Zelfaanjagend WAO-circuit

Elke ingezetene van Nederland die door arbeidsongeschiktheid niet aan het produktieproces kan deelnemen heeft recht op een AAW-uitkering (Algemene arbeidsongeschiktheidswet); die bedraagt 70 procent van het minimumloon. De AAW is een volksverzekering voor iedereen.

De WAO (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) is een werknemersverzekering die als "kop' op de AAW komt. Als werknemer ben je verplicht verzekerd tegen het risico dat je je baan verliest doordat je niet meer kunt werken. Dat kan komen doordat je in de bouw van een steiger valt en invalide wordt; doordat je drie vingers van je rechterhand iets te dicht bij de zaagmachine hebt gehouden; doordat je het werk niet aankunt en "stress' krijgt. Zo is er een hele reeks lichamelijke en geestelijke oorzaken waardoor je helemaal of voor een deel arbeidsongeschikt kunt worden. Een ramp voor de persoon in kwestie en zijn omgeving, waar je niet te licht over mag denken. De WAO-uitkering bedraagt met inbegrip van de AAW 70 procent van het laatst genoten inkomen en loopt door tot het 65ste jaar.

In ons omringende buitenlanden moet de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid in het werk liggen om voor een uitkering in aanmerking te komen. Eén van de royale kanten van onze WAO is, dat je ook als je bij het waterskiën een voet verliest een uitkering ontvangt, mits je maar werknemer bent. Zelfstandige ondernemers, die toch ook wel eens aan de zaag staan of waterskiën, komen niet in aanmerking; zij moeten zich particulier verzekeren voor zover ze meer dan een AAW-uitkering willen ontvangen.

Het geld voor de WAO-uitkeringen wordt bij elkaar gebracht volgens het zogeheten omslagstelsel. Per jaar wordt gekeken hoeveel er nodig is aan uitkeringsgeld (9 miljard gulden); er wordt vastgesteld hoe groot het loonbedrag (75 miljard gulden) is waarover de werknemers premie (12 procent) moeten betalen.

Je hoort nogal eens dat de WAO "onbetaalbaar is geworden'. Dat kan dus niet betekenen dat er geen geld meer in de pot zit om de WAO'ers te betalen. Het is immers een omslagstelsel: als er meer geld nodig is, dan moet eenvoudig de premie omhoog. In dit laatste zit hem het probleem. Het verhogen van de premie heeft meestal tot gevolg dat de arbeidskosten stijgen. Langs een omweg krijgt de werkgever die verhoging van de premie voor zijn kiezen. De werknemer wil een bepaald inkomen schoon in het handje (netto) ontvangen. Gaat een inhouding op zijn bruto-loon omhoog, dan zegt hij: verhoog m'n brutoloon maar zoveel dat ik er netto niet slechter van word. Premieverhogingen worden afgewenteld. De werknemer is niet zo solidair dat hij met een lager schoon loon genoegen zou nemen. Resultaat: de werkgever zit met hogere kosten per werknemer. Zou hij die in de verkoopprijs doorberekenen, dan verzwakt hij zijn concurrentiepositie. Geen probleem: laat die duurdere werknemer wat harder werken en de kosten per eenheid produkt hoeven niet omhoog. Op die manier zou je de zeer hoge Nederlandse arbeidsproduktiviteit kunnen verklaren: de werkenden moeten steeds harder lopen om de kosten van zichzelf en die grote bel niet-actieven op te brengen. Staan er bij ons niet tegenover 100 werkenden 87 niet-actieven? En door het opjagen van de werkenden nemen ongevallen en stress toe en komen er meer in de WAO terecht, waardoor de premie omhoog moet, enzovoort. De cirkel is rond.

Toch is volgens deskundigen zo'n zelfaanjagend WAO-circuit maar een deel van het verhaal. Een groot deel van de explosieve groei wordt ook verklaard uit het al te gemakkelijk arbeidsongeschikt verklaren door de keurmeesters. De klantvriendelijke benadering heeft er voor gezorgd dat het aantal toetredingen tot arbeidsongeschiktheidsregelingen per duizend verzekerden in ons land (16,6) ongeveer twee maal zo hoog is als in België (8,8) en in Duitsland (9,5).

Daar komt bij dat er nauwelijks enige prikkel bestaat om de WAO weer (voor een deel) te verlaten als je er eenmaal in zit. Het voor het leven uitgeschakeld zijn is ontmoedigend voor wie best nog voor een deel zou kunnen en willen werken. Het is ook verspilling van produktiecapaciteit voor een economie die in allerlei vakken steeds moeilijker aan arbeidskrachten kan komen.

Het terugdringen van het aantal WAO-ers kan op twee manieren worden aangepakt. Ten eerste het aantal uitkeringsgerechtigden: dan moet je de instroom beperken en de uitstroom bevorderen. De instroom beperk je door strengere criteria die strenger worden gehandhaafd. De uitstroom door de tijdsduur van de uitkering te beperken en door prikkels in te bouwen om weer (voor een deel) te gaan werken.

Ten tweede is er de hoogte van het uitgekeerde bedrag: dat kan worden verlaagd. Bijvoorbeeld door de uitkering afhankelijk te maken van het aantal jaren dat de getroffene heeft gewerkt. De loonderving die als gevolg van deze beperkingen niet meer via de overheid verplicht is verzekerd, kan men particulier bijverzekeren. Dat klinkt allemaal prima voor de toekomst. Maar we zitten door decennia gemakzucht en lamlendigheid met een geweldig bestand "bestaande gevallen'.

De regering wil de duur van de uitkering beperken voor nieuwe maar ook voor deze bestaande gevallen. Daarover is veel beroering ontstaan en het kabinet dat zijn voortbestaan bedreigd ziet, heeft al andere voorstellen aangekondigd. Maar de marges zijn smal, zoals dat heet. Het in het advies van de Sociaal Economische Raad ingebouwde wisselgeld om de 437.000 WAO'ers boven de 50 jaar met rust te laten, is al opgesnoept. Dat is in het oorspronkelijk kabinetsvoorstel verwerkt.

Wat blijft er dan over? Tegenover elke verzachtende maatregel moet iets staan om het beoogde bedrag van 4,4 miljard gulden minder uitkeringen in 1994 te halen. Misschien moeten we dat bedrag wel loslaten. En duurbeperking en verlaging van de uitkering alleen op nieuwe gevallen toepassen. Intussen serieus volgens de nieuwe criteria keuren van nieuwe en herkeuren van bestaande gevallen. De kosten van deze meer geleidelijke schoning van het bestand opbrengen door genoegen te nemen met een premieverhoging, die de werknemers niet afwentelen in hun lonen maar solidair voor hun rekening nemen. Tot dusver is van enige bereidheid op dit punt niet gebleken. Als het zou gebeuren dan kunnen het kabinet en de PvdA nog even gespaard blijven, voor het landsbelang.