Kortsjnoi: 'Geluk is met sterkste'; Veranderd van sterke, professionele schaker in een sterke amateur

BRUSSEL, 22 AUG. Napraten over pijnlijke nederlagen is niet de favoriete bezigheid van sportvedetten, maar Viktor Kortsjnoi heeft er weinig moeite mee. Daags na zijn desastreus verlopen kandidatenmatch tegen Jan Timman meldt hij zich stipt op de afgesporken plaats en tijd in het Brusselse SAS Royal Hotel om vervolgens zonder een spoor van bitterheid of zelfbeklag en opgeruimd en open als altijd terug te blikken op zijn zwakke optreden. De critici mogen klaar staan om voor de zoveelste keer het einde van een glorieuze schaakcarriere aan te kondigen, maar de zestigjarige Kortsjnoi heeft andere zaken aan zijn hoofd.

Met de neus op de feiten gedrukt heeft hij vastgesteld dat er harder gewerkt moet worden. Misschien moet hij wat minder fanatiek van toernooi naar toernooi reizen en ook zou het mooi zijn als hij zijn nicotine-verslaving beter in de hand kon houden. Een half uur lang houdt hij een sigaret in de aanslag, maar slaagt er wonderwel in de verleiding te weerstaan. “Ik wist dat ik erg slecht in vorm was. Mijn laatste goede toernooi was het interzonale toernooi in Manilla, bijna een jaar geleden. Sindsdien heb ik geen aansprekende successen geboekt. Er was weinig reden om optimistisch te zijn. Als je naar de partijen van de match kijkt, kun je alleen maar concluderen dat Timmans overwicht overweldigend was.”

Timman won met twee punten voorsprong, maar dat gaf volgens Kortsjnoi niet eens zijn werkelijke superioriteit weer. “De beslissende partij was de tweede. Ik verkreeg een veelbelovende stelling, maar had de illusie dat ik hem moest verpletteren en verloor. Goed, hij had geluk, maar het geluk is nu eenmaal met de sterkste. Timman was psychologisch erg goed voorbereid, ik helemaal niet. Keer op keer wist hij mij in tijdnood te krijgen en ik maakte vervolgens de blunders en fouten. Hij wist zijn tijd verbluffend goed in te delen en dat was de reden waarom hij zo gemakkelijk won.”

Het kan moeilijk worden ontkend dat Kortsjnoi in de maanden voor de tweekamp er alles aan deed om een psychologisch gunstige uitgangspositie te verkrijgen. Hij prees zijn tegenstander uitbundig, omschreef zichzelf net niet als een speler in ruste en nam nadrukkelijk de rol van de underdog op zich. “Mijn secondanten vonden ook dat ik mij te vrijwillig in deze positie manoeuvreerde en waren er bezorgd over dat ik niet alleen zo praatte, maar dat ik mezelf er ook nog eens van overtuigde dat het waar was wat ik zei. Maar ik ben nu eenmaal vrij oprecht wanneer mij naar mijn mening wordt gevraagd. Ik voel dat ik slechter ben gaan spelen. In feite heb ik vanaf mijn WK-match tegen Karpov in 1981 geleidelijk aan het gevoel gekregen dat ik van een sterke, professionele schaker veranderde in een sterke amateur.”

In die match moest Kortsjnoi het naar zijn zeggen opnemen tegen een leger van veertig Sovjets. “Dat heeft aan me gevreten en die match ben ik nooit te boven gekomen. Ik verdiende niet zo te verliezen. In feite was dat het einde van mijn professionele carriere. Maar op de een of andere manier behield ik mijn interesse voor het schaken. Anders was ik er natuurlijk mee opgehouden. Ik bleef proberen interessant schaak te laten zien. Misschien heb ik me wel te veel laten leiden door mijn wens aantrekkelijke partijen te spelen, in plaats van me op het resultaat te richten. Net zoals ik hier in de derde partij een dubieuze variant speelde om boeiende complicaties te scheppen.”

Kortsjnois recente pogingen om zichzelf af te schilderen als een amateur worden door zijn collega's met een schep zout genomen. Weinig topspelers zijn zo verslingerd aan het spel als hij en zijn zo moeilijk weg te slepen wanneer er ergens een stelling wordt opgezet. Timman twijfelde er niet aan dat er slechts sprake was van een van Kortsjnois bekende inzinkingen. “Ik denk zeker dat Kortsjnoi zich nog wel eens voor de kandidatenmatches kan plaatsen en ook dat hij in staat geacht moet worden om een jonge tegenstander te verrassen. Hij moet alleen iets aan zijn tijdnood doen. Hier lukte hem dat uiteindelijk, maar toen was het al te laat.”

Kortsjnoi schiet luid in de lach wanneer hij met deze uitspraak wordt geconfronteerd. “Natuurlijk, dat is zijn taak als winnaar. Timman kan mij moeilijk afvallen, want dan zou hij van een patser hebben gewonnen. Maar een tijdelijke inzinking? Kijk toch eens hoe slecht ik tegen Sax spelde. Die match verdiende ik ook dik te verliezen, maar ik had zo veel geluk dat ik uiteindelijk zelfs won. Na een match kun je spreken van een tijdelijke inzinking maar na twee matches?”

Toch staat Timman zeker niet alleen met zijn voorspelling. Ook Genna Sosonko sprak meteen na afloop van de match de verwachting uit dat Kortsjnoi nog lang niet is uitgespeeld. Hem zou het evenmin verbazen wanneer de onverwoestbare veteraan in de volgende WK-cyclus weer van de partij zal zijn en het record van Smyslov zal breken die op 62-jarige leeftijd zijn laatste kandidatenmatch speelde. De verwijzing naar Smyslovs record lokt een typische Kortsjnoi-reactie uit: “Dat is nu eenmaal het verschil tussen Sovjet-spelers en Westerse spelers. Sovjet-spelers stoppen nooit vrijwillig met schaken. In de Sovjet-Unie is het een persoonlijke tragedie wanneer een speler een punt moet zetten achter zijn carriere. Je verliest je privileges en hebt geen toekomst meer.”

Dat is, aldus Kortsjnoi, ook nu nog zo. “Zolang je nog speelt, geniet je van het leven. Op het moment dat je ophoudt, heb je niets meer en zit je met dezelfde ellende als alle andere Sovjet-burgers. Daarom was Smyslov er zo op gebrand om te blijven spelen. Deze noodzaak voel ik niet. Natuurlijk ben ik niet blij met mijn recente resultaten en voel ik dat ik harder moet werken. Ik heb als schaker een reputatie opgebouwd en men houdt van mijn spel en mijn vechtlust. Daarom word ik nog steeds uitgenodigd voor sterke internationale toernooien. En ik besef volkomen dat ik, als ik als amateur in die toernooien wil blijven meedraaien, daar iets aan moet doen. En wat die kandidatenmatches betreft, tsja, als ik die op mijn weg tegenkom, zal ik eraan meedoen. Op het moment heb ik een punt bereikt dat ik geleidelijk op weg ben naar mijn pensionering als schaker. Maar het is waar, ik heb nog steeds veel energie en kan niet zomaar niets doen en thuis gaan zitten. Ik zou iets anders moeten bedenken, maar de komende jaren zal ik ongetwijfeld blijven schaken.”

Dat klinkt al heel wat vertrouwder en wanneer hem gevraagd wordt naar een verklaring voor zijn magere verrichtingen van de laatste tijd, geeft Kortsjnoi diegenen die hem wellicht al hebben afgeschreven een antwoord om over na te denken. “Ik werk niet meer zo gedisciplineerd en regelmatig als vroeger, dat is waar. Maar ik denk dat het in de eerste plaats een psychologisch probleem is. Vanochtend heb ik nog zitten snelschaken met mijn secondanten, Toekmakov en Dimitri Gurevich, beiden toch respectabele grootmeesters. En hoewel ik net een, zoals men dat zegt, slopende match achter de rug heb, moet ik bekennen dat ik van ze won alsof het kleine kinderen waren.”