Sovjet-legertop gokte tevergeefs alleen op discipline van militairen

Een pelotonscommandant van de Tamanskaya-divisie - een van de drie divisies die in Moskou werden ingezet - vertelde gisteren geen idee gehad te hebben met welk doel hij zijn tanks maandagochtend vroeg naar de hoofdstad dirigeerde. “De mensen vroegen ons of we werkelijk van plan waren om op ze te schieten. Wij waren geschokt, want we hadden geen idee dat het leger een staatsgreep moest helpen afdwingen.”

Vanaf het begin stelden militaire waarnemers in het Westen vast dat het succes van de staatsgreep zou staan of vallen met de bereidheid van het Sovjet-leger om burgers te doden. Voor tien tankbemanningen van de Tamanskaya-divisie was dat onmiddellijk te veel gevraagd. Zij schaarden zich als eersten aan de zijde van Jeltsin; een beslissing die militair nauwelijks betekenis had, maar symbolisch van onschatbare waarde bleek.

Sommige militaire analisten hebben de uitkomst van de machtsgreep verklaard door te wijzen op de “traditie van het Rode Leger om niet te schieten op het eigen volk”. Daar is iets van waar, maar "eigen volk' is een rekbaar begrip. Zo had de Russische commandant Rodionov in april 1989 weinig scrupules toen hij het vuur liet openen op hongerstakers in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Het handhaven van de binnenlandse orde in de Sovjet-Unie is voor een deel juist gebaseerd op het tegen elkaar uitspelen van de verschillende volkeren van de Sovjet-Unie en hun sentimenten.

En zo werd gisteren nog rekening gehouden met de inzet in Moskou van een uit Centraalaziaten bestaande tankdivisie. Als deze militairen immers al sympathie hadden kunnen opbrengen voor de argumenten van Russische burgers, dan nog hadden ze hen niet kunnen verstaan.

Bij de voorbereidingen is daarom ongetwijfeld overwogen de Centraalaziatische eenheden reeds in de eerste uren te gebruiken, maar het overbrengen van de regimenten zou zeker niet onopgemerkt zijn gebleven, in binnen- en buitenland. De noodgedwongen inzet van Russische militairen tegen Russische burgers hield daarom van meet af aan een risico in. Duidelijk is inmiddels dat de hoogste legerleiding dat heeft onderschat toen ze haar steun verleende aan de coup.

Het is niet de enige onderschatting. Een dag na de coup, nog voor de halfslachtige pogingen van de lichte tanks om barricades te doorbreken voor iedereen zichtbaar faalden, werd in de Sovjet-legerleiding grote verwarring geconstateerd. “Niemand weet wie precies het bevel voert”, verklaarden Sovjet-militairen telefonisch tegenover redacteuren van het toonaangevende militaire tijdschrift Jane's Intelligence Review in Londen. “Het lijkt haast of het systeem is verlamd.”

Sinds Stalin is de discipline in het Sovjet-leger met ijzeren vuist gehandhaafd, maar discipline woog blijkbaar niet zwaarder dan andere argumenten. Een daarvan is het economische argument, waarmee het Comité voor de Noodtoestand zijn greep naar de macht onder meer poogde te legitimeren. Een belangrijk deel van het leger, vooral het middenkader en jonge officieren, verlangt niet langer naar een leger dat alleen in kwantitatief opzicht telt, zoals het Rode Leger van de Koude Oorlog. Zij geven de voorkeur aan een kleiner, maar efficiënt en technologisch hoogwaardig leger, van het type dat in de Golfoorlog zijn nut heeft bewezen. Zij delen met Jeltsin en Gorbatsjov de overtuiging dat daarvoor economische hervormingen nodig zijn, en hebben zich verzoend met een afgeslankt budget. Nu verteert het leger zo'n 25 procent van het bruto nationaal produkt van de Sovjet-Unie. De conservatieve generaals die het Rode Leger zijn huidige grootte hebben gegeven associëren lagere budgetten openlijk met “het onttakelen” van het leger en het “weggeven” van verworven macht aan het Westen.