Het driehoekig ideaal

Er is iets raars aan de hand met de zogeheten mooie mannen van de herenmodepagina's en dan bedoel ik niet eens dat ze te veel op elkaar lijken.

Die inwisselbaarheid hoort erbij, omdat het bij een fotomodel niet om zijn (of haar) uniekheid gaat maar om een zo dicht mogelijke benadering van het heersende ideaalbeeld. Er is iets mis met het modesilhouet zelf. Het is gedeformeerd, de proporties zijn zoek, het is niet om aan te zien.

Ik kan me niet herinneren me ooit eerder gestoord te hebben aan de voorschriften voor het mannelijk uiterlijk. Veel fluctuaties hebben die trouwens niet vertoond in de 20ste eeuw. De variatie zat meer in de kleren (het verdwijnen van de hoed blijft betreurenswaardig) dan in het lichaam zelf dat onveranderlijk rechthoekig was. Elvis Presley in zijn hoogtijdagen, Gregory Peck, Omar Sharif hebben allemaal ongeveer dezelfde bouw: het breedgeschouderde boomstammodel. In de jaren zestig en zeventig trad er zowel een verlenging als een versmalling op van het silhouet. Het ideaal werd de man als rietpluim: John Lennon, Jimi Hendrickx en Jim Morrison leken door hun dunheid langer dan ze waren en beperkten hun lichaamsbeharing tot hoofd en gezicht. Hoewel de lange zijden langer waren geworden en de korte zijden korter, bleef de rechthoek nog onmiskenbaar intact.

Afgezien van kleine aanpassingen zoals het haar dat weer kort moet en waar weer vet in kan, bleef de rietpluim lang stand houden als meest in het oog lopend kenmerk van begeerlijke jeugdigheid. Ik had ook niet gedacht dat daar binnen afzienbare tijd verandering in zou komen, want een jeugdig voorkomen is nu belangrijker dan in de jaren zestig, toen jong zijn of desnoods je jong voelen al genoeg was om mee te kunnen doen.

Maar terwijl ik even niet oplette, heeft iemand stiekem de mannelijke ideaalvorm veranderd: de rechthoek is vervangen door een gelijkzijdige driehoek. Waar eerst David Bowie en David Byrne paradeerden, stommelt nu de taps toelopende omgekeerde bijenkorf Jerommeke uit Suske en Wiske door het beeld. Een affront voor de esthetica.

In de film "Ghost' (die behalve voor de rol van Whoopi Goldberg de moeite van het aanzien niet waard is) spelen twee van dat soort nieuwe mannelijke sekssymbolen mee. Hun acteerprestaties waren niet van het niveau dat ik hun namen heb onthouden, maar er zat een scène in die nogal onthullend was. De schurk probeert het mooie meisje (Demi Moore) te verleiden en doet dat door zogenaamd per ongeluk koffie over zijn overhemd uit te gieten. Er is maar één oplossing: uit met dat overhemd en daar zit de schurk in zijn blote torso en denkt dat daarmee het klusje geklaard is en dat de heldin zich overmeesterd door begeerte in zijn armen zal storten. Waarom? De schurk heeft borsten! Van die twee-kaatseballen-in-een-netje bodybuilders-borsten. Demi Moore dreigt daar zowaar bijna voor te vallen - een van de redenen waarom het een slechte film is. Ik heb nog nooit een vrouw gesproken die op bodybuilders viel. Brede schouders, oké, een lekker kontje of stevige biceps, vooruit. Maar zo'n vlechtwerkje van spieren, waarin de nek verzonken is, armen vol met onderhuidse kronkelende slangen en rondo's op de plek waar tepels volstaan, wekken eerder gegeneerd gegiechel dan bewondering.

Toch streven steeds meer jonge mannen een dergelijk uiterlijk na. Zolang ze gekleed zijn, gaat het nog wel, maar de reclamefoto's waarmee zwem- en onderbroeken worden aangeprezen door mannelijke modellen zijn al niet meer om aan te zien. Hoe bereikt men dit driehoekig ideaal? Een beetje door stompzinnige krachttraining en gewichtheffen, maar efficiënter werkt het slikken van anabole steroïden. Naar schatting 260.000 jongens tussen de 12 en de 18 zijn daar mee bezig in Amerika, en dan nog honderdduizenden sportlieden. Op de zwarte markt bestaat een levendige handel in de pillen. Gevolgen: kaalheid, acne, schade aan lever en nieren en kans op algehele steriliteit.

Vrouwen schijnen erger dan ooit gebukt te gaan onder de plicht tot schoonheid. Naomi Wolf wijdde een heel boek aan deze moderne vorm van slavernij. Maar het gezondheidsbedreigende schoonheidssstreven heeft minder met onderdrukking te maken dan met domheid. En er is veel dat ongelijk verdeeld is tussen de seksen, maar domheid hoort daar niet bij.