Snelle stellingname is "fantastisch voorbeeld politieke eenheid'; Navo-beraad met hoog Clavan-gehalte

BRUSSEL, 22 AUG. Gaandeweg viel de bodem uit de NAVO-vergadering. Na bijna elke discussiebijdrage van een minister op de buitengewone bijeenkomst gistermiddag in Brussel las secretaris-generaal Manfred Wörner een door assistenten aangereikte mededeling voor met de laatste positieve berichten uit Moskou. Op zeker moment werd hij zelfs voor enige tijd weggeroepen, omdat Boris Jeltsin aan de telefoon was. De Russische president had de troepen opdracht gegeven naar hun kazernes terug te gaan.

Het concept-communiqué, dat tien minuten na aanvang van de vergadering al voor de deelnemers op tafel lag, werd met de minuut meer geschiedenis. De harde slag die de zestien ministers hadden willen uitdelen aan wat hier inmiddels ook allerwegen de "junta' werd genoemd werd midden in de lucht bevroren. Niettemin, zei de Amerikaanse minister Baker na afloop, had de NAVO met haar snelle reactie en haar eensgezinde stellingname “een fantastisch voorbeeld van politieke eenheid” gegeven. Het bondgenootschap is alive and kicking, zo moest men daaruit concluderen.

Af en toe liep een minister weg om in een zijzaal even naar CNN te gaan kijken, terwijl de bijeenkomst gewoon doorging. Als de ministerstrein eenmaal in beweging is laat hij zich niet gauw meer afremmen. Het slotcommuniqué werd tegen vijven ook gewoon gepubliceerd, aangevuld met een alinea waarin staat dat de ministers “bemoedigd en opgemonterd” waren door de berichten uit Moskou. Alsof de gemoedstoestand van ministers een punt van bijzondere politieke betekenis is.

Op andere wijze kwam deze wat parmantige toon terug op de persconferenties die de bewindslieden verspreid door het gehele NAVO-gebouw gaven. Daarin gaven ze de "laatste' feiten uit Moskou, die vergeleken met wat de tv-stations op de monitors in de perszaal toonden drie ronden achter lagen. De analyses die er ongevraagd werden bijgeleverd hadden geregeld een hoog dr. Clavan-gehalte. Minister Baker bijvoorbeeld: “Als deze coup werkelijk is mislukt, zou het best eens kunnen zijn dat het hervormingsproces, zoals dat op gang was gebracht, wordt versterkt”.

Omdat Baker misschien zelf ook wel begreep dat dit allemaal wat mager was, refereerde hij terloops aan “sommige dingen die ik hier niet kan zeggen met betrekking tot eerdere pogingen tot staatsgreep”. Het signaal was duidelijk: hij wilde best z'n mond voorbij praten, maar op een ander tijdstip.

Minister Genscher, al tweeëntwintig jaar als minister omringd door mensen die bereid zijn alles indrukwekkend te vinden wat hij zegt, had ook een hele sterke: “Het mislukken van de staatsgreep is ook van grote betekenis voor de stabiliteit in de Midden- en Oosteuropese landen”.

Het slotcommuniqué was inderdaad achterhaald, zo moesten de bewindslieden uiteraard wel toegeven. Het werd toch uitgegeven, “om duidelijk te maken wat we zouden hebben gezegd als de coup wel was gelukt”, zei een woordvoerder van de Britse minister Hurd. “Om onze principiële houding in dergelijke kwesties vast te leggen”, zei minister Van den Broek.

Zo kon men om half zes dus de eis lezen dat “Boris Jeltsin en andere democratisch gekozen leiders” in staat moeten worden gesteld hun legitieme functies uit te oefenen. Op dat moment was Jeltsin wellicht de machtigste man in de hele Sovjet-Unie en waren de putschisten aan wier adres de oproep was gericht al uren spoorloos. “Wij zullen afzien van contacten met hen (de junta) op politiek niveau”, stond er nog, waarbij de lezers van de verklaring bovendien in het ongewisse werden gelaten over het soort contacten dat dan wèl met hen mogelijk zou zijn. Terwijl de tanks, met vriendelijk zwaaiende soldaten erop, zich terugtrokken uit de straten van Moskou en Leningrad riepen de NAVO-ministers op de dreiging van geweld weg te nemen.

Meer up-to-date waren passages waarin tot uitdrukking werd gebracht dat er naast de bestaande contacten met de Sovjet-Unie zo snel mogelijk nieuwe contacten met het land op allerlei niveaus moeten worden gelegd. Ook de herhaling van het juni dit jaar in Kopenhagen ingenomen standpunt dat het behoud van vrijheid en democratie in Midden- en Oost-Europa “van direct en materieel belang” voor de NAVO-staten is, valt in die categorie. Die passage werd al in juni geïnterpreteerd als een voorzichtige uitbreiding van de NAVO-veiligheidsgarantie over de voormalige satellieten van de Sovjet-Unie in Midden- en Oost-Europa.

Gisteren werd daaraan toegevoegd dat het veiligheidsbelang van de NAVO-landen “onverbrekelijk verbonden is met dat van alle andere staten in Europa, in het bijzonder dat van opkomende democratieën”. In navolging van het EG-communiqué van dinsdag verklaarden ook de NAVO-ministers dat zij hun bijdrage aan het democratiseringsproces in die landen zullen “versterken”.

Moet er nu niet veel meer geld naar de Sovjet-Unie en de andere landen in Oost-Europa, zo werd de ministers gevraagd. Jawel, zei Genscher. De andere Westerse landen moeten meer doen, want Duitsland heeft de grenzen van zijn kunnen op dat punt bereikt. Nee, zeiden de meeste anderen, alleen geld geven helpt niet. James Baker: “De Sovjet-Unie wordt geen economisch succes door de cheques van andere landen. Ze moet eerst zelf fundamentele economische hervormingen doorvoeren”.

Minister Van den Broek zei het zo: “Het heeft ons nooit ontbroken aan de politieke wil om de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie te helpen consolideren. Maar we kunnen niet met de ogen dicht en de handen in de zakken miljarden blijven uitbraken. Als dat niet gebeurt op grond van duidelijke beginselen voor de overgang naar een markteconomie blijft het goed geld naar kwaad geld gooien”.

In het slotcommuniqué stond hierover niets. Maar uit de vragen aan de ministers na afloop bleek wel dat grotere Westerse hulp aan de Sovjet-Unie een van de centrale thema's wordt binnen de discussie over de vraag hoe het nu verder moet.