Kaspische slijkgarnaal rukt op in de Rijn en verdringt de mossel

Troebel, brak lauw Rijnwater vormt een waar paradijs voor het Kaspisch slijkgarnaaltje, een nieuwkomer die nu overal in de Rijn opduikt.

De Rijn is een dramatisch voorbeeld van een uit balans geslagen ecosysteem. Waterstaatkundige werken, industriële lozingen, vervuiling door landbouw en rioleringen en industriële koelwaterlozingen hebben geled tot een forse verarming van de oorspronkelijke fauna. Allerlei nieuwkomers vullen de leeggevallen plaatsen op.

Spectaculair is de opmars van het Kaspisch slijkgarnaaltje (Corophium curvispinum). Het diertje is 2,5 tot 7 millimeter groot, met lange puntige sprieten. Oorspronkelijk is het een bewoner van de Kaspische Zee en een liefhebber van brak, warm water. ""In 1987 hebben we er 14 in de Rijn aangetroffen. Nu zitten ze langs de kribben onder iedere steen die je optilt'', zegt Gerard van der Velde van het Laboratorium voor Aquatische oecologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Samen met zijn collega Fred van den Brink en met Abraham bij de Vaate van het RIZA in Lelystad bericht hij in het jongste nummer van Nature (15 aug) over concentraties tot 100.000 slijkgarnaaltjes per vierkante meter steenoppervlak. Dat is vooral het geval langs de sterk door overbemesting vervuilde Nederrijn.

Deze gigantische invasie heeft voor het oorspronkelijke leven in de rivier ingrijpende gevolgen. Driehoeksmosselen, die in het ecosysteem een belangrijke rol spelen als filtreerders van het rivierwater, raken door de slijkgarnaaltjes volledig overwoekerd. De diertjes verspreiden een dikke laag slik om zich heen waardoor andere bewoners van harde substraten geen vestigingskansen meer hebben. Vissers hadden zich al er over verbaasd dat het aandeel van de Driehoeksmosselen in de Rijn in korte tijd hard achteruitgegaan is. Deze mosselen zijn een belangrijke voedselbron voor duikeenden, vissen en krabben.

Tot het succes van de nieuwkomer draagt bij dat hij in de loop van het seizoen, tussen april en september, drie generaties voortbrengt, dat is eentje meer dan verwante, inheemse vlokreeftjes. De diertjes leven in modderige kokers die bescherming bieden tegen natuurlijke vijanden. Slijkgarnaaltjes zijn al wel in kleine hoeveelheden vissemagen aangetroffen, maar echt in trek zijn ze zeker niet. Als filter feeder vindt C. curvispinum een overvloed van voedsel in het Rijnwaer, waar de concentraties aan nitraten tenminste tienmaal en aan fosfaten vijfmaal hoger is dan de norm.