Navo-landen: band O-Europa nu versterken

BRUSSEL, 22 AUG. De NAVO-landen zullen in het licht van de gebeurtenissen van de afgelopen dagen in de Sovjet-Unie hun relaties met de landen in Midden- en Oost-Europa versterken. Dat is een van de afspraken die de ministers van buitenlandse zaken van de zestien lidstaten gisteren tijdens een buitengewone vergadering in Brussel hebben gemaakt.

In de slotverklaring staat dat de NAVO een grotere bijdrage wil leveren aan het politieke en economische hervormingsproces in de landen in Midden- en Oost-Europa en dat men daarvoor naar nieuwe wegen zal zoeken. De diplomatieke betrekkingen met die landen heeft in het licht van de recente gebeurtenissen een “nog grotere betekenis gekregen”.

De ministers herhaalden in hun slotverklaring na de twee uur durende vergadering, die steeds werd onderbroken voor nieuwe mededelingen over de toestand in Moskou, dat het behoud van democratische maatschappijen in Midden- en Oost-Europa “van direct en materieel belang” is voor de NAVO-landen. De veiligheid van het Westen is onverbrekelijk verbonden met die van alle andere Europese staten, zo staat er. In deze zinsneden, die deels in andere bewoordingen ook al voorkwamen in het communiqué na de NAVO-vergadering in juni in Kopenhagen, zit een verkapt dreigement richting Moskou: handen af van de Midden- en Oosteuropese landen.

Volgens minister Van den Broek heeft de snelle en eensgezinde afwijzing door het Westen van de staatsgreep zeker een rol gespeeld in het mislukken ervan. De democraten rondom Boris Jeltsin, die bange uren doormaakten, wisten daardoor dat ze niet alleen stonden. Het grootste aandeel in die mislukking hadden echter de demonstranten bij het Russische parlement en de vastberadenheid van Jeltsin gehad, zei ook minister Baker.