Kritiek TNO op beleid technologie van overheid

ROTTERDAM, 22 AUG. De omzet van de onderzoeksorganisatie TNO is vorig jaar drie procent gestegen tot 670 miljoen gulden.

De groei is vooral veroorzaakt door opdrachten van het Nederlandse bedrijfsleven en uit het buitenland.

Mede daardoor werd over 1990 een positief saldo van 0,9 miljoen gulden geboekt. Dat heeft ir. F.E. Mathijsen Gerst, bestuursvoorzitter van TNO, gisteren bekendgemaakt.

Het resultaat blijft achter bij het door TNO wenselijk geachte resultaat van 10 miljoen gulden. Mathijsen Gerst toonde zich bezorgd over de aangekondigde bezuinigingen op de subsidies voor de stimulering van technologisch onderzoek bij het bedrijfsleven. Deze zomer werd bekend dat EZ de bij de "tussen-balans' opgelegde bezuiniging onder meer wil bereiken door de innovatiestimuleringsregeling ("Instir') per 1 oktober af te schaffen. deze regeling was de belangrijkste subsidie voor de stimulering van innovatief onderzoek bij het bedrijfsleven. Nog in de zogeheten sterkte-zwakte analyse van september '90 werd de Instir opgevoerd als het voornaamste instrument om innovatief onderzoek bij het miden- en kleinbedrijf te bevorderen. Ook TNO zelf heeft, met steun van EZ, een speciaal programma voor het midden- en klein bedrijf opgezet. Het ontbreekt de overheid aan een heldere visie op de bevordering van technologische ontwikkeling, aldus Mathijsen Gerst.

TNO signaleert daarnaast een tanende belangstelling van de overheid voor technologisch onderzoek. Men leidt dat af uit de opheffing van het directoraat-generaal wetenschapsbeleid op het ministerie van onderwijs en wetenschappen. Bij de lopende reorganisatie van economische zaken zou de status van de directie algemeen technologie beleid in gevaar kunnen komen.

Bij de besteding van overheidsgelden aan technologisch onderzoek verzuimt de overheid heldere keuzes te maken. Universiteiten worden gestimuleerd tot het verrichten van contract research (ook voor de overheid) en diverse onderzoeksorganisaties (zoals het RIVM en de DLO-instituten van het ministerie van landbouw) worden verzelfstandigd, maar een programmatische afstemming en een heldere taakafbakening tussen instituten treedt niet op.

TNO is Nederlands grootste onafhankelijke organisatie voor technologisch onderzoek. De laatste jaren haalde zij 48 tot 46 procent van de omzet uit doel- en basissubsidies van de overheid. Van de vijf "grote technologische instituten' heeft het ECN (energie-onderzoek) de grootste omzet (ongeveer 130 miljoen gulden).