"We zien nu ook af en toe iemand in trainingspak'

Nationale Sport Bibliotheek Laan van Poot 361 2566 DA Den Haag telefoon: (070) 3250002 Hoofdonderwerp: (Alle facetten van de) sport. Aantal boeken: 29.500 titels. Tijdschriften: 430 lopende abonnementen. Microfiches: 7200 met daarop Amerikaanse proefschriften over lichamelijke opvoeding en sport. Interessante passages kunnen afgedrukt worden. Openingstijden: Van maandag tot en met donderdag van 10.00 tot 17.00 uur. Op vrijdag van 10.00 tot 16.00 uur. De boeken worden aan iedereen uitgeleend. Per boek moet één gulden leengeld betaald worden.

Een van de meest curieuze bezittingen van de Nationale Sportbibliotheek is een tijdschrift uit Hongkong. Iedere aflevering wordt trouw naar Den Haag gezonden, zonder dat iemand weet waarom dat gebeurt. De wirwar van karakters is totaal onbegrijpelijk voor het personeel, maar de illustraties hebben het blad een plaats bezorgd tussen de tafeltennisbladen. ""Het staat daar wel leuk, maar eigenlijk zouden we eens in een Chinees restaurant moeten vragen hoe het blad heet.''

Toen de Nederlandse Sport Federatie (NSF) vorig jaar van Den Haag naar Papendal verhuisde, dreigde de bibliotheek verweesd achter te blijven. Mee verhuizen naar Arnhem kon niet, omdat Papendal met het openbaar vervoer slecht bereikbaar is. De Haagse Hogeschool bleek bereid als pleegouder op te treden. Onderdeel van de Haagse Hogeschool is een academie voor lichamelijke opvoeding en voor de studenten van deze richting zou het boekenbezit een verrijking betekenen. De NSF-bibliotheek werd bij het boekenbezit van de opleiding gevoegd en zo ontstond de Nationale Sportbibliotheek. Het personeel van de bibliotheek vindt de samenvoeging wel gezellig. ""We zien nu ook af en toe iemand in trainingspak. De studenten lichamelijke opvoeding komen als zij een uurtje vrij hebben even langs om te kijken of de Voetbal International er al is.''

De sterke kant van de bibliotheek is de breedte van de collectie. Er is literatuur aanwezig over alles wat iets met sporten of lichamelijke opvoeding te maken heeft: blessure-preventie, darten, gehandicaptensport, turnen, sportgeneeskunde, trainingsopbouw, maar ook hoe zwembaden hun voorzieningen aan de toenemende vergrijzing kunnen aanpassen of hoe reptielen ingezet kunnen worden bij het onderhoud van golfbanen. De boekenschat wordt dan ook door uiteenlopende gebruikersgroepen geraadpleegd. De bibliothecaris, Jolanda de Klein: ""We zien hier trainers, fysiotherapeuten, en Truusje van de straat.''

De collectie weerspiegelt het algemene karakter van de Nederlandse Sport Federatie. Bij de NSF zijn tweeënnegentig landelijke sportorganisaties aangesloten en zij betitelt zichzelf als de "vertegenwoordiger en belangenbehartiger van de totale Nederlandse sport.'

Het streven naar compleetheid van de collectie heeft de bibliotheek moeten laten varen. Vijftien jaar geleden was het nog mogelijk om bijvoorbeeld alle Nederlandstalige sportboeken aan te schaffen. Sporten was toen nog gewoon "ontspannende lichaamsbeweging' en nog geen explosief groeiende industrie. Nu rijst het aantal nieuwe sportboeken de pan uit. De Klein vindt het geen ramp om niet langer alles te kunnen kopen. ""Er verschijnt ook veel pulp. Het is niet onze taak om alles in huis te hebben wat in de kiosk ligt. Bovendien hebben we daar het geld niet voor.''

Voorbeelden van gerealiseerde besparingen zijn het opzeggen van een Russisch tijdschrift dat steevast slechts door één lezer ingekeken werd. Ook een drieduizend gulden kostend wetenschappelijk tijdschrift ging de deur uit, omdat werkelijk geïnteresseerden het in de bibliotheek van Universiteit van Amsterdam kunnen lezen. Vervelend is dat de bibliotheek niet langer extreem dure werken aan kan schaffen, terwijl juist op dit gebied een taak is weggelegd. Voor particulieren zijn deze boeken immers ook te duur.

Stelregel in de bibliotheek is dat er zo weinig mogelijk "Nee' verkocht mag worden. De laatste tijd was er in de bibliotheek bijvoorbeeld veel vraag naar informatie over Callanetics. Dit is een vorm van lichaamsbeweging waar spelvreugde definitief plaats heeft gemaakt voor efficiëntie. Met behulp van het schier eindeloos herhalen van zeer kleine beweginkjes wordt vetweefsel snel omgezet in spieren. De illustraties in het Callanetics-boek tonen geen sporters die volledig opgaan in hun spel, maar hang- en drilkonten in te strakke onderbroeken. Het door te trainen strakker worden van deze bilpartijen is zorgvuldig op de gevoelige plaat vastgelegd. Erg appetijtelijk ziet het er niet uit, maar dankzij de grote vraag is het in de bibliotheek te bewonderen. Deze rage loopt inmiddels op haar laatste benen.

De bibliotheek wordt volgens De Klein te weinig benut door topsporters en -coaches. Die doen veel werk dubbel door op eigen houtje de literatuur bij te houden. De bibliotheek zou hun dit extra werk graag uit handen nemen. Het is de bedoeling dat de toppers in de sportwereld in de toekomst vanuit de bibliotheek op de hoogte worden gehouden van interessante publikaties.

Een ander punt op het verlanglijstje van het personeel is dat de nog overgebleven boekenverzamelingen van de individuele sportbonden in de sportbibliotheek worden ondergebracht. De Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond en de Nederlandse Bergsport Vereniging beheren bijvoorbeeld nu zelf nog een gespecialiseerde collectie. Wanneer die uitbreiding zou plaatsvinden dreigt overigens wel een ruimtetekort. Op dit moment zijn alle boeken al in een magazijn opgeslagen, omdat voor een uitstalling onvoldoende ruimte beschikbaar is. De boeken zijn daardoor alleen met behulp van de computer bereikbaar. Een ander nadeel van de bibliotheek is de slechte bereikbaarheid voor lichamelijk gehandicapten. De bibliotheek is op de eerste verdieping gelegen en bereikbaar via een soort brandtrap. Gehandicapten die per se naar binnen willen kunnen misschien via het schoolgebouw van de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding verder komen. Maar ook daar zal een (wat bredere) trap overwonnen moeten worden.

Bijzonder is dat de bibliotheek alle jaargangen heeft van De Nederlandsche Sport. Dit blad verscheen voor het eerst in 1882 en is daarmee het oudste Nederlandse tijdschrift op sportgebied. Een andere aardigheid is dat de bibliotheek een gedeelte van het fotoarchief van Elsevier beheert. Dit betreft een kast vol zwartwit foto's uit de jaren zestig. Iedereen kan hier in rondneuzen, maar wie een foto wil lenen zal daar een goede reden voor moeten geven. Opvallend is het grote aantal boksfoto's in de verzameling. Het zijn er bijna net zoveel als van het voetballen en tennissen. Ik trek er een tevoorschijn met Cassius Clay (later Mohammed Ali) erop. Het is een foto uit de tijd dat hij nog aan het begin stond van de door hem zo snel afgelegde weg van jonge god naar versleten wrak.