Filmmuseum gaat weer open

Met de heropening van het grondig verbouwde Vondelparkpaviljoen gaat het Nederlands Filmmuseum dit najaar een nieuwe fase in van de door directeur Hoos Blotkamp ingezette ontwikkeling naar een publieksvriendelijke cinematheek.

Twee miljoen gulden wist het Filmmuseum los te praten bij sponsors, vooral om de inbouw van het art deco-interieur van de voormalige Amsterdamse bioscoop Parisien te bekostigen. Naast deze zogenaamde VSB-zaal, vooral geschikt voor de vertoning van zwijgende films met muzikale, vocale of andere auditieve begeleiding, werd de oude bibliotheek verbouwd tot Grolsch-zaal, uitgerust met onder meer 70mm-projectie en Dolby-stereogeluid.

Als hoofd van de nieuw gevormde "publieksdienst' treedt binnenkort Ruud Visschedijk aan, een ex-redacteur van Skrien die de audiovisuele dienst van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen leidde. Visschedijk mag nu een uitgebreider tentoonstellingsruimte (waar om te beginnen een expositie over Parisien en een overzicht van Duitse filmaffiches uit de jaren twintig en dertig te zien zijn) en een verdubbeld filmaanbod aan de man proberen te brengen. Er zijn nu immers dagelijks zes voorstellingen in de beide zalen, plus familiematinees.

De door Eric de Kuyper gevoerde horizontale programmering (dagelijks om 17u, 19u en 21u30) bestaat zowel uit maandthema's als een klassiekenreeks. Belangrijker dan voorheen wordt de presentatie van eigen archiefvondsten, bij voorbeeld in programma's van zogenaamde "bits and pieces', soms nog nauwelijks gerubriceerde filmfragmenten, of in de nieuwe maandelijkse reeks "Kort en prachtig'. Tot de nieuwe aanwinsten behoort ook een verloren gewaande korte film van Georges Melies uit 1906, Le dirigeable fantastique (Het fantastische luchtschip).

De thematische programmering is komend jaar iets overzichtelijker en minder exotisch dan in het laatste Vondelparkseizoen van De Kuyper. Om te beginnen is er een programma gewijd aan de bijna vergeten Hollywoodregisseur Frank Borzage, in 1927 de eerste regisseur die een Oscar won. Zijn prachtige Lucky Star (1929) was dit jaar de publieksfavoriet tijdens het Filmfestival Rotterdam en wordt een keer op zondagochtend (29 september) in de grote zaal van Tuschinski herhaald. Uit de hele wereld werden nog ruim dertig andere Borzage-films verzameld, een fraaie opmaat voor de andere thema's van het nieuwe seizoen: deze zijn onder meer gewijd aan Romy Schneider, de Deense regisseur Carl Th. Dreyer, honderd jaar Franse documentaires en een programma over filmexplicateurs, naar aanleiding van de roman Der Kinoerzahler van G. Hoffmann.

Tussen 27 september en 6 oktober wordt de heropening gevierd met een feestweek, waarvan een groot gedeelte voor het publiek toegankelijk is. Zo wordt de klassiekenreeks heropend met een 70mm-projectie van Jacques Tati's Playtime, ingeleid door Kees van Kooten. Er is een filmboekenmarkt op 29 september, waar Het museum van licht door Willem Jan Otten gepresenteerd wordt: een bundeling van de filmessays die eerder in het Cultureel Supplement van deze krant verschenen. Op 28 september wordt de opvallende buitenkant van het Vondelparkpaviljoen benut voor een klank- en lichtspektakel, waarvan de vorm een verrassing moet blijven.

Deze zomer liep het storm op het al heropende terras en cafe van het museum. Of dat ook zal gelden voor de filmprogramma's is een uitdaging voor de beter dan ooit geequipeerde staf van het Filmmuseum. Ter kennismaking met de tijdens het Rotterdamse festival zeer goed ontvangen presentaties van zwijgende films, kan tijdens de Uitmarkt (za 21u in de grote zaal van het Muziektheater) het programma A la campagne dienen. Pianist Stefan Ram en zangeres Wijnanda Zeevaarder begeleiden dan een selectie van Franse films uit de periode 1907-1913 over het buitenleven.