GKPTsj: Putschisten-company

LENINGRAD, 22 AUG. De spanning is geweken in het Mariinski Paleis, zetel van de gemeenteraad van Leningrad. De Staf der Organisatie van de Strijd met de Gevolgen van de Staatsgreep in de stad Leningrad, die al in de nacht van dinsdag op woensdag zijn eerste communiqués uitgaf, vergadert achter gesloten deuren. Militairen met indrukwekkende uniformen en medailles alsmede gemeenteraadsleden lopen in en uit. Burgemeester Anatoli Sobtsjak heeft de situatie onder controle. Beheerst, doortastend, keurig in het pak, maar dodelijk vermoeid kondigde hij gistermiddag op een persconferentie aan dat de troepen, de politie en de KGB in Leningrad onder direct gezag zijn geplaatst van zijn plaatsvervanger Vjatsjeslav Sjtsjerbakov, die door Jeltsin is benoemd tot militaire bevelhebber van de stad.

In de beruchte Nacht van Jeltsin ontbood Sobtsjak de Leningradse KGB-chef Koerkov bij zich en verzekerde zich van diens loyaliteit. De politie van Leningrad had uit zichzelf al laten weten dat zij er niet over peinsde zich aan het wettige gezag - in casu Sobtsjak - te onttrekken en Moskous bevelen op te volgen. En ook de opperbevelhebber van het Leningradse militaire district, luitenant-generaal Samsonov, die tijdens de militaire actie in Tbilisi twee jaar geleden al geweigerd heeft troepen op demonstranten af te vuren, had Sobtsjak al laten weten dat hij in Leningrad geen tanks zou inzetten.

Vanaf twee uur woensdagmorgen werd het de bestuurderen in Leningrad duidelijk dat het tij langzaam aan het keren was. Zij verzekerden de toegestroomde verontruste burgers dan ook dat er geen tanks in aantocht waren, zoals door buitenlandse radiostations werd gemeld. De burgers geloofden het maar half, want de berichten uit Moskou waren te alarmerend en de geruchtenmachine draaide weer op volle toeren.

“Discipline, discipline, en verantwoordelijkheidsgevoel!”, hamerde Sobtsjak op de persconferentie. Hij verweet de pers met sensatieverhalen een sfeer van angst en onzekerheid te hebben geschapen die de situatie er niet eenvoudiger op had gemaakt.

De sfeer buiten het Mariinski Paleis wordt intussen steeds lacheriger. De eerste cartoons van het illustere achttal doen de ronde. De afkorting GKPTsj, waarmee het Staatscomité voor de Noodtoestand zichzelf had getooid, heeft in de volksmond al ontelbare ontcijferingen gekregen, zoals de Shit Company van Bureaucratische Putschisten of Goelag-Kazerne-Gifgas-en-Partocratie.

Sobtsjak mag de ordebewaarders in de stad weer in zijn zak hebben, Jeltsins beslissing om de Russische troepen, bij ontstentenis van opperbevelhebber Michail Gorbatsjov, onder zijn gezag te plaatsen, heeft de machtsituatie in het land er bepaald niet duidelijker op gemaakt. Jeltsin heeft daarmee het heilige principe van de eenheid van de Sovjet-strijdmachten aangetast en het is de vraag of hij dat opperbevel, nu Gorbatsjov is herrezen, weer zal afstaan.

Alle hoge militairen in het Mariinski Paleis schieten langs me heen als ik hen om opheldering wil vragen. “Geen tijd”, mompelen ze en verdwijnen achter ontoegankelijke deuren. Kapitein 2de rang Viktor Drozdov (38), gemeenteraadslid, is laag genoeg om met graagte commentaar te willen leveren. Toen hij zich gisteren bij zijn legeronderdeel meldde om de mannen inlichtingen te geven over de situatie, werd hem door zijn chef de toegang tot de kazerne geweigerd. Zijn commandant heeft kennelijk op het verkeerde paard gewed. “In de kazernes was de radioverbinding verbroken, de soldaten wisten absoluut niet wat er aan de hand was”, aldus Drozdov. “Het leger werd in feite geconfronteerd met een principiële beslissing. Jeltsins legitimiteit - hij is door het volk gekozen - stond lijnrecht tegenover de illegaliteit van het zelfbenoemde comité. Alle Russische commandanten stonden dus voor de beslissing aan wie ze loyaal zouden blijven, aan hun president Jeltsin of aan minister van defensie Jazov, die volgens Jeltsin de grondwet had geschonden. De eerste die de keuze voor Jeltsin maakte was generaal Lebed van de Toela-luchtlandingsdivisie, die door Jazov naar het Witte Huis gestuurd werd om het Russische parlement te bezetten. Lebed voerde dat bevel niet uit.”

Drozdov zegt niet verrast te zijn door de coup, al had hij hem later verwacht. De volslagen ongeorganiseerdheid van de hele actie duidt volgens hem op een haastige beslissing. De kapitein is ervan overtuigd dat Anatoli Loekjanov, Gorbatsjovs vroegere rechterhand en voorzitter van het Unieparlement dat na ondertekening van het nieuwe Unieverdrag praktisch overbodig wordt, een heel bedenklijke rol gespeeld in de affaire. Loekjanov distantieerde zich gisteren in alle toonaarden van de putsch, maar daar wordt hier smalend om gelachen.

Ons gesprek wordt voortdurend onderbroken door mensen met de meest uiteenlopende en verrassende vragen. Een jongen komt een handtekening halen voor de aflevering van een kist met vijftig gasmaskers. “Je moet overal op voorbereid zijn”, zegt Drozdov, al kunnen de gasmaskers voorlopig weer worden opgeborgen. Een vrouw komt een paar potten honing brengen voor de gemeenteraadsleden die het gebouw drie dagen nauwelijks hebben verlaten.

“Het is voorbij”, zucht Drozdov en hij haast zich weg, op zoek naar burgemeester Sobtsjak, die in Leningrad duidelijk getoond heeft waar de macht ligt.

Een telefoontje naar het Smolny Instituut - het hoofdkwartier van de communistische partij - leert dat partijsecretaris van Leningrad, Boris Gidaspov, geveld is door een plotselinge ziekte.