Protest tegen gedogen van lozing afval

DEN HAAG, 22 AUG. De Zuidhollandse Milieufederatie heeft bij de Raad van State beroep aangetekend tegen de gedoogverklaring die Rijkswaterstaat heeft afgegeven voor het lozen van afvalwater door de Nederlandse Wegtankermaatschappij (NWM) in de Rotterdamse haven. De federatie zegt dat het louter aan het gebrek aan voldoende ambtenaren te wijten is dat de NWM kan doorgaan met het lozen van stoffen als olie, gechloreerde koolwaterstoffen en polycyclische aromaten.

De NWM reinigt vrachtauto's en treinen waarin chemicaliën zijn vervoerd. Het afvalwater wordt zonder tussenkomst van een zuiveringsinstallatie geloosd. Volgens de inmiddels verlopen vergunning had de NWM in 1989 moeten zijn gesaneerd. Zover is het echter niet gekomen. Vorig jaar juli vroeg de NWM nieuwe vergunningen aan, waartegen de Milieufederatie bezwaar maakte. De aanvraag van de NWM werd niet binnen de voorgeschreven termijn van zeven maanden behandeld. De NWM ging daartegen in beroep bij de Raad van State, die besliste dat uiterlijk 1 juli 1991 over de aanvraag moest zijn beslist.

Minister Maij-Weggen heeft de uitspraak naast zich neergelegd. Op 23 juli gaf zij een nieuwe gedoogverklaring voor de lozingen. Zij beriep zich daarbij op "interne omstandigheden'. Een woordvoerster van het ministerie erkent dat de werkdruk bij Rijkswaterstaat de oorzaak was van het niet tijdig behandelen van de aanvragen. Zij wijst erop dat de gedoogverklaring een middel is voor de overheid om de activiteiten van NWM te kunnen controleren. In de definitieve vergunning worden strengere eisen aan de lozingen gesteld.