Ecotax heeft gering effect op economie

ROTTERDAM, 23 AUG. Een Europese heffing tot 50 procent op brandstoffen wegens de emissie van kooldioxyde (CO2) die ontstaat bij verbranding, heeft nauwelijks effect op de economische groei in de Europese Gemeenschap. Zelfs een heffing van 100 procent zou slechts beperkte economische effecten hebben.

Dit blijkt uit een onafhankelijke studie die in opdracht van de Europese Commissie door het ingenieursbureau DRI is verricht. De conclusies zijn vervat in een nog vertrouwelijke notitie van de Commissie, waarvan het persbureau Reuter gisteren een exemplaar wist te bemachtigen. In dit document ontvouwt de Europese Commissie voorstellen om het energieverbruik drastisch te beperken om de uitstoot van CO2 tegen het jaar 2000 te stabiliseren op het niveau van 1989. CO2 wordt beschouwd als de belangrijkste veroorzaker van het broeikaseffect. De Europese Commissie wil volgende maand haar voorstellen aan de Ministerraad presenteren.

De Nederlandse regering, die dit halfjaar het voorzitterschap van de Europese Ministerraad vervult, hecht grote waarde aan een krachtige aanpak van emissies van het motorverkeer en de industrie en streeft naar besluitvorming, uiterlijk dit najaar, over de Commissievoorstellen. De eerste tranche van de brandstoffenheffing zou in 1993 moeten ingaan. Gedacht wordt aan een uiteindelijke extra belasting die overeenkomt met 10 dollar per vat olie.

Volgens het rapport van het bureau DRI zou het bruto nationaal produkt van de acht rijkste EG-landen, gecorrigeerd voor inflatie, als gevolg van de heffing 0,06 pocent minder toenemen. De heffing zou voor alle energiedragers gelden, ook voor de "schone' kernenergie, maar kan variëren in hoogte, afhankelijk van de mate van vervuiling. Oliebrandstoffen en kolen zouden zwaarder worden belast dan aardgas en elektriciteit uit kernenergie. In de zuidelijke EG-lidstaten zou voorlopig een lagere heffing gelden, omdat deze landen de milieuvervuiling niet zo snel kunnen aanpakken.

Oliemaatschappijen en energie-intensieve industrieën zijn fel gekant tegen de CO2-heffing, hoewel het de bedoeling is de opbrengst in de vorm van verlaging van andere belastingen of verlaging van sociale premies terug te geven aan de betrokken ondernemers en de consumenten. De uitvoering van die compensatie wil de Europese Commissie echter overlaten aan de nationale regeringen. De Nederlandse regering heeft besluitvorming daarover uitgesteld tot de voorstellen van de Commissie op tafel liggen. Minister Andriessen wil de energie-intensieve industrieën zoals Hoogovens, aluminiumsmelterijen, raffinaderijen en de papierindustrie vrijstellen van de heffing, maar minister Alders (milieubeheer) is daar tegen. De Partij van de Arbeid hecht eraan de opbrengst van de heffing te gebruiken voor verlaging van de arbeidskosten, bijvoorbeeld door vermindering van de sociale premies.