De reprise in het toneel; Nederland heeft maar een Medea

Het Theaterfestival dat volgende week woensdag begint, bestaat bij de gratie van de reprise. Maar voor theatermakers is het niet eenvoudig om voorstellingen die enige tijd niet zijn gespeeld, opnieuw op te voeren. Veel acteurs hebben inmiddels andere verplichtingen, en rollen door een ander laten overnemen gaat zomaar niet. “De persoonlijkheid van de acteur bepaalt de enscenering.” Toch wint de reprise terrein.

Ook wie zich beperkt tot het belangrijkste heeft het druk. Volgens een opgave van het Nederlands Theater Instituut in Amsterdam waren er in Nederland in het seizoen 1990-1991 ruim zevenhonderd (715 om precies te zijn) toneelprodukties te zien van grotendeels Nederlandse en Vlaamse theatermakers. Het zal duidelijk zijn dat geen mens in staat is al deze uitvoeringen te bezoeken, nog afgezien van de vraag of iemand dat zou willen. Er zijn weken waarin zich ware explosies voordoen van voorstellingen die de moeite waard lijken. En meestal zijn de speelperiodes te kort voor inhaalmanoeuvres.

De cijfers van het Theater Instituut betreffen niet alleen premières, maar ook reprises. Het fenomeen reprise is nog jong, op de vraag hoe dikwijls toneelgezelschappen er toe overgaan een voorstelling opnieuw uit te brengen, geeft het cijfer van het Theater Instituut geen antwoord. Feit is in elk geval wel, dat vaker dan voorheen voorstellingen "hernomen' worden.

De oorzaken lopen uiteen. Voor een gezelschap als Toneelgroep Amsterdam is het prolongeren of opnieuw uitbrengen van succesvolle voorstellingen vanaf het ontstaan een beleidsvoornemen geweest, evenals het afvoeren of zelfs geheel niet uitvoeren van flops. Vooral met dat laatste heeft men geen moeite, maar daar staat tegenover dat het gezelschap ook vrij consequent hits terughaalt. Bakeliet, Lulu, Werther Nieland, en op dit moment Andromache, Het jachtgezelschap en later in het seizoen de voorstelling Ballet, zijn daar voorbeelden van.

Het volgende week voor de vijfde maal georganiseerde Theaterfestival bestaat zelfs bij de gratie van de reprise. Tijdens het festival is een tiental voorstellingen uit Nederland en Vlaanderen te zien, dat volgens een jury het best de artistieke ontwikkelingen van het voorbije seizoen toont. Een soortgelijke concentratie van reprises (volwassenentoneel, kindertheater en dans) is dit jaar bovendien te verwachten in Rotterdam. Min of meer als compensatie voor het feit dat het Theaterfestival na drie jaar Rotterdam deze stad verruilde voor Den Haag en Antwerpen, presenteren de stafmedewerkers van de Rotterdamse Schouwburg in september een eigen selectie uit het aanbod van het afgelopen seizoen, onder de noemer De keuze van de schouwburg.

Van de door het Theaterfestival uitverkoren produkties vallen er ieder jaar een paar af. Zo ook deze keer, net als in Rotterdam trouwens. Het gaat om drie annuleringen: Het offer (De Tijd), Julius Ceasar (Needcompany) en Het Zuiden (Het Zuidelijk Toneel). Buiten beschouwing blijven hier de afgelaste voorstellingen Gebeurd in Turijn van Nationaal Fonds (van het programma gehaald omdat Natalia Ginzburg, de schrijfster op wier roman Zo is het gebeurd het stuk is gebaseerd, weigerde toestemming te verlenen voor heropvoering) en Immer das Selbe gelogen (een choreografie van Wim Vandekeybus die niet doorgaat wegens een gebroken voet van een der dansers). Maar hoe komt het dat de drie eerst genoemde voorstellingen niet doorgaan? Keer op keer blijkt de reprise moeilijk te realiseren.

Kinderen

In het geval van Het offer, een stuk dat Lucas Vandervost vorig seizoen bij De Tijd regisseerde, staan organisatorische obstakels een reprise in de weg. Vandervost: “Aan het stuk deden vijftien kinderen mee, die wilde ik niet uitbuiten en ik heb het daarom ook maar zes keer gespeeld. Bovendien werkten er 25 volwassen figuranten aan mee en ook hen zou het veel energie en inspanning kosten weer te beginnen.”

De reden dat Het Zuiden, een voorstelling die Ivo van Hove maakte bij Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven, en Julius Ceasar, geregisseerd door Jan Lauwers bij het Vlaamse Needcompany, niet aan de festivals deelnemen heeft tot op zekere hoogte te maken met de onmogelijkheid een aantal acteurs terug te halen die inmiddels elders verplichtingen hebben. Een welhaast onvermijdelijke situatie bij Het Zuidelijk Toneel dat de taak heeft een "voorziening' te zijn, volgens artistiek leider Ivo van Hove - die overigens wel aanwezig zal zijn in Rotterdam en op het Theaterfestival met de voorstelling Ajax-Antigone. Zijn ensemble werkt niet met een vaste kern spelers, maar maakt ad hoc produkties met steeds wisselende spelers.

Ivo van Hove: “Aan Ajax-Antigone deden dertien gastacteurs mee en aan Het Zuiden veertien, dus ik moest voor beide reprises 27 mensen op het spoor zien te krijgen. Dat was niet haalbaar, wat we ook probeerden. Als je gastacteurs anderhalf jaar op voorhand moet vragen, impliceert dat eigenlijk al dat plotselinge reprises niet te organiseren zijn.”

Een ander bezwaar vindt Van Hove het ongelukkige tijdstip van het Theaterfestival. “Het festival valt op een verkeerd moment. Ik begrijp echt niet waarom het zo geregeld is, want volgens mij hebben veel theatermakers daar problemen mee. Eind mei zou beter uitkomen, dan is het seizoen achter de rug, er hoeven geen nieuwe produkties voorbereid te worden en de acteurs staan nog ter beschikking. Maar dat wil men bij het Theaterfestival niet vanwege het Holland Festival dat er dan aankomt.”

Niet alleen Ivo van Hove wijst op praktische en organisatorische factoren die reprises verhinderen, ook veel collega's doen dat. En telkens is het voornaamste argument, dat een stuk niet hernomen kan worden als sommige acteurs inmiddels ergens anders een contract hebben. Maar waarom zou dat eigenlijk niet kunnen: een rol laten overnemen door een ander? Bij balletuitvoeringen gebeurt niet anders. Sterker nog, hoe is het te verklaren dat Het Nationale Ballet er geen been in ziet een getrouwe kopie van Les Noces, een uit 1923 daterende choreografie van Nijinska uit te brengen, terwijl theatermakers vaak niet in staat zijn een voorstelling terug te halen van drie maanden geleden?

Regisseur Gerardjan Rijnders van Toneelgroep Amsterdam, die nu onder andere Andromache opnieuw repeteert voor het Theaterfestival en Rotterdam, zegt dat hij eventueel enkele rollen had kunnen vervangen als het had gemoeten, “maar de grote absoluut niet.” Rijnders: “Je werkt twee maanden met elkaar aan een produktie, daarbij ga ik uit van de acteurs. Samen met iemand bouw ik een rol op en zo komen we tot zijn of haar interpretatie. De rollen zijn uiteindelijk echt creaties van de spelers. Als je die opnieuw zou bezetten, moet je veel tijd hebben om het weer in te studeren en die tijd is er niet. Ik heb wel met Hamlet meegemaakt dat Petra Laseur geblesseerd raakte en dat Sigrid Koetse die rol overnam, maar dat kon alleen maar omdat ze uit interesse alle repetities had bijgewoond.

“Bij ballet zijn mensen makkelijker te vervangen: met het oog op blessures werkt men met understudies die altijd klaar staan om iets over te nemen. Bij toneel kan dat niet. Er zijn niet genoeg acteurs voor maar het proces is ook veel vager dan bij ballet, waar het in de eerste plaats op techniek aankomt: het is een kwestie van tellen om te weten wanneer je een been moet optillen. Afgezien daarvan geloof ik dat er inderdaad rollen zijn die een ander niet zomaar kan overnemen. Zo is er voor mij bij voorbeeld maar één Medea: Kitty Courbois.”

Overdreven

Hans Croiset, artistiek leider van Het Nationale Toneel in Den Haag dat op het Theaterfestival is vertegenwoordigd met een reprise van Ivanov en in Rotterdam met Maria Stuart, vindt het “lichtelijk overdreven” dat rollen niet kunnen worden overgenomen volgens sommigen. “Iedereen is vervangbaar, zeker bij het toneel. Het punt is alleen dat toneel zo vluchtig is. Je probeert er daarom iets persoonsgebondens van te maken zolang je een stuk speelt. Daardoor ben je voorzichtiger in het vervangen van iemand dan bij ballet. Maar als je een succesvol stuk hebt dat nog zeker dertig keer gaat en er is een kandidaat met wie je die rol kunt instuderen, dan is er niks aan de hand.”

De voorstelling Platonov die De Trust in reprise brengt, zal na het Theaterfestival als alles goed gaat een tournee maken naar Hongarije en Rusland. Aangezien een van de drie hoofdrolspeelsters tegen die tijd op het punt staat te bevallen, is regisseur Theu Boermans begonnen haar rol met een ander in te studeren. “Als er meer rollen vervangen hadden moeten worden, is het beter een nieuwe enscenering te maken. Iedere rol die je vervangt heeft consequenties, voor de tegenspelers en als het ware voor de kleur van je voorstelling. De persoonlijkheid van de spelers bepaalt de enscenering.

“Vroeger was vervanging bij het toneel veel gebruikelijker dan nu. Dat komt doordat het vak toen anders werd bekeken, het ging in de eerste plaats om technische vaardigheden. Er bestond in de jaren zestig bij de Nederlandse Comedie een bepaalde stijlvastheid, dat was een basis waar iedereen op kon terugvallen. Tegenwoordig besteedt men op de toneelschool minder aandacht aan de technische kant en wordt vooral de persoonlijkheid ontwikkeld.

“Sinds de jaren zestig is er zoveel gerommeld en geëxperimenteerd bij het toneel, dat wij nu niet meer de technische basis hebben die men bij moderne dans nog wel heeft. Wat een acteur moet doen ligt niet vast, hij bepaalt zijn eigen techniek. Zijn interpretatie ontstaat met de anderen in een samenspel.”

Reprises bij het toneel mogen tot voor kort ongebruikelijk zijn geweest, de meeste regisseurs zijn wel overtuigd van het nut ervan. Volgens Hans Croiset wijst dat op een langzaam veranderde houding: “Een paar jaar geleden ging het slechter met het Nederlandse toneel dan nu. Aan reprises was dan ook geen behoefte. Dat die er nu wel is hebben we voor een deel te danken aan het Theaterfestival. Dat heeft iets opengebroken.”

Volgens directeur Arthur Sonnen heeft zijn Theaterfestival een stimulerende werking op het publiek en dat is weer van invloed op het al dan niet hernemen van een stuk: “Het Nederlandse toneelpubliek is niet omvangrijk. Een stuk is vaak maar heel kort in roulatie doordat het aantal bezoekers snel is uitgeput. Een groep heeft extra energie en reclame nodig om alsnog een groter publiek te bereiken. Uit enquêtes die we hebben gehouden werd duidelijk dat een stuk op het festival tussen de vijftien en twintig procent nieuwe bezoekers trekt. Dat bracht enkele groepen er in het verleden toe een voorstelling ook na het festival nog een tijd op het repertoire te houden.”

Pril idee

Tenslotte bestaat de kans dat er in de toekomst meer stukken heropgevoerd worden als een landelijke reprisemaand ingesteld zou worden. Dat is althans het (nog prille) idee van een commissie bestaande uit leden van de Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen (VNT) en de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD). VNT-directeur Jaap Jong: “Een reprisemaand past in de tijdgeest waarbij de overheid een steeds hoger rendement van de investeringen verlangt. Zo'n reprisemaand komt ook tegemoet aan de eis van de subsidiënten dat van een produktie waar ze veel geld in steken meer voorstellingen te zien moeten zijn, in plaats van minder zoals nu vaak gebeurt.

“Het blijkt dat gezelschappen er wel voor voelen een stuk niet alleen voor het Theaterfestival te hernemen, maar ook een tijd daarna door te laten lopen. Ze kunnen daarnaast ook besluiten andere stukken langer op het repertoire te houden. Ik denk dat ze daar veel publiek mee kunnen terugwinnen dat ze hebben verloren sinds de verschuivingen in de jaren zeventig. Het is een tijd lang allemaal zo verwarrend geweest dat veel mensen hebben afgehaakt. De afgelopen tien jaar zijn 58 gezelschappen lid geweest van de VNT, veertien daarvan zijn gebleven en alleen De Appel heeft al die jaren dezelfde naam gehouden. De andere 44 gezelschappen zijn inmiddels vervangen.

“Het publiek heeft nu een periode van gewenning nodig om weer vertrouwd te raken met het toneel. Schouwburgdirecteuren kunnen die mensen lokken door voorstellingen te programmeren die het Theaterfestival heeft uitgekozen. Zulke reprises hebben zin: bekende stukken boezemen meer vertrouwen in dan een eenmalige voorstelling.”