de garnalenvissers weer de moeite om naar de Oosterschelde te gaan.” Hij heeft geen verklaring voor de plotselinge kentering. “Het zal de natuur wel zijn.” In de traditionele garnalengebieden, aan de Noordzeekust tussen Duinkerken en IJmuiden, zijn de garnalen op het moment juist erg schaars. En in de Waddenzee begint de vangst pas nu, veel later dan normaal, op gang te komen.

Voor garnalendeskundige dr. R. Boddeke van het Rivo (Rijksinstituut voor Visserijonderzoek) in IJmuiden zijn de veranderingen geen verrassing. Ze hebben volgens hem alles te maken met de verminderde fosfaatvervuiling van de Rijn. Met name in Duitsland zijn daarom maatregelen genomen. De fosfaten die via de Rijn in de Noordzee kwamen, zorgden er volgens Boddeke voor dat het plankton in de Noordzee enorm groeide. “Het plankton is voedsel voor onder meer garnalen.” Volgens de bioloog werd het plankton via stroming naar de Waddenzee gebracht, zodat de garnalenstand daar de laatste decennia ook enorm uitdijde. “Nu de fosfaten en daarmee het plankton afnemen, is het bestaan voor de garnalen in de Noordzee veel zwaarder geworden.”

De garnalen in de Waddenzee hebben volgens hem het geluk dat hun voedselconcurrenten, de mossel en de kokkel, de laatste jaren enorm in aantal zijn afgenomen. “Wormen eten nu het plankton, en die zijn, op hun beurt, weer voer voor de garnalen. De garnalen in de Waddenzee kunnen zich hierdoor toch nog goed redden.”

Boddeke betwijfelt of de garnalenstand in de Oosterschelde sterk is toegenomen. Volgens hem wijken de vissers naar het Zeeuwse water uit, omdat er in de Noordzee bijna niets meer valt te halen. “En nu lijkt het dus net alsof er plotseling veel meer garnalen in de Oosterschelde zitten. Er hebben daar altijd garnalen gezeten. We hebben er voor ons onderzoek vaak genoeg gevist.”