De perestrojka van de geest heeft gewonnen

De Three Days that Shook the World om John Reed's boek over de revolutie van 1917 te parafraseren, hebben naast talrijke vragen ook een conclusie opgeleverd: de Sovjet-Unie van midden 1991 is een fundamenteel ander land in vergelijking met de Sovjet-Unie van nog maar een paar jaar geleden. En de junta die maandag de macht greep en sindsdien geen moment geloofwaardig is geweest, heeft dat te laat gemerkt.

De junta zat op het eerste gezicht zo goed in elkaar dat verzet bij voorbaat hopeloos leek. De regering was vertegenwoordigd met haar hoogste chef, premier Pavlov, de staat door vice-president Janajev, de reguliere strijdkrachten door minister van defensie Jazov, de KGB door zijn chef Krjoetsjkov en binnenlandse zaken - dat wil zeggen: de speciale OMON-elitetroepen en de politie - door minister Pugo. De partij en het militair-industriële complex waren erbij en zelfs aan de staatsindustrie en de landbouw was gedacht. Kortom: de coalitie was zo goed als compleet, een klassieke combinatie van klassieke instanties die in het oude, gecentraliseerde systeem alle macht vertegenwoordigen, de militaire, de politieke en de economische. De bedenkers van de coup hadden in elk geval hun klassieke marxistisch-leninistische huiswerk gedaan.

Hun klassieke huiswerk, want ze hadden het laatste hoofdstuk van dat huiswerk, het hoofdstuk dat ze juist af wilden schaffen, niet gelezen. Dat hoofdstuk bevat de veranderingen die zich de afgelopen zes jaar in de Sovjet-samenleving hadden voltrokken. Ze hadden buiten de waard gerekend.

Die waard heette in de eerste plaats Boris Jeltsin, de man die ze maandag (of zondag, want het juiste tijdstip van de machtsgreep staat nog niet vast) natuurlijk direct hadden moeten aanhouden. Waarom ze dat niet deden - uit gebrek aan ervaring met het mechanisme van staatsgrepen, uit politiek-ideologisch bepaalde domheid (populariteit is in het reëel bestaande socialisme nooit een factor van grote betekenis geweest), uit angst voor die populariteit of omdat ze er niet toe bij machte waren - is niet duidelijk. Duidelijk is wel dat ze, door Jeltsin niet op te pakken, hun opposanten een wapen in handen gaven: iedereen die om welke reden aanstoot nam aan de afzetting van Gorbatsjov schaarde zich prompt achter de populaire Siberiër en die slaagde er al binnen vierentwintig uur in het initiatief naar zich toe te trekken.

Maar de waard heette niet alleen Jeltsin. De waard, dat waren ook de republieken, die maandag het Unieverdrag hun neus voorbij zagen gaan, en daarmee al de langverbeide bevoegdheden waarover met het machtige centrum zo lang was geruzied. De republieken konden zich niet achter de coup scharen. Slechts twee ervan hebben het uiteindelijk wel gedaan - Oezbekistan en Azerbajdzjan - maar de meeste en de belangrijkste republieken hebben uit eigenbelang (het Unieverdrag) partij gekozen tegen de junta.

De waard, dat was ook de partij, de communistische partij die als enige klassieke instantie van belang slechts door een tweederangsfiguur was vertegenwoordigd in de junta, door Oleg Baklanov namelijk, vice-voorzitter (onder Gorbatsjov) van het Defensiecomité. De partijleiding heeft twee dagen moeten piekeren voor ze partij koos, twee dagen waarin tal van voor- en nadelen de revue moeten zijn gepasseerd. Had Gorbatsjov niet de macht en het imago van de partij geschaad, de afgelopen jaren? Waren de coupplegers geen hardliners in wier beleid wellicht veel muziek zat? Toch koos de partijleiding uiteindelijk voor Gorbatsjov en tegen de junta. Niet om Gorbatsjov persoonlijk vermoedelijk. Wel - waarschijnlijk - met het oog op de publieke reactie, het internationale aanzien, het openbare fatsoen en mogelijk ook het argument dat er een burgeroorlog voor de deur zou staan als de junta zou aanblijven.

De waard, dat waren tenslotte ook het leger, de KGB, de OMON-troepen van minister Pugo, en zijn politie. Het is nog moeilijk vast te stellen hoeveel troepen in Moskou, Leningrad en de Baltische landen zijn overgelopen naar het kamp van Jeltsin of hebben geweigerd bevelen van de junta op te volgen. Maar de aantallen zijn zonder twijfel aanzienlijk. In Moskou, waar ten minste een hele divisie (van de drie) zich bij Jeltsin aansloot. In Leningrad, waar tankcolonnes na overleg met burgemeester Sobtsjak - een door de junta afgezette burgemeester - hun opmars naar de stad staakten. In Estland, waar lokale Sovjet-commandanten de Esten vertelden grote moeite te hebben met de bevelen uit Moskou. In de andere republieken. Gisteren werd zelfs bekend dat al dinsdagavond een groep legerleiders in Moskou - Jazov of geen Jazov - heeft besloten dat hoe dan ook niet op de demonstranten bij Jeltsins hoofdkwartier zou worden geschoten - een "Alleingang' van het leger die in vroeger tijden ondenkbaar zou zijn geweest en die de plannen van de junta zonder twijfel drastisch in de war heeft gestuurd. Zelfs een deel van de KGB ontviel de junta: op de Krim schijnt tot twee keer toe een poging van de KGB om Gorbatsjov te bevrijden te zijn mislukt en gisteren, voor de coupplegers opgaven, liepen twintig KGB'ers naar Jeltsin over.

Al deze tegenvallers voor de junta onderstrepen een cruciaal gegeven: haar macht, op het oog zo groot, was voor een belangrijk deel slechts schijn, omdat de Sovjet-Unie niet meer de Sovjet-Unie van vroeger is. De Sovjet-strijdkrachten, inclusief de KGB, de OMON en de politie, zijn altijd het toonbeeld geweest van kadaverdiscipline. In hun oude marxistisch-leninistisch-brezjnevistische mentaliteit hebben de hoogste bazen van die militaire sectoren zonder twijfel absolute gehoorzaamheid verwacht, toen ze hun coup pleegden. In plaats daarvan zijn ze tot de ontdekking gekomen dat er plots twee legers waren, en twee KGB's: een die gehoorzaamde en een die overliep.

Er was nog meer. Er was het volk, dat niet meer het volk van vroeger is. Een aanzienlijk deel van dat volk, vroeger zo dociel, zo volgzaam en gehoorzaam, verklaarde zich zelfstandig, zelfdenkend en autonoom en schaarde zich achter zijn idool, dat de junta zo vriendelijk was geweest op een presenteerblaadje aan te bieden: Boris Jeltsin. Luttele jaren geleden zou het nog hebben gereageerd met een schouderophalend "niet mee bemoeien, heeft geen zin'. Nu omsingelden tienduizenden als een verdedigingsmuur Jeltsins hoofdkwartier, stroomden tweehonderdduizend anderen naar de afgezette burgemeester van Leningrad en gaf een fors deel van de rest vrijmoedig commentaar. In plaats van zelf een hechte coalitie te vormen, vond aldus de junta een hechte coalitie tegenover zich, een coalitie van democraten, republieken, de partij en onwillige eenheden van de strijdkrachten.

Een van de merkwaardigste aspecten van het hele driedaagse drama is ongetwijfeld het feit dat die unieke contra-coalitie alles in de waagschaal wierp terwille van een man die zelf hoogst impopulair was en tegen wiens vertrek in normale omstandigheden in de republieken, binnen de strijdkrachten en zelfs onder het volk maar weinigen bezwaar zouden hebben gemaakt: Michail Gorbatsjov. Dat men toch voor hem opkwam, lag ongetwijfeld vooral aan Boris Jeltsin, en dat Boris Jeltsin voor hem opkwam, lag zonder twijfel vooral aan het Unieverdrag, waarover Gorbatsjov het met de leiders van negen republieken eens was geworden.

Het is de historische vergissing van de coupplegers geweest dat ze de krachten hebben onderschat die Gorbatsjov de afgelopen zes jaar heeft losgemaakt, de heropvoeding die de Sovjet-burgers (en veel politici) in zes jaar glasnost hebben ondergaan. We hebben de eerste duidelijke tekenen gezien dat de Sovjet-Unie die Gorbatsjov nastreeft, een staat van wettigheid, een staat waarin de wet meer betekent dan de macht, werkelijkheid begint te worden. Het is de perestrojka van de geest: Sovjet-burgers zijn geen willoze subjecten in een totalitair systeem meer, ze zijn soeverein, en politici zijn niet meer de apparatsjiks van vroeger, die voornamelijk uitblonken door onverschilligheid jegens de belangen van diegenen die ze heetten te vertegenwoordigen.

Die perestrojka van de geest heeft de Sovjet-Unie in zes jaar tot een ander land gemaakt. En de leden van de junta hebben er die zes jaar te weinig van gemerkt. Ze zijn uiteindelijk het slachtoffer geworden van hun ideologische oogkleppen.