Arbeidsbureaus vechten voor reputatie

De arbeidsvoorziening werd begin dit jaar op een nieuwe leest geschoeid. Onder meer om de povere reputatie van de arbeidsbureaus op te vijzelen. Het gestelde doel wordt nog niet gehaald, maar de samenwerking verloopt boven verwachting goed, al is het wantrouwen nog niet overal geweken.

Wie het arbeidsbureau van Beverwijk binnenstapt kan niet om een baan heen. Tientallen vacatures hangen keurig recht achter glas, bij de ingang en voor het raam. Aan een tafel bladert een pas ontslagen chauffeur in mappen met vacatures. Hij is niet voor het eerst op het arbeidsbureau. Over de dienstverlening is hij goed te spreken. “Bij een uitzendbureau heb je kans dat je na twee baantjes weer kunt oprotten, hier kan je een vaste baan krijgen. Ze denken echt met je mee, als je tenminste wilt werken.”

Een tevreden klant dus. Over zichzelf kan de arbeidsvoorziening, die begin dit jaar werd getripartiseerd, nog niet zo tevreden zijn. Gisteren maakte het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening de halfjaarcijfers bekend. Tot en met juni vervulden de arbeidsbureaus ruim 60.000 vacatures, 3000 minder dan in de eerste helft van 1990. Van de taakstelling voor 1991 (142.000 vacatures) was halverwege het jaar 42,5 procent gerealiseerd. Geen klinkend resultaat.

Toch zijn er onder invloed van de tripartisering grote veranderingen gaande binnen de arbeidsvoorziening. Die zijn bitter hard nodig, want de arbeidsbureaus genoten de laatste jaren geen beste reputatie. Werkgevers klaagden over de kwaliteit van de sollicitanten die zij via het arbeidsbureau kregen. Werklozen hoorden na hun inschrijving vaak lange tijd niets van het arbeidsbureau. De "bestandsvervuiling' was berucht. En het aandeel van de arbeidsbureaus op de vacature-markt was geslonken. Vooral op het gebied van scholing namen arbeidsbureaus soms creatieve en succesvolle initiatieven, maar het totaalbeeld bleef negatief.

Dat was niet alleen de schuld van de arbeidsbureaus en de weerbarstigheid van de arbeidsmarkt, maar ook van de politiek die de arbeidsvoorziening met de ene na de andere maatregel opzadelde, zonder veel oog te hebben voor de uitvoerbaarheid ervan. Op de arbeidsbureaus werden ze horendol van alle circulaires uit "Rijswijk'.

Onder leiding van het nieuwe centraal bestuur (CBA) en de 28 regionale besturen (RBA's) moet de arbeidsvoorziening zien af te rekenen met zijn ambtelijke verleden. Elk bestuur telt, naast een onafhankelijke voorzitter, drie leden uit de overheid, de werkgeversorganisaties en de vakbeweging. Door de betrokkenheid van de sociale partners zouden de arbeidsbureaus hun activiteiten beter afstemmen op de vraag van bedrijven en werkzoekenden, zo was de bedoeling.

Pag. 12:

"Het kabinet treedt afspraak met voeten'; De besturen zijn nog nauwelijks aan nieuw beleid toegekomen

Toch vreesden sommigen dat de drie partijen vooral vechtend over straat zouden rollen. Hun belangen lopen immers niet parallel. Werkgevers willen hun vacatures zo snel mogelijk goed vervuld hebben. Gemeenten willen vooral het aantal langdurig werklozen verminderen; dat scheelt bijstandsuitkeringen en de sociale diensten krijgen het minder druk. Maar langdurig werklozen hebben doorgaans veel scholing nodig voor zij aan de slag kunnen en zijn dus niet (direct) aantrekkelijk voor werkgevers. De vakbeweging neemt een tussenpositie in. Die wil werklozen uiteraard aan werk helpen, maar bij voorkeur in "echte' banen en zo min mogelijk in de banenpools en de jeugdwerkgarantiebanen waarvoor de gemeenten zich de laatste jaren sterk hebben gemaakt. Ondanks deze ingebakken conflictstof hebben de drie partijen elkaar tot nu toe wonderwel gevonden.

“De samenwerking valt mij voor honderd procent mee”, zegt bijvoorbeeld I. ter Haar, voorzitter in de regio Amsterdam-Zaanstreek-Waterland. “De partijen kunnen zich niet permitteren op regionaal niveau alleen maar de standpunten van hun organisaties te verwoorden, dan komt er niets uit.”

De Enschedese wethouder O. Halsema, bestuurslid van het RBA Twente: “Mijn grootste zorg was dat de andere partijen geen begrip zouden hebben voor de problematiek van de zeer langdurig werklozen. Die zorg is wel over”.

De werkgevers stellen zich minder hardvochtig op dan vooral de gemeenten hadden gevreesd. CBA-bestuurder L.B.E. Vonk van het KNOV (midden- en kleinbedrijf) klinkt als een missionaris als hij zegt: “Wij moeten de houding van individuele werkgevers zien te veranderen. Zij moeten de arbeidsbureaus nu het voordeel van de twijfel geven”.

Oud-Philipstopman ing. F.L. van den Brand, voorzitter in de regio Zuid-Oost Brabant, geeft echter toe dat de bestuurlijke samenwerking “nog niet echt is beproefd”. Aan nieuw beleid zijn de besturen nog nauwelijks toegekomen. Ze hebben hun handen voorlopig vol aan het reorganiseren en oppeppen van de uitvoeringsorganisatie.

Bij de arbeidsvoorziening werken 5400 mensen: 400 op het centraal bureau in Rijswijk, 200 op de nieuw gevormde regionale stafbureaus, 1300 bij de centra vakopleiding en 3500 op de arbeidsbureaus. Vooral daar heerst onzekerheid. “De sleutelfuncties in de nieuwe organisatie zijn nu vervuld, maar voor mensen in de uitvoering is alles nog erg vaag”, vertelt H. van der Baan van het arbeidsbureau in Beverwijk. Zelf weet ze wel waar ze aan toe is. Haar functie als projectleidster van "Ruim Baan', een succesvol project voor langdurig werklozen, vervalt per 1 september. Het project wordt beëindigd, tot haar spijt. “Mijn hart ligt bij dit werk. Ik was eerst bang dat dit soort arbeidsintensieve dienstverlening zou verdwijnen, maar ik geloof nu dat het bestuur die toch wil inpassen in de nieuwe structuur.”

Wat er in Beverwijk precies verandert kan regionaal voorzitter R. Haks ook nog niet precies zeggen. De organisatiestructuur zal een afgeleide zijn van de ideeën die thans worden ontwikkeld over verbetering van de relatie met bedrijven en sociale diensten en over de wijze waarop “klanten aan de balie het beste kunnen worden geholpen”.

Oud-CPN-bestuurder Haks kan zich voorstellen dat de uitvoerders sceptisch zijn gestemd (“Ze hadden al zoveel reorganisaties achter de rug en nu weer die tripartisering”), maar hij gelooft heilig in hun motivatie: “Al die negatieve verhalen over de arbeidsvoorziening, ik merk dat de mensen daar echt pijn van hebben”.

In Amsterdam geeft RBA-voorzitter Ter Haar een, op het eerste gehoor, onthutsend antwoord op de vraag wat daar zal veranderen: “Wij gaan de bemiddeling centraal stellen”. Was dat altijd al niet de opdracht? Ter Haar: “Het daadwerkelijk bij elkaar brengen van vraag en aanbod kwam weinig meer voor. Er werd veel energie in scholing gestoken, in de hoop dat mensen daarna zelf hun weg zouden vinden.”

Overal zal de arbeidsvoorziening dichter op de klanten kruipen, ook in Amsterdam. Het arbeidsbureau aan de Singel wordt gesplitst in zes tot tien kleine bureaus. De thans verbrokkelde dienstverlening (registratie, informatie en bemiddeling zijn gescheiden functies) wordt geïntegreerd. “Een werkzoekende moet zo snel mogelijk terecht komen bij een all-round consulent, die de arbeidsmarkt kent en snel kan bepalen wat iemands mogelijkheden zijn”, aldus Ter Haar.

Hier en daar worden de effecten van de tripartisering al zichtbaar. Vorig najaar sprak de stichting Bouw-Vak-Werk nog hel en verdoemenis uit over de arbeidsbureaus. De stichting, een initiatief van werkgevers en werknemers in de bouw - die schreeuwt om vaklieden - heeft onder meer als taak CAO-afspraken over scholing en plaatsing van werklozen te realiseren. De stichting had in 1989 een convenant gesloten met de arbeidsvoorziening: De stichting stelde zich garant voor 3000 banen, arbeidsvoorziening zou voor scholing zorgen. Maar “de afspraken werden niet nagekomen. Mensen moesten veel te lang wachten voor ze aan scholing konden beginnen”, zegt directeur C. van Vliet van Bouw-Vak-Werk. “Op de arbeidsbureaus zag men ons als concurrent.” Dat is veranderd. Van Vliet: “Wij juichen nog niet, we vinden dat de arbeidsbureaus nog veel meer naar de bedrijven toe moeten. Maar ik constateer dat de bereidheid tot samenwerking is gegroeid. Daar hebben de RBA's een stimulerende rol in gespeeld”.

Het toekomstig functioneren van de arbeidsvoorziening hangt in sterke mate af van de samenwerking met al die instanties die zich de afgelopen jaren het lot van werklozen hebben aangetrokken: gemeenten, publieke en private onderwijsinstellingen, de gemeenschappelijke medische dienst (die gedeeltelijk arbeidsongeschikten aan werk helpt), een stichting als Bouw-Vak-Werk, welzijnsinstellingen en minderhedenorganisaties. Die spelen allemaal een rol, meestal niet in de eigenlijke bemiddeling, maar in het "voortraject': het opsporen, aanspreken en scholen van werklozen.

In het verleden werkten partijen langs elkaar heen. Het arbeidsbureau en de sociale dienst waren in veel plaatsen water en vuur. Nu moeten de inspanningen op een lijn worden gebracht. "Netwerkvorming' luidt het toverwoord. Arbeidsvoorziening claimt de "regie' bij de samenwerking. Maar hoever gaat dat? Sommigen vrezen voor landje-pik. Wethouder Halsema: “In Enschede hebben wij jarenlang terrein moeten bevechten op de arbeidsvoorziening. Juist groepen in achterstandssituaties kwamen op het arbeidsbureau niet aan bod. De trajectbegeleiding van werkzoekenden is door gemeenten ontwikkeld. Het is een slechte zaak als arbeidsvoorziening alles onder zijn regie wil brengen. Arbeidsvoorziening heeft niet de netwerken die wij hebben.”

In andere plaatsen is het wantrouwen geweken. De gemeente Helmond, die landelijke faam heeft verworven met haar aanpak van de langdurige werkloosheid, werkt inmiddels nauw samen met het arbeidsbureau. Enkele maanden geleden zijn de partijen een gezamenlijk scholingsproject gestart dat bijna honderd werklozen gegarandeerd een baan zal opleveren in de verpleging, de detailhandel of de techniek. Helmonds wethouder A. Meijer spreekt enthousiast van “samen optrekken” en “goed overleg”.

Competentiestrijd ligt ook op de loer in de relatie tussen het CBA en de RBA's. De regionale besturen vinden dat het CBA slechts globale kaders mag stellen en bijvoorbeeld moet afzien van gedetailleerde taakstellingen voor het aantal te vervullen vacatures in de vier doelgroepen die worden onderscheiden (allochtonen, vrouwen, jongeren en langdurig werklozen). RBA-voorzitter Van den Brand: “Het CBA wil te veel bepalen wat wij moeten doen. Wij zijn nog altijd de gevangene van het oude doelgroepenbeleid. Het CBA moet zich beperken tot het analyseren en ter discussie stellen van de centrale condities die de dynamiek van de arbeidsmarkt belemmeren, zoals het huidige pensioenmodel, het ontslagbeleid, het onderwijsbeleid en de onderwaardering van technische beroepen. De geluiden uit de haarvaten van de arbeidsvoorziening moet doorklinken in de Haagse politiek. Daar ligt de toegevoegde waarde van het CBA.”

CBA-voorzitter R. de Boer, voormalig adviseur van oud-PVDA-leider Den Uyl en de belangrijkste architect van de tripartisering, reageert welwillend op Van den Brand's pleidooi. “Op de lange termijn lijkt me dat een uitstekend model. Maar op de korte termijn kunnen we ons niet de luxe permitteren alleen strategische vragen te behandelen. We hebben onze handen nog vol aan het ombouwen van de organisatie. Verder zie ik in de toekomst ook een dienstverlenende taak voor het centraal apparaat. In de eerste maanden van dit jaar werden wij bij de RBA's inderdaad de deur uitgekeken, nu doen ze in toenemende mate beroep op onze deskundigheid.”

De Boer praat tamelijk laconiek over de obstakels op het pad van de arbeidsvoorziening. De relatie tussen CBA en RBA's? “Over de hoofddoelstellingen van de arbeidsvoorziening bestaat consensus.”

De relatie tussen arbeidsvoorziening en gemeenten? “Arbeidsbureaus en sociale diensten werken steeds beter samen.”

De tegenvallende resultaten in de eerste helft van dit jaar? “Dit is een heel moeilijk jaar. De vacature-markt is ingezakt van 900.000 naar 700.000 vacatures. De nieuwe besturen hebben tijd nodig om zich in te werken. Maar het tweede kwartaal was al beter dan het eerste. Ik verwacht dat we nog dicht bij de taakstelling uitkomen.”

Sinds de tripartisering is de arbeidsvoorziening zijn monopolie op de arbeidsbemiddeling kwijt. Andere organisaties, zoals uitzendbureaus en bureaus voor werving en selectie, kunnen bij het CBA een bemiddelingsvergunning aanvragen. Dat doen ze massaal. De Boer vreest de concurrentie niet. “Arbeidsvoorziening opereert toch vooral op onderdelen van de arbeidsmarkt die voor commerciële bureaus niet lonend zijn. Maar wij moeten wel proberen in andere segmenten van de markt zoveel toegang te krijgen, dat wij niet de alleen maar de bezemwagen van de arbeidsmarkt zijn. Als wij met onze uitgebreide infrastructuur die concurrentie niet aankunnen, zijn we geen knip voor de neus waard.”

De Boer zegt dat hij maar één echte kopzorg heeft. Dat is de relatie met de overheid, waaruit de arbeidsvoorziening na zoveel discussie is losgeweekt. “Wij worden ingeschakeld bij allerlei nieuwe taken, zoals banenpools voor werklozen, de jeugdwerkgarantiewet, het vluchtelingenwerk, waarvoor we geen extra geld krijgen. De overheid begrijpt nog niet goed in welke verhouding we tegenwoordig tot elkaar staan.”

Echt boos is De Boer over het voornemen van minister De Vries om volgend jaar, in het kader van de grote efficiency-operatie, 150 miljoen gulden te korten op het budget van de arbeidsvoorziening. Wettelijk ligt (nog) vast dat de arbeidsvoorziening in 1992, evenals dit jaar, op een rijksbijdrage van 1,9 miljard gulden kan rekenen. Het CBA heeft fel geprotesteerd. De Boer: “Het kabinet treedt afspraken met voeten. Dit is meer dan een schoonheidsfoutje, het is een zeer verstorende factor in de relatie tussen de overheid en de arbeidsvoorziening”.