Begeleiding tijdrijders maakt vorderingen

STUTTGART, 22 AUG. Een snelle 100 kilometer ploegentijdrit rijden is een kwestie van details. De begeleiders die het Nederlandse amateurkwartet naar de wereldtop willen sturen en volgend jaar naar een Olympische medaille weten dat sinds kort ook. Waar met name de Italianen en de Duitsers al jaren streven naar het perfectioneren van trainingsmethoden, materiaal en mentale begeleiding, zijn de Nederlanders nog maar net begonnen met topsport.

Op de valreep - want op het wereldkampioenschap in Stuttgart wachtte Olympische kwalificatie - zag de bondscoach van de amateurs Piet Kuijs in dat de begeleiding van de tijdrijders speciale aandacht vereiste. Hij vroeg vorig jaar na het grootste echec op een WK (achttiende) Nico van Hest hem te assisteren en zich vooral te richten op de selectie voor de 100 kilometer.

Na de verrassende vijfde plaats (achter vanzelfsprekend Italie en Duitsland, Noorwegen en Polen), waarmee Olympische kwalificatie werd afgedwongen, wezen alle Nederlandse renners naar Van Hest als de man aan wie zij deze fraaie prestatie dankten. Deze is ex-professional, leraar lichamelijke oefening, hij beschikt over de diploma's sportmassage en wielertrainer en heeft ervaring in het vormingswerk met dropouts. Vooral door dat laatste heeft hij voldoende wijsheid om van vier individualisten, die tijdrijders zijn, een collectief te maken.

Bart Voskamp, John den Braber, Jans Koerts en Jaap ten Kortenaar, het oranje viermanschap, is volgens Van Hest een mengeling van sterk uiteenlopende persoonlijkheden. Van evenwichtige via introverte naar neurotische types. De kunst is, weet Van Hest, ze te leren met elkaars karaktertrekken om te gaan. “Ze moeten zich richten naar de ander.” Hij noemt als voorbeeld de inzinking die twee renners gistermiddag na 70 kilometer kregen. “De anderen voelden meteen aan wat ze moesten doen. En binnen 500 meter liep het weer. Dat is een kwestie van elkaars karakter kennen en vooral aanvoelen. Een kwestie van opoffering.”

Sinds maart trok Van Hest met de zeven a acht kandidaten voor de tijdrit op. Hij heeft ze geleerd met spanning om te gaan, en vooral veel te ontspannen. Voskamp weet nog van twee jaar geleden in Chambery dat ze alleen al door spanning veel energie verspilden. Er was geen sfeer in de ploeg. Om tien uur naar bed. Discipline was heilig. En dat is nu juist waar Van Hest beter mee omgaat. “Discipline moet er zijn”, weet de gymnastiekleraar uit Oisterwijk. “Maar Nederlanders zijn geen Oosteuropeanen of Duitsers. Die zijn losheid gewend.”

Waar in de begeleiding op het mentale vlak zowaar vorderingen zijn gemaakt, verkeert ze op technisch en medisch gebied nog in sferen van hobbysme. En willen de Nederlanders op de Olympische Spelen zich even nadrukkelijk manifesteren dan dient er nog veel te gebeuren. Dat beseft Kuijs, die toegeeft dat hij tot nu toe te bescheiden is geweest.

Van aandoenlijk niveau is het materiaal waarmee de Nederlanders fietsten. Dat dateert nog uit 1986 toen het viertal De Vries, Harmeling, Cordes en Talen wereldkampioen werd. Sindsdien kwam Oranje nooit meer bij de eerste tien. Niet dat het materiaal ouderwets is. Maar in de Batavus-fabriek is nieuw materiaal bijna gereed om op de Spelen te gebruiken. “Daar hadden we de coaches (amateurs en dames, red.) druk achter moeten zetten”, bekent Kuijs. Stel dat het kwartet gisteren niet bij de eerste acht was geeindigd. En daar zag het tot 75 kilometer naar uit. In de laatste 25 kilometer reden de Nederlanders het snelst van alle ploegen, waardoor ze uiteindelijk op de ijfde plaats belanden.

Kuijs wil op medisch gebied meer testen kunnen doen met zijn renners. In het afgelopen jaar zijn vaak te laat sluimerende ziektes ontdekt. Om een goed team te begeleiden dient regelmatig medische controle te worden uitgeoefend. Hij heeft nu een budget van 12.000 gulden om een hele ploeg te begeleiden. Kuijs veronderstelt dat in de aanloop naar de Olympische Spelen “altijd meer geld vrijkomt”. Maar zijn ervaringen kunnen als illustratie dienen voor het vertrouwen dat de wielerunie in de amateurs stelt.

In Italie wordt anders met topwielrenners omgesprongen. Daar is ook meer geld. De renners gebruikten een nieuwe Colnago-fiets met de nieuwste versie van het triathlonstuur. Het viertal (Anastisia, Contri, Colombo en Peron) plus reserves vertoefden veertien dagen op hoogtestage. Ze zijn gemiddeld 21 jaar en komen uit een selectie van 14. Alle vier behoorden al een of meer keer tot een kampioensploeg bij de WK-junioren. De Italianen waren bijvorbeeld in 1986, '87, '88 en '89 kampioen bij de junioren. Bondscoach Giosue Zenoni is er zeker van dat allen beschikbaar zijn voor de Spelen. Ze hebben daarvoor een contract moeten tekenen. In Nederland is dat niet meer het geval sinds Kuijs' voorganger Boskamp moest opstappen. Jans Koerts is volgend jaar professional bij PDM.

Fiets vermist

Kort na de finish van de 100 kilometer ploegentijdrit klonk een mededeling door de omroepinstallatie bij het WK-parcours in Stuttgart: “Hallo, hallo, zojuist is een fiets gestolen van de Italiaanse ploeg. Wanneer u de fiets of de dief heeft gezien, wilt u dat dan komen melden.” Het betrof een van de fietsen waarop de Italianen wereldkampioen waren geworden. De fiets van het merk Colnago, uitgerust met een aangepast triathlon-stuur en een dubbele diagonale frame-buis, vertegenwoordigt volgens de Italianen een waarde van zeker 10.000 gulden.