Het getourmenteerde gezicht van Montgomery Clift

Filmportret: Montgomery Clift. BRT1 Nederlands 23.00-0.20u.

Zijn blik. Die verschroeiende, getourmenteerde, gevoelige en hypnotiserende blik. Die donkere, hunkerende, magnetische oogopslag waarin een onbeschrijfelijke jungle van neurosen en trauma's werdweerspiegeld. Dat was het handelsmerk van Montgomery Clift, de Amerikaanse acteur die meespeelde in 17 films en een even uniek talent had als Marlon Brando en James Dean.

Edward Montgomery Clift, in 1920 geboren in Omaha, Nebraska, gaat aan het theater op zijn veertiende. Amper een jaar later debuteert hij op Broadway en in het volgende decennium bouwt hij in het Amerikaanse toneel een stevige reputatie op.

In 1948, kort nadat hij met o.a. Elia Kazan de Actors Studio in New York heeft opgericht, wordt Clift als bij toverslag een Hollywood-ster als kort na elkaar zijn twee eerste films worden uitgebracht. Zijn rol in The Search van Fred Zinneman levert hem een Oscar-nominatie op. Maar vooral als tegenspeler van John Wayne in Howard Hawks Red River is Clift op zijn best. De tegenstelling tussen de brutale Wayne en de introspectieve Clift als diens rebellerende adoptiezoon was het centrale conflict in een film die een nieuwe dimensie gaf aan het western-genre.

Maar dan begint de ellende. Paramount laat Clift een contract voor drie films tekenen, doch mooie “Monty” is timide, eigenwijs en vast van plan zelf te bepalen aan wat voor soort films hij wil meewerken. In 1949 weigert hij een rol in Sunset Boulevard, waarop Paramount hem de laan uitstuurt. In de jaren daarop is een film met Montgomery Clift een zeldzaamheid. Maar ook vaak een gebeurtenis. Denk aan A place in the sun van George Stevens, de film met de prachtige close-ups van Clift en Elizabeth Taylor. Of aan I confess van Hitchcock, waarin Clift de rol speelt van een priester die ten onrechte van moord wordt beschuldigd.

In 1956 is het MGM dat Clift een 3-filmscontract aanbiedt. Maar tijdens de opnames van Raintree country heeft Clift een ernstig auto-ongeluk, waarbij vooral zijn gezicht zwaar wordt toegetakeld. Een leger plastische chirurgen weet het gedeeltelijk op te lappen. Maar de gelaatsspieren zijn onherroepelijk beschadigd, waardoor de starre blik van Clift nog demonischer wordt dan voorheen.

Zijn privéleven is ondertussen een ware hel geworden. Clift is een kluizenaar, moet zijn homoseksualiteit verstoppen voor het conservatieve Hollywood en vlucht voor de pijn van het zijn en van zijn verminkte lichaam in drugs en alcohol.

Op en naast de filmset wordt hij berucht door zijn onvoorspelbare nukken. Dat belet niet dat hij nog enkele merkwaardige rollen speelt, bij voorbeeld in Wild river van Elia Kazan en in Suddenly last summer van Mankiewicz. Tijdens het draaien van Freud, waarin hij met zware baard de titelrol speelt, wordt Clift aan beide ogen geopereerd. Een jaar later, op 23 juli 1966, sterft hij aan een hartaanval.