"Ik word misselijk van die huichelaars'

LENINGRAD, 22 AUG. “Het was een vreselijke nacht, de nacht van Jeltsin”, zegt Nina en valt me om de hals als ze de deur voor me open doet. “Ik heb urenlang aan de radio gekluisterd gezeten en zag alles al voor me in rook opgaan.”

Nina werkt bij de onafhankelijke Leningradse televisie, die door de junta uit de lucht werd gehaald. “Meteen keerden alle oude reflexen weer terug. Medewerkers van de televisie probeerden in onduidelijke tasjes programmabanden het gebouw uit te smokkelen, uit angst dat ze in beslag zouden worden genomen door de KGB. Eenmaal buiten vroegen ze zich af of ze de banden wel mee naar huis konden nemen. Betrof het hier geen samizdat-materiaal? Als vanzelfsprekend nam je weer de oude rol aan van degene die a priori schuldig is.”

De centrale televisie was drie dagen lang niet om aan te zien. Men toonde alleen amusementprogramma's, concerten en officiële communiqués van de "putchisty' die op de bekende ouderwetse gedragen toon werden voorgelezen.

Om vijf uur op woensdagmiddag is de Leningradse zender weer in de lucht. Trots toont een programmamaker de kijkers hoe illegale opnamen zijn gemaakt die naar Siberië werden gestuurd, waar de controle op de lokale televisie minder streng was. Met algemene walging kijken we naar het Moskouse televisiejournaal Vremja, dat Jeltsin dinsdag nog voor rotte vis uitschold en gisteravond als een blad aan een boom omsloeg en deed alsof het nooit iets van de coup had willen weten. “Ik word er kotsmisselijk van, de huichelaars!”, roept Nina en gaat woedend op de gang een sigaretje roken. Het is inderdaad geen fraai schouwspel: hele stoeten politici, die er drie dagen het zwijgen toe hebben gedaan, putten zich nu het gevaar geweken is weer uit in krachtdadige taal. Ze weten niet hoe snel ze zich achteraf nog van het communistische achttal moeten distantiëren. “Waar waren jullie gisteren?”, roept Nina's grootmoeder.

We speculeren met een groepje mensen over de motieven van de coup. Een laatste stuiptrekking van de communisten, daarover is iedereen in de kamer het wel eens. In het nieuwe Unieverdrag is een artikel opgenomen dat de ministers van defensie en binnenlandse zaken en de KGB-chef opnieuw door het parlement moeten worden gekozen. “Ze begrepen dat ze geen schijn van kans maakten nogmaals door de Opperste Sovjet te worden benoemd”, zegt Ira. “Ze hadden niets meer te verliezen.”

Maar ze hadden ook niets te winnen. Waarom kunnen die communisten nu nooit eens iets fatsoenlijk aanpakken en waarom vervallen ze steeds in dezelfde fouten?

“Jij snapt de mentaliteit nog steeds niet”, zegt Andrej verwijtend. “Zij kunnen zich niet voorstellen dat er mensen zijn die een principiële positie innemen en een krachtdadig nee zeggen, zoals Sobtsjak en Jeltsin hebben gedaan.” Sobtsjak en Jeltsin kunnen de rest van de avond niet meer stuk. “Zoals gewoonlijk hebben de communisten de zaak weer eens volledig verkeerd ingeschat”, schampert Natasja.

Pag.2:

Het grote feliciteren kan beginnen

“Ze dachten dat Jeltsin blij zou zijn van Gorbatsjov verlost te zijn, omdat ze niet begrijpen dat Jeltsin juist ruzie met Gorbatsjov had omdat deze niet met hèn wilde breken. En ze dachten dat Gorbatsjov zo impopulair was dat het volk geen traan om hem zou laten, maar zij vergaten daarbij dat ze zelf nog impopulairder zijn.”

De ether is weer vrij en de televisie van Leningrad haalt opgelucht adem. Er is één uitzondering: Aleksandr Nevzorov staat de teleurstelling op het gezicht geschreven als hij zijn dagelijkse programma "600 seconden' presenteert. De sensatiejournalist Nevzorov, die nauwe banden heeft met de KGB, haat de democraten. En ja hoor, hij komt met een wel heel originele theorie op de proppen: deze hele krakkemikkig opgezette coup komt uit de koker van de democraten die er hun eigen populariteit mee willen verhogen.

In de kamer gaat een smalend gelach op, maar de complottheorie doet ook onder democraten alweer gretig de ronde. Veel Russen denken dat het juist Gorbatsjov is die de hele zaak op touw heeft gezet om zijn gedeukte imago in eigen land te herstellen.

Nu begint op de televisie het grote feliciteren. De voorzitters van de gemeenteraad en van de provinciale staat van Leningrad, na drie dagen voor het eerst weer op de buis, danken de inwoners van Leningrad voor hun steun in deze moeilijke tijd. De opluchting staat hen op het gezicht geschreven. Er vallen weer plechtige woorden als “burgerlijke moed”, “vrijheid en democratie”, en “het handhaven van de discipline en de waakzaamheid”.

We kijken elkaar eens aan in de Russische huiskamer. De opluchting is algemeen, dat is duidelijk. Maar waarom bekruipt iedereen toch langzamerhand het gevoel getuige geweest te zijn van een onwaardige en absurde toneelvoorstelling?