Paus Johannes Paulus II kan nu naar Moskou

Een dag na de aanvang van de rechtse revolutie in Moskou had paus Johannes Paulus II het al opgenomen voor de verbannen leider Gorbatsjov. Ik vond dit heel moedig, al drukte hij zich net als president George Bush even diplomatiek uit. Een strikte afwijzing van de junta-leden, die de macht hadden overgenomen, werd immers niet uitgesproken.

De paus maakte zijn tweeënvijftigste reis naar het buitenland. Ditmaal alweer naar zijn geboorteland Polen, maar nu in combinatie met zijn eerste bezoek aan het "bevrijde' Hongarije.

Op de laatste dag van zijn verblijf in Boedapest zei hij aan het einde van een openluchtmis dat de perestrojka moest doorgaan. Hij prees Gorbatsjov om zijn inzet voor het welzijn van de Sovjet-Unie en de internationale gemeenschap. Verder prees hij zijn "oprechte wil' en zijn "inspiratie', die hebben geleid tot de "bevordering van de rechten en de waarden van de mensen'. De paus zei "dierbare herinneringen' te hebben aan de twee ontmoetingen met Gorbatsjov in 1989 en 1990.

Nu Gorbatsjov weer is bevrijd zal hij zich zeker deze uitspraken van de paus blijven herinneren. In nood leer je je vrienden kennen. Die vriendschap begon op 1 december 1989, toen de nieuwe Sovjet-president in het Vaticaan zijn opwachting kwam maken. Gorbatsjov kwam niet met lege handen. Hij zou voor godsdienstvrijheid zorgen en die belofte heeft hij ook waargemaakt. Bovendien zouden er weer diplomatieke betrekkingen komen tussen Moskou en het Vaticaan. Dat gebeurde ook. Die eerste ontmoeting tussen de Sovjet-leider en de geestelijke leider (beiden van Slavische herkomst) op 1 december 1989, werd van historische betekenis, want voor zo'n bezoek moet je ver teruggaan in de geschiedenis.

Vlak voor Kerstmis 1845 werd tsaar Nicolaas I door paus Gregorius XIV in audiëntie ontvangen. De onderwerpen waarover werd gesproken betroffen de kritieke situatie van de Russische katholieken en de vrijheid om bisschoppen te benoemen. Er kwam twee jaar later een concordaat dat na twintig jaar weer werd opgeschort, maar er bleven diplomatieke relaties tot aan de Oktoberrevolutie van 1917. Daarna was er een vacuüm tot 1963.

Met de beroemde paus Johannes XXIII kwam er weer contact tussen het Vaticaan en Moskou. Net zoals later met Gorbatsjov was er onder Chroesjtsjov een nieuw klimaat gekomen. Ook toen was er sprake van een spectaculaire bevrijding. Niet van een Sovjet-president, maar van een aartsbisschop, die heel wat langer dan Gorbatsjov in ballingschap verkeerde. De paus probeerde bisschoppen, die trouw waren gebleven aan Rome, uit de gevangenis te halen. In 1945 had Stalin het hoofd van de Oekraïense hiërarchie, de metropoliet Slipyi, samen met andere bisschoppen in de gevangenis gezet. Begin 1963 werd monseigneur Slipyi plotseling uit zijn cel gehaald en onder bewaking naar Moskou gebracht, waar hij in een hotel de Nederlandse prelaat Jan Willebrands aantrof. Die vertelde hem dat hij in vrijheid zou worden gesteld als hij een vrijwillige ballingschap in Rome wilde aanvaarden. Het kostte Willebrands veel moeite om Slipyi zo ver te krijgen. Het alternatief was, dat hij weer in de gevangenis zou verdwijnen. Als Slipyi niet was meegegaan naar Rome dan was er van de nieuwe "Ostpolitik' van Johannes XXIII niets terecht gekomen.

Een CIA-man rapporteerde toen het volgende. “Er wordt veel belang gehecht aan het feit, dat Chroesjtsjov bij het verdedigen van Slipyi's vrijlating met nadruk verklaarde dat dit gebeurde, niet wegens de propagandistische of de politieke waarde, maar omdat de Sovjet-staat beschaafd en deugdzaam is. Chroesjtsjov schijnt het standpunt te hebben ingenomen dat Slipyi een crimineel was, maar de Sovjet-Unie hem niet zomaar gedood zoals Hitler gedaan zou hebben. Ze liet hem zijn schuld betalen in een werkkamp. De schuld is nu betaald, zei Chroesjtsjov en Slipyi heeft het recht te verstrekken.” De paus schijnt in besloten kring te hebben gezegd dat hij Chroesjtsjovs daad "politiek zeer moedig' achtte.

Paus Johannes XXIII was tijdens zijn diplomatieke carrière bekend geraakt in Oost-Europa. Hij liet het volgende noteren: “Uit Oost-Europa kwam vannacht een aangrijpend en bemoedigend genadeblijk, waarvoor ik de Heer nederig dank; een gebeurtenis die, naar de geheime bedoelingen van God, de Kerk en alle eerlijke mensen kan helpen groeien in waar geloof en het apostolaat van de Vrede.” “Dank u, Heilige Vader”, zei Slipyi nog diezelfde avond van 10 februari 1963, tegen de paus “voor alles wat U gedaan hebt om mij uit de put te halen.” Slipyi had zijn gevangeniskleding meegebracht en een grote kaart van de Sovjet-Unie, waarop alle concentratiekampen waren ingetekend. De paus hield die kaart tot zijn dood bij zich. In de marge had hij de volgende tekst geschreven: “Het hart is dichter bij hen die verder weg zijn; het gebed gaat snel uit tot diegenen die het meest behoefte hebben aan begrip en liefde.”

Paus Johannes XXIII had tot drie keer toe uiterst hoffelijke, maar geheime boodschappen van Chroesjtsjov ontvangen. Privé en zonder publiciteit ontving hij later zijn dochter Rada en zijn schoonzoon Aleksej Adzjoebej hoofdredacteur van de Izvestia. Drie jaar later ontving paus Paulus VI Sovjet-president Podgorny. In dit verband is alleen bekend geworden dat Podgorny een kettingroker was. Zonder sigaret kon hij zich niet concentreren. Bij de privé-audiëntie stond er een asbak binnen handbereik. En de paus moet hem gezegd hebben, dat hij best kon roken, als hem dat op zijn gemak stelde.

De benoeming van een Poolse kardinaal tot paus in 1978 was niet erg welkom in het Kremlin. Na het eerste bezoek van Gorbatsjov zijn de relaties zeer verbeterd. De BBC-correspondent in Rome, David Willey zei na de ontmoeting op 1 december 1989, dat die gebeurtenis in de twintig jaar dat hij uit Rome rapporteerde de belangrijkste was voor de toekomst van Europa. “Ik ben van mening, dat deze geestelijke ontmoeting van juist deze twee mensen, die een hartgrondig besef hebben van de gemeenschappeljke oorsprong van Oost- en West-Europa een nieuw begin betekent voor volkeren die vermoeid zijn van oude geestelijke en territoriale verdeeldheid. Zij zien in de toekomst niet het wonder van de eeuw gebeuren, maar verlangen wel naar een herbevestiging van de waardigheid van de menselijke persoon na een eeuw van onuitsprekelijke onwaardigheid.” (The Tablet, 2-12-1989)

Toen Gorbatsjov voor de tweede keer de paus ontmoette, op 18 november 1990, was de sfeer nog meer ontspannen. “Deze vertrekken komen mij bekend voor”, zei Gorbatsjov. Er moet toen gesproken zijn over een toekomstig bezoek aan Moskou, het grote ideaal van paus Johannes Paulus II, dat hij zo graag tijdens zijn pontificaat zou bereiken. Zijn perschef zei toen al dat de agenda van de paus zo vol was, dat het wel tot 1992 zou duren voordat er een bezoek aan Moskou inzat. Als Gorbatsjov net als Slipyi niet was bevrijd, was het er nooit van gekomen.

Foto: Jozef Slipyi, het vroegere hoofd van de Oekraïens-katholieke kerk (foto AP)