Oorlogsmaand

Wanneer breken de meeste oorlogen uit? Als staatshoofden met vakantie zijn, volksvertegenwoordigers met reces, de bouw op z'n kont ligt en de boeren druk bezig zijn de oogst binnen te halen. In augustus kortom, de oogstmaand.

Althans, op het noordelijk halfrond, tussen de dertig en zestig graden noorderbreedte. In de maand januari greep men in deze contreien tot nu toe het minst vaak naar de wapens.

Tot die conclusie kwamen Gabriel Schreiber en drie andere Israelische wetenschappers van de Ben Gurion universiteit. Schreiber en de zijnen onderzochten de begindata van 2131 oorlogshandelingen in de afgelopen 3500 jaar en publiceerden hun bevindingen in Nature van deze week.

Op het noordelijk halfrond, zo ontdekten zij, werd in de maand augustus in de afgelopen vijfendertig eeuwen het startschot gegeven voor ruim tweehonderd veldslagen. Op het zuidelijke halfrond, tussen de dertig en zestig graden zuiderbreedte, gebeurde precies het tegenovergestelde: niks aan de hand in de maand juli, veelvuldig wapengekletter van december tot januari.

De verklaring ligt voor de hand: legeraanvoerders wachtten waar het kon op gunstig weer voordat zij de strijd aanvaardden. Goed weer betekent volgens de Israelische wetenschappers vooral lange dagen, zodat zolang mogelijk bij daglicht kon worden doorgevochten. Ondersteuning voor hun theorie vonden zij aan de evenaar: de dagen zijn daar altijd even lang en inderdaad, daar was het het hele jaar door hommeles, zonder pieken of dalen. Alles bij elkaar gingen er aan de equator in de afgelopen eeuwen iedere maand zo'n veertig oorlogen van start.

De Amerikaanse historica Barbara Tuchman wees onredelijkheid aan als de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van oorlogen. Schreiber en de zijnen leggen nu een verband met de hoeveelheid daglicht: als de zon lange dagen maakt, kruipt de bruut uit zijn hol.

De recente geschiedenis doet vermoeden dat zij groot gelijk hebben.