Litouwers kunnen niet echt enthousiast meer worden; "Er is geen eenheid meer, de mensen zijn verdeeld'

VILNIUS, 22 AUG. “Hier, in Litouwen, is de noodtoestand niet op 19 augustus ingegaan,” zegt Aurelius Katkevicius, adviseur van president Landbergis en belast met binnenlandse zaken. “We zijn al in oorlog met het Rode Leger sinds het in januari onze tvtoren bezette.” De sfeer van terreur spookt al dit hele jaar door Vilnius. Nu is dit gebouw weer bezet, dan wordt die minister door het leger gearresteerd en later weer vrijgelaten, grensposten worden aangevallen, en grenswachten gedood door "onbekende moordenaars'.

Katkevicius wil de toestand niet analyseren. “Analyses zijn waardeloos. Wij hebben feiten. Er is geweld gebruikt en voor ons bestaat er maar één scenario: als de coup slaagt, komen ze hier en arresteren ze ons, zetten een mooi comité op dat ze een akkoord laten tekenen met andere republieken.”

De noodtoestand mag niets nieuws zijn, op straat in Vilnius is er niet veel van te bespeuren. Er zijn geen tanks en geen soldaten. Het gebouw van het parlement is nog altijd omringd met barrikades van betonblokken en wordt nog steeds bewaakt door gewapende leden van de republikeinse garde. De muren vertonen graffiti, leuzen, slogans die getuigen van de vrijheidswil van de Litouwers en die Gorbatsjov vergelijken met Hitler en Stalin en Saddam Hussein.

Het gebouw wekt de indruk van een fort en de gezichten van de bewakers staan ernstig en vastberaden. Toch weet iedereen dat het prikkeldraad, de jachtgeweren en de dolken geen enkel professioneel leger zullen tegenhouden als het dit bastion wil innemen. Zelfs het Rode Leger zelf hoeft niet te komen. De honderdvijftig man van de OMON, de efficiënte elite-eenheid van het Sovjet-ministerie van binnenlandse zaken, zouden het gebouw binnen tien minuten kunnen bezetten.

Arunas Staras, de burgemeester van Vilnius, is doodmoe. Hij heeft een paar nachten niet geslapen. “Het was geen echte noodtoestand,” zegt hij. “Het was eerder een onzekerheidstoestand. We kregen hier geen informatie. We wisten niet wat er gebeurde in Moskou, omdat het leger de telefooncentrales had bezet. We konden de bewegingen van de troepen niet in de gaten houden.”

Wat de Litouwers wel wisten, zegt hij, is dat “de krachten achter de mislukte coup van januari” zich de afgelopen dagen bundelden. Welke krachten? De communistische partij van Litouwen, en Jedinstvo, de organisatie van de Russische minderheid. “Zij wachtten op een teken van Moskou om de macht over te nemen.”

Staras kijkt bedrukt als hij het heeft over de houding van de inwoners van Vilnius. Ze hebben ditmaal heel wat minder enthousiasme aan de dag gelegd dan in januari. Toen de noodtoestand maandag werd afgekondigd, haastte men zich in Vilnius massaal naar de winkels om brood en ander voedsel in te slaan. Acht maanden geleden haastten zij zich naar het parlement om het gebouw en president Landsbergis te verdedigen. “Ze zagen ditmaal dat Moskou zijn bezetting wilde uitbreiden tot de hele Sovjet-Unie. Het was een algemene actie. Dat maakte de Litouwers minder moedig.”

Er zijn meer redenen voor het gebrek aan enthousiasme. De Litouwers hebben de afgelopen tijd nogal wat onthullingen over corruptie voorgeschoteld gekregen. Er zijn hoge functionarissen afgetreden. “Landsbergis heeft een aantal fouten gemaakt. Er is geen eenheid meer. De mensen zijn verdeeld geraakt,” zegt Eleonora, die in het beste hotel van de stad werkt. Ze is goed af, zegt ze, ze verdient 750 roebel in de maand en kan zich Franse parfum veroorloven. Ze is kritisch over Landsbergis, maar zij is maandag wel direct naar het parlement getogen. Vele anderen deden dat niet. “De mensen zijn gedesillusioneerd en verward. Ze hebben het gevoel tussen twee vuren te zitten, tussen de communisten en de nieuwe Litouwse macht. Maar ik weet één ding zeker: ik zal me inzetten zodra Landsbergis ons nodig heeft om een onafhankelijk Litouwen te verdedigen.”

Ze is niet de enige die er zo over denkt. Dinsdagavond kwamen na een oproep van Landsbergis alsnog duizenden Litouwers rond middernacht naar het parlementsgebouw. Ze liepen zwijgend rond het gebouw, velen met draagbare radio's, luisterend naar nieuws uit Moskou. Het wekte een vreemde indruk: deze straten leken niet bedreigd te worden door een aanval van een van 's werelds machtigste legers, ze leken eerder op de boulevards zoals je die vindt in een of ander vakantie-oord waar mensen op een warme augustusavond maar wat rondslenteren.

Opschudding was er die avond toen bekend werd dat minister van defensie Jazov het "Staatscomité voor de Noodtoestand' had verlaten. Niemand wist was dat te betekenen had, maar iedereen was gelukkig. “Ze zullen zich allemaal overgeven. De conservatieven blazen hun laatste adem uit,” zei Antanas Jankauskas, een intellectueel die meer dan honderd kilometer had gereden toen hij Landsbergis had horen spreken. Hij moest gisteren weer gewoon op zijn werk zijn, een paar uur later zou hij de bus moeten nemen, maar dat deerde hem niet. Hij was blij. “Ze zullen allemaal voor de rechter komen,” zei hij. “Ik moet er vandaag gewoon bij zijn. Als ik zoveel mensen zie, denk ik dat ze niet zullen aanvallen. Mijn kinderen zijn al volwassen, en ik heb het gevoel dat ik dit mijn land en mijn kinderen schuldig ben.”

Voor Pavel, een 23-jarige Rus, taxichauffeur in Vilnius, is dat patriottische gevoel volkomen onbegrijpelijk. Hij vertegenwoordigt de nieuwe ondernemers, een klasse die zich volop op de - halflegale - handel heeft gestort. Hij staat geheel onverschillig tegenover de gebeurtenissen. “Ik heb geen tijd voor al die onzin. Ik doe mijn zaken. Dit land is sowieso naar de knoppen. Hoe kunnen we Litouwen vertellen wat het moet doen als ze de zaak in Moskou in het honderd laten lopen? De Litouwers weten niet waar ze mee bezig zijn. Ze beseffen niet dat zodra ze onafhankelijk worden, Vilnius moet worden afgestaan aan Polen of Wit-Rusland.” Hij verandert soepel van onderwerp: “Wil je geen gloednieuwe Lada Samara kopen? Vierduizend dollar. Je bespaart vijfhonderd dollar. Nee? Watermeloenen uit Oezbekistan dan? Ach, jullie Polen doen toch wat wij hier in Vilnius ook doen. We kopen zestig tafels en huren zestig verkopers in, we sturen ze de straat op voor honderd roebel per dag, je geeft ze 's ochtends watermeloenen en je haalt 's middags het geld op. Als je mee wil doen, bel me dan morgen, dan krijg je twintig ton watermeloenen.”

Het blijft rustig in Vilnius, maar dat is de oppervlakte. Onder die oppervlakte is er angst en onzekerheid. Men wacht af. Iedereen wacht af. Het Rode Leger op wat Moskou beveelt, Katkevicius op een aanval, Eleonora op de onafhankelijkheid van Litouwen, en Pavel op de volgende vliegtuiglading watermeloenen.