Zwemploeg verrast met zilver en brons bij EK in Athene

ATHENE, 21 AUG. Nederland heeft het tijdens de openingsdagen van de Europese zwemkampioenschappen in Athene beter gedaan dan was verwacht. Karin Brienesse plaatste zich vanmorgen als zesde voor de finale van de 200 meter vrije slag, nadat ze gisteren al een zilveren medaille had gewonnen op de 100 meter. Samen met het gelegenheidstrio Ellen Elzerman, Baukje Wiersma, Diana van der Plaats veroverde ze gisteren ook een bronzen plak op de 4x200 meter. Bij het kunstzwemmen, het hoogspringen en het waterpolo leverde de Nederlandse ploeg eveneens respectabele prestaties.

Karin Brienesse deed wat ze van tevoren had aangekondigd. Voor het eerst in haar zwemloopbaan greep ze op een persoonlijk nummer een medaille. Brienesse kan niet zonder dat tikkeltje bravour, dat door meer bedeesde ploeggenootjes wel eens wordt aangezien voor een vorm van ijdelheid.

Haar tweede plaats op de 100 meter vrije slag achter Plewinski betekende een nieuwe schakel in de historische successenreeks van Nederlandse zwemsters op dit nummer. Te beginnen bij Mary Vierdag en Willy den Ouden tot Irma Schumacher toe. Maar sinds Enith Brigitha in 1977 was niemand dichter bij het goud dan de omgecompliceerd zwemmende 22-jarige doktersassistente uit Leeuwarden: “Gewoon zo hard mogelijk weggaan en zien waar je komt.”

Na tachtig meter lag ze nog gelijk met de Franse Plewinski, maar op het laatste stuk moest ze haar naaste concurrente toch laten voorgaan. Brienesse: “Voor mij was de eindtijd van 56,44 dicht bij mijn maximum.” Naast Brienesse tikte Marieke Mastebroek als achtste aan.

Een herstelperiode van nog geen drie kwartier was voor Brienesse te kort om opnieuw voluit te gaan op de 4x200 meter. Ook als ze dat wel had gekund, zou dat toch niet verder hebben gereikt dan het zilver. Daarvoor was het gat, dat Ellen Elzerman (2.04,64), Baukje Wiersma (2.02,78) en Diana van der Plaats (2.03,44) ten opzichte van Duitsland en Denemarken hadden laten vallen, te groot. De Deense meisjes met Mette Jacobsen als slotzwemster passeerden op het laatste stuk Duitsland, ondanks de inbreng van de negenvoudige Europese en viervoudige wereldkampioene Friedrich.

De algemene malaise op de vrije slag bij de vrouwen maakte het Karin Brienesse vanmorgen makkelijker zich te plaatsen voor de finale van de 200 meter dan ze had verwacht. De zwemster uit Leeuwarden richtte zich in de tweede serie op de Russische Evgenia Jermakova, die ze voor wist te blijven. Met haar tijd van 2.03,90 eindigde ze als tweede achter de Belgische Isabelle Arnould

Kunstzwemster Marjolijn Both is in Athene weer een stapje dichter bij de top gekomen. Na het wereldkampioenschap in Perth waar zij als zevende eindigde, hoefde zij gisteren als soliste maar drie deelneemsters voor zich te dulden. Dat waren de Russische Olga Sedakova, de Griekse Christine Thalassinidou en de Franse Anne Capron.

Edwin Jongejans is gistermiddag doorgedrongen tot de halve finales van het schoonspringtoernooi op de een meter-plank. De Europese en wereldkampioen op dit nog nieuwe onderdeel moest daarvoor wel meedoen aan de kwartfinales. Hij slaagde er in de ochtenduren tijdens de kwalificatie niet in bij de beste vier te eindigen. Jongejans kwam niet verder dan de zevende plaats met een puntentotaal van 339,18. “Ik was nog niet wakker”, zei de Badhoevedorper verontschuldigend. In de kwartfinale ging het aanmerkelijk beter en was hij veruit de beste van de vier deelnemers met zijn puntentotaal van 351,24 punten.

De Nederlandse waterpolosters spelen morgen in de halve finale van het toernooi om de Europese titel tegen Italië. Oranje werd zoals verwacht eerste in de poule door naaste concurrent Frankrijk met 15-4 te verslaan. In de andere groep zegevierde Hongarije. De Nederlandse mannenploeg bij het waterpolo liet gisteravond tegen Spanje zien dat er best wel toekomst in het team zit. Alleen door gebrek aan ervaring werd de marge onnodig groot: 12-19. (ANP-RTR)