De Klerk let te veel op rechts

Eén ding waarover we bij de Zuidafrikaanse apartheidsleiders-oude-stijl nooit hebben kunnen klagen is hun eerlijkheid: zij waren vierkant tegen een zwarte regering en zij handelden daar consistent naar. Je wist tenminste waar je aan toe was. Bij De Klerk kunnen we daar niet zo zeker van zijn. Eindelijk is bewezen dat deze "integere man' Zuid-Afrika en de wereld heeft misleid.

De internationale pers, die in het verleden een belangrijke rol heeft gespeeld bij het aan de kaak stellen van de apartheidspolitiek, speelt nu een passieve rol bij het boven water halen van De Klerks echte politieke agenda. Het ANC, jarenlang de spreekbuis voor democratische krachten en nog steeds de organisatie die de grootste groep Zuidafrikanen vertegenwoordigt, wordt plotseling genegeerd of niet serieus genomen. Dit komt de blanke regering uiteraard goed uit. Als we de meerderheid van de persanalyses naar aanleiding van "Inkatha-gate' bekijken had De Klerk zelf geen betere propagandacampagne kunnen organiseren.

Er wordt bijvoorbeeld algemeen gesteld dat De Klerk zijn geloofwaardigheid heeft weten te behouden tijdens de Inkatha-crisis. Geloofwaardigheid voor wie? Een groot deel van het ANC heeft De Klerk trouwens nooit vertrouwd en Mandela - zelf razend over dit verraad - zal het nog moeilijk krijgen bij het sussen van de gemoederen. Het is ook volstrekt onlogisch om te claimen dat de schade in deze hele affaire beperkt is gebleven tot Inkatha dat zichzelf heeft uitgeschakeld als serieuze gesprekspartner. Het doel van De Klerk was om Inkatha in binnen- en buitenland te promoten als alternatief voor het ANC in de veronderstelling dat dit uiteindelijk de blanke belangen ten goede zou komen. Uitschakeling van Inkatha betekent dat een potentiële macht in het zo effectieve verdeel-en-heersscenario (hopelijk) voorgoed is uitgespeeld.

Het is bijna lachwekkend om (ook in deze krant van 6 augustus in een artikel van D.J. Eppink) weer te lezen dat "de Zulu's' door Inkatha-gate in het verdere democratische proces nu buiten spel staan. Buthelezi vertegenwoordigt slechts een deel van de Zulu's en dat deel zal niet aan de onderhandelingstafel verschijnen. Buthelezi en de zijnen zijn gemarginaliseerd - niet een gehele bevolkingsgroep. Niemand zal ontkennen dat het stamverband een van de belangrijke pilaren is in de traditionele Afrikaanse samenlevingen. Maar continue verwijzing naar stamverband is ongenuanceerd en getuigt van een weinig kritische houding ten aanzien van de officiële lijn. Conflicten tussen zwarten onderling vallen deels samen met stamverwantschap, maar stamverwantschap is ondergeschikt aan de politieke strijd die wordt gevoerd. Wie hieraan nog twijfelt moet maar eens uitleggen waarom het meeste geweld tussen zwarten onderling zich afspeelt tussen leden van een stam; het geweld tussen de Zulu's in Natal.

In dit verband wordt het ANC ook geportretteerd als "Xhosa'. De gevechten in de voorsteden van Johannesburg vinden vooral plaats tussen Zulu-migranten aan de ene kant en andere zwarte groepen die er permanent wonen (Xhosa's, Sotho's en Tswana's) aan de andere kant. Van deze bevolkingsgroepen zijn voornamelijk de Xhosa's betrokken bij het geweld. Dit heeft weinig te maken met “traditionele vijandschap tussen Zulu's en Xhosa's” (die overigens nog nooit een oorlog hebben gevoerd), maar wel met de urbanisatiepatronen van de laatste jaren. Veel Xhosa's, die de armoede van de Transkei ontvluchtten, zijn de laatste jaren neergestreken in de uitgestrekte krottenwijken rondom de officiële townships (waar de van oorsprong Transvaalse stammen al langer woonden), Zij zijn dus fysiek het dichtst bij de migrantenhostels waar de meeste gevechten beginnen. Bovendien zijn de omstandigheden in de krottenwijken zeer slecht en het is niet verbazingwekkend dat juist daar de bevolking zeer politiek bewust is - zij hebben niets te verliezen. De gevechten “tussen Zulu's en Xhosa's” zijn dus voor een groot deel verklaarbaar uit de door apartheid veroorzaakte sociale en economische trends.

Men kan ook het regeringsstandpunt overnemen en het als "onmacht' van het ANC zien om zich na de recente bijeenkomst in Durban te blijven presenteren als een breed front en niet als conventionele politieke partij. Vooral de voortzetting van de banden met de communistische partij valt op dit moment slecht bij de blanken en in het westen - om maar te zwijgen over de samenwerking met het nog veel extremere PAC. Maar is het front juist niet het resultaat van (even kundig) politiek gemanoeuvreer om interne kampen bijeen te houden zolang dat in het huidige klimaat nog absoluut noodzakelijk is om de doelstelling (namelijk een democratisch gekozen regering) te verwezenlijken? Dat het te vroeg is om het ANC in politieke partijen op te splitsen is een zeer realistische inschatting van de huidige situatie gebleken - dat bewijst Inkatha-gate maar weer eens.

Op de lange termijn heeft De Klerk met zijn zo geroemde manoeuvres en zijn gedraai potentieel veel schade berokkent aan een vreedzame overgang naar democratie. Inkatha is nu een gemarginaliseerde groepering en het is niet ondenkbaar dat geweld uit die hoek verder toeneemt. Aan de andere kant treedt hij tegen de extreem rechtse blanken ook niet hard genoeg op. De kans op meer geweld is dus van twee kanten toegenomen. De vraag rijst waarom De Klerk eigenlijk zo voorzichtig is met de rechtervleugel. Deze, weliswaar kleine, maar tot de tanden bewapende en goed georganiseerde groep kan de transitie naar democratie niet stoppen. Maar een oorlogsverklaring door extreem rechts betekent wel bloedvergieten, een verspilling van energie die elders op gericht zou moeten zijn en het kan - in het ergste geval - gevaar betekenen voor het leven van vele blanken in Zuid-Afrika. Als De Klerk werkelijk van plan is de macht over te dragen aan een democratische regering, maakt het niet meer uit als hij deze, in aantal, kleine groep door effectief optreden (inclusief politie- en legeroptreden) van zich vervreemdt.

De Klerk moet kiezen en de consequenties van de keuzes duidelijk maken in woord en gedrag. Als hij bereid is (zoals hij doet voorkomen) de macht zo snel mogelijk over te dragen, moet hij dat gewoon doen en niet de voortgang traineren of in gevaar brengen met acties die op het tegendeel wijzen. De regering kan kiezen tussen een Zuid-Afrika onder een zwarte meerderheidsregering waarin de blanken hun privileges in zekere mate hebben opgegeven, maar vreedzaam kunnen leven in hun geliefde land. Het alternatief - pogen het overgangsproces zo veel mogelijk te rekken - betekent tijdelijke handhaving van blanke privileges gepaard met toenemend geweld waar iedereen van te lijden zal hebben. Een ding is echter zeker: op de lange termijn zullen de zwarten de macht krijgen in Zuid-Afrika, met of zonder medewerking van de blanken. Het ANC-voorstel voor een interim-regering als eerste stap lijkt redelijk. Het feit dat De Klerk dit voorstel afwijst, zou degenen die echt geloven in zijn integriteit tot nadenken moeten stemmen.