Een gueppemepper komt altijd van pas

Engelse en Franse les op school is eigenlijk alleen maar leuk als je daardoor tijdens de vakantie je mond ook open durft te doen.

Maar vaak blijkt dan dat je net de verkeerde woorden kent en dat je met die schooltaal niet veel opschiet. Vreemde talen, dat wil zeggen alle andere talen dan het Nederlands, kun je het beste leren in het land waar die taal gesproken wordt. Je hoort die taal dan voortdurend om je heen en je leert meteen de goede uitspraak. Toen ik voor het eerst in Frankrijk kwam zei ik na wat ik hoorde van anderen: bonjour, merci en dat au revoir vond ik eigenlijk al een beetje moeilijk. Iedereen in Nederland verzamelde in die tijd sleutelhangers en wij hoopten dat de Fransen die rage ook kenden. Uit mijn hoofd leerde ik Avez-vous des porte-clefs dat volgens mijn ouders betekende Heeft u sleutelhangers. Overal stapte ik naar binnen, in winkels en in bars, en draaide ik het zinnetje in twee seconde af. Als het weer gelukt was holde ik naar buiten met de buit en meestal moest ik nog even terug om in de deuropening Merci beaucoup te roepen. Maar soms ging het helemaal mis want dan dachten de mensen dat ik ècht Frans sprak en dan gingen ze lange verhalen houden en daar verstond ik helemaal niets van. En als ik dan met opgetrokken schouders probeerde duidelijk te maken dat ik het niet begreep gingen ze alleen maar harder en langzamer praten alsof ik het dan wel zou begrijpen. Dit gebeurde ook als ik naar het gemakkelijke woord toilette vroeg, dan kon je een antwoord verwachten dat toen zo klonk: wie mademwahsel, oh dwahsegwier set korriedor ee aalaa fin oh pran lu premiee adraht. Dan lachte ik beleefd, zei nog wel merci en hield mijn plas de rest van de dag op (of ik zei tegen mijn vader dat er geen wc was en dan mocht ik achter de auto). Altijd leerden we er woorden bij die ons goed van pas kwamen. Vas-t'-en guêpe betekent "rottop wesp' want ik dacht dat het dier alleen maar Frans zou verstaan. We kochten een guêppemepper. Maar dat woord kenden zelfs de Fransen niet.