Voor WAO-plan bestaat een alternatief

Het kabinet en de fracties van het CDA en de PvdA proberen op dit ogenblik nog uit het WAO-moeras te komen. Gelet op de reacties uit de samenleving is dat zeker geen eenvoudige zaak.

Met de aanpak van de Wet arbeidsongeschiktheid en de Ziektewet heeft het kabinet ten minste twee doelen op het oog. In de eerste plaats het verbeteren van de verhouding actieven - inactieven en bovendien de collectieve lastendruk niet te laten stijgen. Het laatste wil het kabinbet vooral bereiken door op WAO en ziektewet 4,4 miljard gulden te besparen.

Tussen beide doelen bestaat een verband: wordt de verhouding tussen actieven en inactieven verbeterd, dan heeft dat een positief effect op de collectieve lastendruk. En omgekeerd: indien de collectieve lastendruk in de hand wordt gehouden, dan heeft dat onder bepaalde voorwaarden een positieve uitwerking op de werkgelegenheid. Indien het kabinet er in slaagt het aantal WAO-ers terug te dringen en hen tevens geschikt werk kan worden aangeboden, dan worden achtereenvolgens het eerste en het tweede doel naderbij gebracht.

Aangezien het aantal WAO'ers op dit moment nog toeneemt en een ombuiging de nodige tijd vergt, is het denkbaar dat ook bij effectieve maatregelen de collectieve lastendruk vooralsnog enigszins oploopt. Gelet op de tweede doelstelling wil het kabinet dat laatste tegen elke prijs voorkomen. Officieel motiveert het die keuze door te verwijzen naar de negatieve werkgelegenheidseffecten die anders optreden. Een dergelijke motivering doet echter vreemd aan als men bedenkt dat volgens de kabinetsplannen een kleine driehonderdvijftigduizend arbeidsongeschikten binnen korte tijd op bijstandsniveau terechtkomen of daar voor een deel reeds op zitten, terwijl het bedoelde werkgelegenheidseffect over een dergelijke periode hooguit enkele tienduizenden arbeidsplaatsen beloopt. Daarbij valt nog op te merken dat de collectieve lastendruk ook op vele andere manieren is te verlagen. Bijvoorbeeld door de kinderbijslag voor het eerste kind in een glijdende schaal te laten afnemen, zodat men boven anderhalf of tweemaal modaal niets meer ontvangt of de BTW te verlagen. Het gaat dus om politieke keuzen, niet om economische noodzakelijkheid.

Het lijkt er dus op alsof het kabinet zich met de lastendrukdoelstelling bewust klem heeft willen zetten, zodat aan een ingreep in hoogte of duur van de uitkeringen niet valt te ontkomen. Voor het CDA een bewuste stap naar een mini-stelsel? Of een Kamermeerderheid de weg naar een mini-stelsel wil inslaan of daarentegen het huidige stelsel zoveel mogelijk intact wenst te laten, moet nog blijken. In het onderstaande geef ik een alternatief voor het aanvankelijke kabinetsplan voor WAO, waarbij het huidige systeem zoveel als mogelijk onaangetast blijft. Uitgangspunten zijn: - daling instroom WAO - de collectieve lastendrukdoelstelling blijft indien verantwoord gehandhaafd en - alle huidige WAO'ers kunnen, voorzover ze niet meer aan de slag komen hun uitkering behouden.

In de huidige voorstellen wil minister De Vries alle betrokkenen prikkels toedienen om zorgvuldiger met de regelingen om te gaan. Vanuit dat gezichtspunt bezien valt het op dat de prikkels voor werknemers over de WAO onevenredig groot zijn. Voor werknemers onder de vijftig jaar wordt in het kabinetsvoorstel de duur afhankelijk van het aantal jaren dat zij hebben gewerkt en bedraagt de minimale duur één jaar. Een dergelijke duurverkorting (die in veel gevallen twintig jaar of meer bedraagt) is met goed fatsoen geen prikkel meer te noemen. Ik stel nu voor de financiële prikkel niet aan het eind van het traject toe te dienen, doch eerder en in beperkte omvang. Daarbij wordt er van uitgegaan dat andere voorgestelde maatregelen betreffende preventie, begeleiding bij ziekte, financiële prikkels naar werkgevers, enzovoorts blijven gehandhaafd of worden geïntensiveerd. Een voorbeeld maakt de bedoeling duidelijk.

Eerst komt de werknemer maximaal één jaar in de Ziektewet, vervolgens krijgt hij (indien nog niet hersteld) een half jaar een WAO-uitkering, die maximaal zeventig procent van zijn laatste inkomen bedraagt. Deze WAO-periode wordt, evenals een substantieel deel van het jaar ziektewet, door de werkgever betaalt. Daarna krijgt hij een bepaalde periode (bijvoorbeeld twee jaar) een WAO-uitkering op bijstandsniveau. Blijft betrokkene arbeidsongeschikt, dan komt hij na die periode - na nogmaals te zijn gekeurd - weer op een uitkering van maximaal zeventig procent. Vòòr en ook tijdens deze "drempelperiode' moet er alles aan gedaan worden om betrokkenen weer aan het werk te krijgen en wordt hen zonodig ook (bij) scholing aangeboden. Zij die nog wel tot werk in staat zijn, worden zo door begeleiding, financiële prikkel en eventuele scholing drastisch aangezet weer aan het werk te gaan.

De ernstig arbeidsongeschikten, die de rest van hun leven niet meer kunnen werken, zijn bij deze aanpak veel beter af dan in de kabinetsvoorstellen. Uiteraard kan men verschillende varianten op dit systeem bedenken. Zo kan men bijvoorbeeld de drempelperiode eerder of later in laten gaan. Tevens is het denkbaar dat de drempelperiode voor jongeren langer is dan voor ouderen.

Na invoering dient het voortgangsproces nauwkeurig te worden bewaakt. Prikkels kunnen - indien gewenst, na enkele jaren worden bijgesteld. De besparingen bij dit alternatief zijn duidelijk en worden sneller geëffectueerd dan de besparing op duurverkorting in de kabinetsplannen. Komt men bij doorrekening een fractie van de 4,4 miljard tekort, dan kan men op meer rechtvaardige uijze buiten WAO of ziektewet om een besparing zoeken. En zelfs de invoering van een drempel - in dit geval is het begrip "zeef' meer toepasselijk - voor hen die niet langer dan enkele jaren arbeidsongeschikt zijn, is, alhoewel principieel onjuist vanwege het verzekeringsprobleem, te verkiezen boven de voorgestelde duurverkorting voor huidige WAO'ers.

Ook dient de overheid de werkgelegenheid te bevorderen. Bijvoorbeeld door verlaging van het bruto minimumloon. Bij bovengenoemde aanpak krijgt de WAO een reeële kans goed te gaan functioneren. Kan men met minder ingrijpende maatregelern toe dan is dat des te beter; in vergelijking met de oorspronkelijke kabinetsplannen vormt het door mij geschetste plan echter een redelijk alternatief.