Verontwaardigde monoloog

Elkaar fors tegensprekend, sloten de televisiestations de afgelopen nacht hun uitzendingen af.

Waar was Gorbatsjov? In het Russische parlementsgebouw, meldden de NOS en de BBC. Nee, wisten andere stations, hij is meteen naar zijn eigen huis teruggekeerd. Dank zij CNN, dat steeds de handigheid had de beelden van de Sovjet-tv rechtstreeks over te nemen, kregen we vanmorgen de eerste opnamen van Gorbatsjov bij aankomst op het vliegveld te zien. Hij was nog fit genoeg voor een lange, verontwaardigde monoloog tegen een tv-verslaggever die er geen vraag tussen kon krijgen.

Intrigerend was de aanwezigheid van minister Bessmertnych op de achtergrond. Zijn houding tijdens de coup was een van de favoriete onderwerpen in de diverse tv-uitzendingen. Waar was hij maandag geweest? Hij had koorts gehad, zei hij. “Vraag het maar aan mijn dokter.” De schaduw van de collaboratie viel over meer gesprekken, het was roerend te zien hoe sommigen hun draai in het duister namen.

Maandag was op de BBC een meneer Urnov te zien, hoofdredacteur in New York van het blad Literary Questions. Hij uitte zich toen bijzonder positief over de coup. Toen hij daar gisteravond door BBC's Peter Snow op werd gewezen, zei hij haastig: “Ik had niet zozeer sympathie alswel begrip voor de junta.”

Tijdens een uitzending van CNN's Crossfire nam presentator Mike Kinsley de bureauchef in New York van de Sovjet TV, Vladimir Zvjagin, in de tang. Eerst weer die pijnlijke vraag: wat was uw houding maandag? Zvjagin: “Ik zei maandag na de persconferentie van de junta meteen tegen mijn collega's: moeten wij in die man (Janajev) met zijn trillende vingers en zijn leugens geloven?” “Prachtig”, zei Kinsley, “maar in jullie uitzendingen in Rusland zijn jullie helemaal omgeslagen: de eerste dag meepraten en pas later de coup veroordelen.” Zvjagin moest het beamen: “Ik ben het er helemaal mee eens, en ik moet helaas zeggen dat onze nationale omroep zich heeft laten kennen als de zwakste schakel in de keten van gebeurtenissen.”

Toch is de persbreidel in de Sovjet-Unie niet geslaagd. Hoe belangrijk de rol van de media en de communicatiemiddelen ook nu weer geweest is, beklemtoonde de Amerikaanse politicoloog Steven Spiegel. “Het is niet gemakkelijk meer om in dit tv-tijdperk een coup uit te voeren”, zei hij. “Je kunt niet alle lijnen en faxen uitschakelen.”

Had Gorbatsjov deelgenomen aan het complot? Die gewaagde theorie dook gisteren in allerlei varianten op. Het aardige was dat een welbespraakte meneer uit Groningen al op dinsdagavond in een VPRO-radioprogramma tegenover Henk Hofland een dergelijke theorie haarfijn uiteenzette. “Ik sta paf, maar ik geloof er niets van”, zei Hofland. En wat zegt een dag later de president van Georgië tegen CNN? “Gorbatsjov kan deze coup zelf hebben gepland met het oog op toekomstige verkiezingen.” Zelfs Sjevardnadze zou iets in deze richting hebben gesuggereerd. Alle commentatoren - en ook Bush - reageerden er overigens even afwijzend op.

Opvallend was dat de kritiek op Gorbatsjov groeide naarmate de nacht vorderde. Hij zou nu voor Jeltsin door het stof moeten, daar was iedereen het over eens. Hoe had hij de juntaleiders voordat zij de coup pleegden kunnen vertrouwen? Huib Hendrikse, expert van Clingendael, vond het hoogst merkwaardig dat Gorbatsjov zich na zijn terugkeer niet meteen tot het volk wendde. “Hij is kennelijk naar zijn paleisje bij Moskou. Ik zou zeggen: blijf dichtbij je mensen waar je zoveel van zegt te houden.” Maar BBC-commentator John Simpson bleef het voor Gorbatsjov opnemen. “De Russen zijn niet langer politieke slaven”, zei hij in een bewogen slotwoord. “Dat is de verdienste van Gorbatsjov geweest: a pretty achievement.”

Ook de meest ingewijde waarnemers bleven met grote vragen worstelen. Een Rotterdamse kijker vroeg vannacht aan Steve Hurst, de bureauchef van CNN in Moskou, waarom het Russische leger niet op de eigen bevolking had willen schieten - in tegenstelling tot het Chinese leger drie jaar geleden. “Een zeer goede vraag”, zei Hurst, “die ik mezelf ook voortdurend stel. Maar ik weet het antwoord niet.”

Eén onbeantwoorde vraag bleef mij het meest intrigeren. Ze werd gesteld door een journaliste aan Bessmertnych. “Wie ging er die drie dagen over de atoomwapens?” vroeg ze. “Niet het comité”, zei hij, “maar de autoriteiten.” En wie waren dat dan, drong de journaliste aan. Daarop gaf hij geen antwoord.