Beelden van hemel en aarde

Het komende jaar is het 386 jaar geleden dat Rembrandt geboren werd. Hoewel geen mooi rond getal, zal Rembrandt dan herdacht worden. Talloze musea en instellingen zullen in de vorm van tentoonstellingen en publikaties hun steentje bijdragen aan de Rembrandt- rage, die Nederland volgend jaar zal beheersen.

Zoals 1990 het Jaar van Vincent van Gogh is geweest, zo belooft het nieuwe tentoonstellingsseizoen voor een belangrijk deel in het teken te staan van Rembrandt. Na de tentoonstelling in Berlijn, die volgende maand opent, krijgt het Rijksmuseum in Amsterdam vanaf 4 december de vijftig schilderijen van Rembrandt en de veertig doeken van zijn leerlingen in huis. Deze bruiklenen uit openbare en particuliere collecties van de verzameling van de Britse vorstin tot het Metropolitan Museum in New York zullen vergezeld worden van tekeningen en etsen. Voor het eerst worden nu ook uitvoerig de onderzoeksresultaten van het Rembrandt Research Project ten aanzien van de toeschrijvingen aanschouwelijk gemaakt, want in een afzonderlijke zaal hangen straks twintig ex-Rembrandts, werken die tot het verdriet van menig museum en particuliere verzamelaar aan leerlingen moeten worden toegeschreven.

Een aantal musea heeft het winterprogramma afgestemd op het Rembrandt-overzicht. Museum Het Rembrandthuis in Amsterdam belicht het werk van Pieter Lastman, de leermeester van Rembrandt, en het Joods Historisch Museum beperkt zich tot "Het oude testament in de schilderijen van de Gouden Eeuw'. Het Mauritshuis in Den Haag laat zien welke Rembrandt-legaten Abraham Bredius, begin deze eeuw museumdirecteur daar, wist te bemachtigen. Het Centraal Museum in Utrecht en De Lakenhal in Leiden bieden vanaf half december tentoonstellingen rondom de bijbel en rondom Jan Lievensz., ook een leerling van Pieter Lastman. Of Rembrandts invloed zich uitstrekt tot de twintigste eeuw komt in de musea voor moderne kunst niet aan de orde.

Voordat Rembrandt wordt onthaald, vraagt eerst Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam, vanaf 15 september, aandacht voor een bijzondere tentoonstelling over Saenredam en andere zeventiende-eeuwse architectuurschilders. Vergeleken met het stilleven en het portret was het architectuurstuk in die tijd een piepklein specialisme. De meeste schilders bogen zich over gefantaseerde gebouwen. Saenredam niet: hij trok van kerk tot kerk. Zijn vijftien "kerk-panelen', die naast het werk van onder anderen Hans Vredeman de Vries, Dirck van Delen en Gerard Houckgeest te zien zijn, moeten uit zes landen bijeengebracht worden.

Minder verheven dan deze roomkleurige kerkinterieurs zijn de straattaferelen die Pieter van Laer, tijdgenoot van Saenredam en Rembrandt, in Rome vastlegde. Van Laer en zijn vrienden, die het pauselijk gezag aan hun laars lapten, vormden samen de "Schildersbent'. Elk nieuw lid kon bij zijn aantreden steevast rekenen op een feest dat in de buurt kwam van de bacchanale riten die de Romeinen er ooit op na hielden. Het Centraal Museum in Utrecht toont vanaf 7 december aan dat de gebochelde Van Laer en zijn Bamboccianten ook nog iets anders konden dan Rome op stelten zetten.

Het Amsterdams Historisch Museum laat dit seizoen de Gouden Eeuw links liggen. Daar bestrijkt men vanaf 15 oktober de "totale' Nederlandse geschiedenis door de volledige historische galerij van Jacob de Vos (1803-1878) te exposeren: Op meer dan 250 doeken treden vooral helden op, zoals Jan van Schaffelaar die van de toren springt, en Willem III, wiens paard over een molshoop struikelde, met alle fatale gevolgen van dien. Het was alles "heldenroem' dat de klok sloeg in de negentiende-eeuwse schildersateliers.

Minder heldhalftig, maar veel curieuzer is de tentoonstelling die datzelfde museum voor volgend jaar zomer organiseert: Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen van de zestiende tot en met de achttiende eeuw. De vaderlandse handelsvloten en zonderlinge reislustigen namen van alles en nog wat mee uit de Levant en Oost-, en West-Indie; van schilderijen en porselein tot levende mensen, planten en dieren. Thuis kwamen hun spulletjes voornamelijk in rariteitenkabinetten terecht, die op hun beurt weer een schilderkunstig thema vormden. Na de dood van de eigenaar begonnen veel voorwerpen via de veiling aan een zwerftocht over de wereld.

De eigentijdse kunsten bieden in de Nederlandse musea minder spectaculaire, maar niettemin interessante tentoonstellingsvooruitzichten. Het Stedelijk Museum in Amsterdam komt deze herfst met overzichten over het werk van beeldend kunstenaar Daan van Golden en fotograaf Ed van der Elsken. Kleinere exposities presenteren de schilders Frank van den Broeck, Co Westerik en Marc Mulders, de keramisten Jan van der Vaart, Johan van Loon en Piet Stockmans en de industriele ontwerpers Ninaber, Peters en Krouwel. Op 7 december opent "Wanderlieder; European artists', waarover het museum nog geen details wil prijsgeven.

Net zo raadselachtig is voorlopig de keuze die de Britse cineast Peter Greenaway zal maken uit de collectie van Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. Greenaway heeft een tijd op zich laten wachten, omdat zijn nieuwe film vertraging opliep, maar eind oktober onthult hij zijn visuele visie op "het menselijk lichaam in zijn algemeenheid'. Verder wijdt Boymans solo-tentoonstelilngen aan onder anderen Bruce Nauman (grafiek, 25 aug), beeldhouwer Guido Geelen (22 sept), Michael Byron (tekeningen, 6 okt), Charley van Rest (1 dec) en de Japanner On Kawara (15 dec), die een dagelijkse documentatie bijhoudt van bijna al zijn bezigheden.

Het Haags Gemeentemuseum doet het wat kalmer aan. Dit jaar komt daar onder meer het werk van Frank van Hemert en Hamish Fulton aan de orde, en voor volgend jaar zijn tentoonstellingen gepland rondom Royden Rabinowitch, Gunther Tuzina, Tom Otterness, Jorg Immendorf, Ulrich Horndash, Gilbert & George en Sol LeWitt.

De nieuwe directeur van Rijksmuseum Kroller-Muller, Evert van Straaten, presenteert op 2 november zijn keuze uit eigen collectie en aanwinsten. Het oude gebouw zal opnieuw worden ingericht, waardoor de collectie van mevrouw Kroller van accent zal verschuiven. In het voorjaar en de zomer van 1992 belicht het museum uitvoerig de machines van de enkele jaren geleden overleden uitvinder-beeldhouwer Gerrit van Bakel. En in de zomer van 1992 komen de architecten aan de orde maquettes, tekeningen en briefwisselingen met wie het echtpaar Kroller-Muller te maken heeft gehad, onder wie Mies van der Rohe en Berlage.

Onder de titel "Hemel & Aarde/Werelden van verbeelding' geeft het Bonnefanten Museum in Maastricht vanaf 23 november alle ruimte aan twaalf binnen- en buitenlandse semiotici. De tentoonstelling omvat maar liefst driehonderd kunstwerken, kaarten en voorwerpen uit vijftig buitenlandse verzamelingen, waarbij elke deskundige een aspect van het thema "hemel en aarde', als werelden van verbeelding, analyseert. Niet de fysieke werkelijkheid, zo meldt het museum, maar de beelden die de mens van Hemel en Aarde maakt, vol open en verholen symbolen, komen in het Bonnefanten Museum aan de orde. Voor de eigentijdse kunsten lijkt een reis naar Maastricht deze herfst een "must'.

De volkenkundige musea ten slotte, houden volgend jaar rekening met het feit dat vijf eeuwen geleden Columbus "de nieuwe wereld', het Latijns-Amerikaanse continent ontdekte. Daarom voert het Tropenmuseum in Amsterdam zijn publiek deze winter door Mexico-stad, onleefbaar geworden door luchtvervuiling, en brengt datzelfde museum in de zomer van 1992 een overzicht van 150 jaar Mexicaanse fotografie. Het Rotterdamse Museum voor Volkenkunde stelt vanaf 20 maart 1992 onder meer de strijdknotsen, het aardewerk en textiel ten toon van de "Zonen van de Zon & Dochters van de Maan', oftewel de Inca's, waarover dank zij Spaanse "verslaggevers' veel bekend is. Uit de omvangrijke foto-collectie van dit museum worden net als bij het Tropenmuseum foto-tentoonstellingen samengesteld: Indianen-portretten van rond de eeuwwisseling en foto's uit het Peruaanse Cuzco, destijds gemaakt door Martin Chambi (1891-1973). Chambi's werk was een wanhopige poging te redden wat er nog te redden viel van de traditionele Andes-cultuur.