Sanering WAO moet leiden tot nieuw uitkeringsstelsel

DEN HAAG, 22 AUG. In tegenstelling tot de toezegging van vorige week sturen minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken hun collega's geen notitie op basis waarvan het kabinet - voor de tweede keer - de WAO-knoop moet doorhakken. Wel worden op het ministerie discussie-stukken geproduceerd. Maar de eer om het compromis, of debâcle, tussen CDA en PvdA te bewerkstelligen, wordt overgelaten aan premier Lubbers en vice-premier Kok.

In de notities valt een rode draad te ontdekken. De sanering van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering moet de weg vrijmaken naar één verzekering voor alle vormen van loonderving; met andere woorden: Ziektewet, WAO en Werkloosheidswet moeten samengaan in één wet. De voordelen van zo'n stelsel zijn dat alle uitkeringen via één loket worden uitgekeerd en dat iedereen gelijk wordt behandeld, ongeacht leeftijd en oorzaak van de economische inactiviteit.

De Vries zei vorig week in een vraaggesprek met NRC Handelsblad dat het kabinet niet de hoogte van de WAO-uitkering wil verlagen, maar de duur wil beperken om zo te werken aan “een betere afstemming, misschien zelfs wel het samengaan van alle "loondervingsverzekeringen'. Je moet dus toewerken naar eenzelfde systematiek en als je de hoogte aanpakt doe je niets aan de systematiek”, aldus de minister.

In de visie van De Vries is één loondervingsverzekering een stap op weg naar het zogenoemde mini-stelsel in de sociale zekerheid waarbij de overheid een uitkering op het sociaal minimumniveau garandeert. Wie een "bovenminimale' uitkering wil, moet zich particulier bijverzekeren. Aanvullende uitkeringen kunnen ook via CAO's worden afgesloten. Alle collectief gefinancierde bovenminimale uitkeringen komen te vervallen, waardoor een bezuiniging van ongeveer 8 miljard wordt bereikt.

Vrijdag brak ook Lubbers een lans voor een mini-stelsel “maar ik vind de benaming wat misleidend. Ik zou de voorkeur geven aan zoiets als basisstelsel voor de sociale zekerheid”, zei de premier. Een dergelijk stelsel zou de "kroon' op het sociale-zekerheidsstelsel moeten worden, meent Lubbers.

Bij de stelselherziening medio jaren '80 is uitgebreid gediscussieerd over één loondervingsverzekering en het mini-stelsel. Saillant is dat toen de redenering was dat de WAO niet moest worden aangepast aan de WW, maar andersom. Veel werklozen waren door de economisch recessie "veroordeeld' tot een levenslange uitkering. Maar de werkloze kreeg een uitkering die beduidend lager lag dan de uitkering van iemand die arbeidsongeschikt was. Dit verschil wilde de vakbeweging corrigeren door de hoogte van de WW-uitkering gelijk te maken aan die van een WAO-uitkering. De discussie werd in de kiem gesmoord omdat de financiële middelen ontbraken om de duur van de WW-uitkering te verlengen.

De Sociaal Economische Raad adviseerde het kabinet WW en WAO als afzonderlijke wetten te handhaven, gezien het grote verschil van het te verzekeren risico. Het kabinet kreeg wel de raad te blijven streven naar één loondervingsverzekering.

Anticiperend op de stelselherziening werd in sociaal- en christendemocratische kring veel gesproken over het mini-stelsel. Bij de PvdA resulteerde dat in 1984 in een rapport van Van Kemenade, Ritzen en Wöltgens waarin werd voorgesteld alle uitkeringen boven het minimum af te schaffen en te vervangen door particuliere verzekeringen. Het idee werd door de fractie - onder aanvoering van Ter Veld - afgewezen.

In het CDA werd de discussie aangezwengeld door het CNV, dat in 1985 voorstelde de werknemersverzekeringen WW, WAO en Ziektewet over te dragen aan de sociale partners. De hoogte en de duur van de uitkeringen en de premies zouden niet meer door de overheid moeten worden vastgesteld, maar door werkgevers en werknemers, die zouden moeten werken aan één loondervingsverzekering. Maar de politiek bleek niet bereid de verantwoordelijkheid voor sociale-zekerheidsregelingen af te staan.

Nu wordt er in de regeringsfracties “zo nu en dan wel eens van gedachten gewisseld” over één loondervingsverzekering en een mini-stelsel, maar CDA en PvdA willen geen standpunt innemen. “Aan de WAO hebben we op dit moment onze handen vol”, meent een PvdA'er, die Lubbers en De Vries ervan verdenkt het mini-stelsel als "verkoopargument' te gebruiken. “Een forse ingreep in de WAO, met zicht op eenvoud laat zich beter verkopen”, meent het Kamerlid.

“Beperking van de duur van de WAO brengt één loondervingsverzekering dichterbij. Maar van het mini-stelsel maken we geen principieel punt”, aldus een CDA'er.

Een topambtenaar van Sociale Zaken verwacht dat Nederland een sociaal-zekerheidstelsel zal krijgen waarbij de huidige AAW-uitkering (70 procent van het minimumloon) de basis vormt. “Wie daarbovenop iets extra's wil, moet daar zelf voor zorgen. Maar eerst moet de hindernis van de duurverkorting worden genomen. En het paard van het duo Lubbers- Kok heeft al één weigering op zijn naam staan”, zegt de ambtenaar gniffelend.