Het dansje van Brecht is nog een probleem

Op de Uitmarkt van Amsterdam presenteert de Vereniging van Nederlandse Toneelgezel- schappen (VNT) dit weekeinde een gezamenlijke uitvoering van de aangesloten gezelschappen. Leon van der Sanden bewerkte Die Kleinburgerhochzeit van Bertolt Brecht.

Tien voorstellingen in twee dagen, is dat nog kunst of is dat sport? Cas Enklaar grinnikt. “Het is atletiek.” Hij kan het weten. In een straattheaterfestival Munchen in 1972 tijdens de Olympische Spelen een gepaste omgeving trad Enklaar acht keer per dag op met het Werktheater. Die ervaring heeft hij voor op de acht andere toneelspelers die meedoen aan de speciaal voor de Uitmarkt bestemde uitvoering van Brechts "De Burgermansbruiloft'

Op de Uitmarkt van Amsterdam presenteert de Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen (VNT) dit weekeinde een gezamenlijke uitvoering van de aangesloten gezelschappen. Het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg werd gevraagd een regisseur te leveren. Zij stonden Leon van der Sanden af, die van de VNT een lijst met beschikbare acteurs kreeg, oefenruimte, een vormgever en de vrije hand bij het kiezen van een stuk. Dat werd een vroege eenakter van Brecht, Die Kleinburgerhochzeit uit 1919, vertaald en bewerkt door Van der Sanden zelf.

Acht van de negen spelers zijn aanwezig op de eerste repetitiedagen. “Dat hoort een beetje bij deze opzet”, zegt Van der Sanden (38) gelaten. Het stuk is voor de acteurs een tussendoortje dat in zeven dagen gerepeteerd moet worden. Chris Bolczek van Orkater had toegezegd "de vriend' te zullen spelen. “Twee dagen geleden belde hij af, omdat hij filmopnamen moest maken. Toen ik van vakantie terugkwam verwachtte ik een hele waslijst van deze rampen. Het valt me nog mee.”

In de drukkende hitte op de zolder van theatergroep De Nieuw Amsterdam geven de repetities de indruk van een schooluitvoering. De spelers lopen in korte broeken en t-shirts te zoeken naar een manier om hun rol gestalte te geven. In de traditie van Brecht zijn de personages niet erg psychologisch, eerder typisch. Dat is ook wat Van der Sanden wilde. “Het moet een groteske zijn, een extreme uitvergroting van de personages. Slapstick-achtig.”

Brechts vileine schets van een huwelijksdiner geeft alle gelegenheid voor slapstick. Het zelfgemaakte meubilair van de bruidegom stort stukje bij beetje onder de gasten inelkaar. Tegelijkertijd schilferen de familie- en vriendschapsbanden af. “Het is bedoeld als luchtig voorafje voor het theaterseizoen”, zegt Van der Sanden. Maar, voegt hij er aan toe, in het Duitse toneel zitten altijd onderstromen van wrangheid en desolaatheid. Het moet ook niet te gemakkelijk zijn. “We worden niet voor niets gesubsieerd.”

De giecheligheid op deze repetitie betekent dan ook geenszins dat de acteurs hun opdracht niet serieus nemen. Onder de ogen van Van der Sanden en vormgeefster Annemiek Paulides bedenken ze voortdurend nieuwe mise-en-scenes rond de wankele tafel. “Dat dansen is een punt”, vindt Cas Enklaar van een wild walsje. Hij speelt met een stem als een tandartsboor de vader die zijn anekdotes voortdurend hoort onderbreken door de andere gasten. Vorig seizoen heeft hij nog met Van der Sanden gewerkt in "Minetti' van Thomas Bernhard. “Dat dansen is zeker een probleem” valt Saskia Huychtse, de zuster, hem bij. Suggesties borrelen op: een moderne dans, een discodans of breakdance. Veel tijd om alle alternatieven uit te proberen is er niet want over anderhalve week moeten ze in het Muziektheater staan, met een walsje of een breakdance.

De bruidegom, Adrie Overbeeke, vindt het spannend om dit stuk in zo korte tijd neer te zetten. Natuurlijk, het heeft niet al te grote pretenties maar het is toch een stuk waarin veel gezegd wordt. Op de achtergrond staat zijn bruid, Ella van Drumpt, haar trouwjurk te passen. Met een zwangere buik van vijf maanden is ze de ideale bruid-die-moet-trouwen van Brecht. Haar toneelman trekt juist zwetend zijn jasje uit. Zes keer op een dag spelen zou wel eens kunnen uitlopen op wilde meligheid, voorspelt Overbeeke. Het gegoochel met de instortende meubelen, de danspartijen nodigen uit tot schmieren. Greet Vos, de moeder, ziet zichzelf al ontredderd op het toneel staan en denken “Deze scene heb ik toch al gespeeld?”

Het zijn zaken waar regisseur Leon van der Sanden nog niet eens aan toegekomen is. Aan het eind van de tweede repetitiedag drukt hij ieder op het hart uit te kijken naar een vervanger voor Chris Bolczek. De volgende dag kan de gezamenlijke Nederlandse toneelwereld opgelucht ademhalen: Tjeerd Bischoff heeft zich aangediend om de vriend te spelen. Hij heeft nog vijf dagen de tijd om perfect door zijn stoel te zakken.