AANMOEDIGINGSPRIJS VOOR GRAFISCH VORMGEVERS; Blind worden door te veel te zien

Joseph Plateau, Plantage Middenlaan 4a, Amsterdam. Inl 020-6239956.

Joseph Antoine Ferdinand Plateau: negentiende-eeuwer, fysicus, Belg. Nieuwsgierig genoeg om op zijn achtentwintigste bij wijze van proef 25 seconden lang in de zon te staren, en volhardend genoeg om dat waarnemingsonderzoek keer op keer te herhalen, ook toen geleidelijk het licht uit zijn ogen verdween. Voor vier studenten grafische vormgeving aan de avondopleiding van de Rietveld Academie was dat fragment van het levensverhaal - "blind worden door te veel zien' - voldoende om zijn naam als een eretitel aan hun produktie te verbinden: Joseph Plateau, grafisch ontwerpers sinds 1989.

De Amsterdamse vormgevers delen met hun naamgever een betrokkenheid bij de cinematografie. De hoogleraar natuurkunde uit Gent construeerde een apparaat dat de indruk van bewegende beelden wist op te roepen en liep daarmee vooruit op de projectie van films. Plateau Amsterdam huist achter het projectiescherm van filmtheater Desmet. Allerlei houten trapjes voeren door de voormalige requisietenruimte van het theater; het is alsof je door een tekening van Piranesi omhoog klautert. De studio op zolder van Desmet wordt door een dun wandje van de filmzaal gescheiden. Er hoeft maar een deur open, wijst Rolf Toxopeus, om dagelijks de favoriete scène in spiegelbeeld mee te beleven. Zodra er een film start zijn geluid en muziek in de studio letterlijk te volgen. Een plezierige ruis, die in de grote werkruimte makkelijk vervliegt, en die bovendien een goede achtergrond geeft voor hun grafisch werk voor Desmet: een maandelijks filmkrantje en zes keer per jaar de affiches voor de serie "Gay Cinema'. Vooral met deze serie aankondigingen en affiches laten Eliane Beyer, Wouter van Eyck, Peter Kingma en Rolf Toxopeus zien dat zij met minimale middelen spannend drukwerk kunnen maken. Mede om die reden ontvangt Joseph Plateau dit jaar de Aanmoedigingsprijs voor typografie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Het juryrapport spreekt van een "weldadige zuiverheid van geest en middelen'.

Eenvoudige maar intrigerende beelden worden door de consequent toegepaste twee-kleurendruk uit hun filmwerkelijkheid getild. Dat die simpele ingreep werkt, blijkt uit de oogst van een aantal jaren. Al tijdens hun studie aan de Rietveld Academie begon het viertal voor Desmet te werken en sinds juni 1987 is de opzet van het programmablaadje wel bijgesteld maar nog steeds niet uitgeput. Eliane Beyer: “Het werk voor Desmet is een goede leerschool gebleken. Elke maand bedenk je een nieuwe vorm en probeer je het maximum uit twee kleuren te halen.”

Om de vertrouwde opdrachtgevers een tikje te provoceren werd op het recentste Gay Cinema-affiche nu eens niet een aantrekkelijk filmlijf gereproduceerd, maar drukten ze in wit een lijntekening van een zittend naakt op een helderblauwe ondergrond. Inderdaad stuitte die keuze op enig verzet van de organisatoren, maar het resultaat prijkt desondanks in de bioscoopvitrines aan de Plantage Middenlaan.

Tijd en mogelijkheden ontbreken om in eigen projecten verder te experimenteren, zoals ze dat op school gewend waren. Daarom wordt in de verschillende opdrachten - voor Desmet, maar ook voor het Nederlands Architectuurinstituut of voor AIDA - de gelegenheid te baat genomen om allerlei alternatieven te onderzoeken. In principe is niet één oplossing kenmerkend voor de aanpak van Joseph Plateau. Wouter van Eyck: “We richten ons heel sterk op de inhoud van een opdracht. De mentaliteit van werken is dezelfde, maar de uitkomsten kunnen heel verschillend zijn. Zó verschillend dat we geen "typische' stijl hebben. Maar daar zijn we dan ook niet naar op zoek.”

Voor de drie ontwerpers die bij het gesprek aanwezig zijn (Peter Kingma verkeert in het buitenland) is die wendbaarheid essentieel. Dat hun werk voor sommige opdrachtgevers daarom te weinig voorspelbaar is, nemen ze op de koop toe. Voorlopig hebben ze het idee dat er nog veel te leren valt; bijna alles is nieuw en vraagt voortdurende aandacht. Voor de eerste grote opdracht na het eindexamen - een catalogus voor het Nederlands Architectuurinstituut (Follies voor de Floriade, 1989) - voer het gezelschap al maanden tevoren in een bootje naar Botshol, om daar in het arcadisch landschap een opzet maken. Ze bedachten een bescheiden tweeluik dat vooral steunt op een combinatie van klassieke en onorthodoxe elementen: de tekst is niet behandeld als een grijze noodzaak, het beeld fungeert niet als de geheide blikvanger die gebruikelijk is bij architectuurboeken. In dat evenwicht tussen vorm en tekst schuilt een grote kwaliteit, die Plateau ook bij andere opdrachten weet te handhaven. In 1990 volgde de tweede catalogus voor het Architectuurinstituut (over Alvaro Siza's plannen voor Lissabon), die zojuist is onderscheiden als één van Nederlands Best Verzorgde Boeken. Liefst staan ze uiteindelijk naast de persen om het resultaat van hun denkwerk te controleren, maar het ideaal, zegt Eliane Beyer, wordt zelden geëvenaard.

Het juryrapport karakteriseert Joseph Plateau als "een groep ontwerpers die, ook bij minder uitbundige budgetten, in staat is gebleken integer en intrigerend werk af te leveren'. Een terechte constatering, maar ook snel een stigma. Wie voor weinig geld iets goeds weet te maken, wordt veelal ook voor weinig geld ingeschakeld. Zeker het werk in de culturele sector, dat Plateau het liefst doet, is vaak low budget. Eliane Beyer ziet in gedachten haar "ideale low budget-ontwerp' al voor zich: “Een droom in zwart-wit, met één steunkleur.” Voorlopig kan ze er nog hartelijk om lachen. Maar Joseph Plateau is misschien iets te goed om alleen met arme-lui's-dromen te moeten leven.