Westen kan hulp Sovjet-Unie weer uit de kast halen

DEN HAAG, 22 AUG. "De coup die faalde' - vrij naar Aldous Huxley - heeft de weg vrijgemaakt om de plannen voor Westerse steun aan de economische hervormingen in de Sovjet-Unie te activeren.

Na de afgelopen drie dagen die de wereld schokten, zal de bereidheid van het Westen om steun aan de Sovjet-Unie toe te zeggen naar alle waarschijnlijkheid groter zijn - ook al blijven de beperkte afspraken gemaakt op de afgelopen top van de Groep van Zeven in Londen vooralsnog de basis voor de hulp.

Gorbatsjov overtuigde de Westerse leiders in Londen niet omdat hij een gepassioneerd verhaal over de dramatische toestand van de Sovjet-economie hield, waaruit niet bleek dat hij overzag wat de de overgang van een commando- naar een markteconomie werkelijk betekende. Bovendien had de Sovjet-Unie tot dat moment zelf nog geen stap richting hervormingen gezet; er waren slechts stapels plannen verschenen.

Aan de vooravond van de top had Gorbatsjov een 54-pagina dikke bedelbrief aan de G-7 gestuurd, waarin hij zijn bedoelingen uiteen had gezet, een onsamenhangende combinatie van voorstellen deels ontleend aan de conservatieve plannen van (ex-)premier Pavlov en deels aan het radicale plan van zijn adviseur Javlinski.

De economische deskundigen van de G-7 stelden hun eigen pakket voor de Sovjet-Unie samen en daaraan hechtten de leiders hun goedkeuring. Het is evenwel mogelijk dat de verdergaande voorstellen van Grigori Javlinski en Harvard hoogleraar Graham Allison nu alsnog in de Westerse hulpplannen verwerkt zullen worden.

De G-7 wil de hulp niet beperken tot de unie en de republieken die het nieuwe unieverdrag afgelopen dinsdag zouden ondertekenen (het zogenoemde 9+1 verdrag), maar ook verstrekken aan republieken die het unieverdrag hadden afgewezen, zoals de Baltische staten. Deze technische steun moet zich richten op de belangrijkste sectoren van de Sovjet-economie. Landbouw en voedseldistributie: Dringende verbetering van de chronisch ineffiënte landbouwsector door uitbreiding van de bestaande landbouwprojecten, training van personeel in markteconomie en marketing, hulp bij de organisatie van kredietverlening aan de landbouw, uitbreiding van de landbouwvoorlichting en advisering bij de privatisering van staatsboerderijen. Energie: Korte termijn verbeteringen die snel harde valuta opleveren, zoals afschaffing van kunstmatige planprijzen voor energie, steun aan energiebesparing, vermindering van verspilling en milieumaatregelen, herstel van de infrastructuur, reorganisatie van de energie-industrie en verhoging van de nucleaire veiligheid. Omschakeling van defensie-industrie. Ondanks de beperkte ruimte voor Westerse steun op dit gebied bestaan mogelijkheden voor technische adviezen en investeringen van Westerse bedrijven in Sovjet-ondernemingen die willen omschakelen van wapenproduktie naar civiele produktie. Financiële dienstensector. Training van bankiers en hulp bij het opzetten van een banksysteem waarbij een scheiding wordt aangebracht tussen het centrale bankstelsel en particuliere banken. Kleine ondernemingen. Steun bij juridische hervormingen, boekhouding, accountantsregels, kennis van beginselen van de markttechnieken. Band met IMF en Wereldbank. Speciale associatie, vooruitlopend op een volledige lidmaatschap maakt het mogelijk dat de Sovjet-Unie toegang krijgt tot de technische deskundigheid van deze twee instellingen - maar vooralsnog niet tot leningen. Ondertussen kan het IMF beginnen een "schaduwprogramma' op te stellen voor toezicht op de Sovjet-economie. Coördinatie van de hulp. Deze zal worden uitgevoerd door het jaarlijks wisselende voorzitterschap van de Groep van zeven. Dit programma was in sterke mate opgebouwd rond de persoon van Michail Gorbatsjov en na de mislukte coup tegen de Sovjet-president is het waarschijnlijk onvoldoende. Daarom maakt Westerse steun aan het hervormingsplan van Sovjet-econoom Grigori Javlinski en de groep van Harvard-economen onder leiding van Graham Allison, nu meer kans dan anderhalve maand geleden. Hun programma, Windows of opportunity, trok toen veel aandacht maar werd afgewezen omdat tegenover de zekerheid van een grootscheepse Westerse financiële injectie de onzekerheid van de hervormingsbereidheid en de politieke stabiliteit in de Sovjet-Unie stonden.

Het Javlinski-plan streeft naar een snelle, radicale omvorming van de commando-economie in een markteconomie. Daarbij is een sterke daling van de levensstandaard in de Sovjet-Unie in de beginfase onvermijdelijk en in het voorstel van Javlinski-Harvard zou het Westen op grote schaal financiële hulp moten verstrekken om de effecten hiervan op de bevolking te verzachten. Hoewel geen specifiek bedrag genoemd wordt, valt op te maken dat het Westen 100 à 150 miljard dollar in een periode van drie tot vijf jaar in de Sovjet-Unie zou moeten steken.

Een essentieel verschil met de hulp die de G-7 heeft goedgekeurd is dat de Sovjet-Unie op korte termijn lid wordt van het IMF en de Wereldbank. Gedurende de onderhandelingen over het lidmaatschap, die hoe dan ook tijdrovend zullen zijn, zouden de Westerse landen een "voorschot' moeten verstrekken op de leningen die de Sovjet-Unie later van het IMF en de Wereldbank kan ontvangen.

Volgens het Javlinski-programma zou de Sovjet-Unie al in 1992 een bijstandslening van het IMF van 5 miljard dollar en een structurele aanpassingslening van de Wereldbank van 2 miljard dollar ter ondersteuning van de macro-economische hervormingen moeten ontvangen. Daarnaast zou de Wereldbank leningen ter waarde van maximaal 8 miljard dollar voor verbetering van de infrastructuur moeten verstrekken. Bovendien zou de Europese Ontwikkelingsbank (EBRD) zijn statutaire limiet op leningen aan de Sovjet-Unie moeten intrekken, zodat meer geld uitgeleend kan worden ter ondersteuning van de particuliere sector. Na 1992 moeten deze instellingen jaarlijks opnieuw grote bedragen uitlenen aan de Sovjet-Unie, waar de hervormingen dan inmiddels fors op gang zouden zijn gekomen.

In navolging van het stabilisatiefonds dat twee jaar werd ingesteld om Polen te ondersteunen toen de zloty vrij inwisselbaar werd gemaakt, moet volgens het Javlinski-plan een stabilisatiefonds voor de roebel worden ingesteld. Een bedrag voor dit roebelfonds is niet genoemd. Ook president Gorbatsjov vroeg in zijn brief aan de G-7 om een dergelijk stabilisatiefonds, maar die suggestie werd door de Westerse leiders in juli niet overgenomen.