"Ze trekken aan kortste eind'

LENINGRAD, 21 AUG. - Voor het Mariinski-paleis, de zetel van de gemeenteraad van burgemeester Sobtsjak, hangen een paar honderd mensen rond. Op de trappen van het paleis staan borden met teksten als "De bloedige misdadige junta voor het gerecht', en: "Wij zullen vechten voor vrijheid en democratie, we zullen de stad van de heilige Peter verdedigen'.

Naast de borden liggen hompen brood en zakken koekjes, door de burgers van Leningrad hierheen gebracht voor de "blokkadniki', die de nacht wakend bij het paleis hebben doorgebracht. Gisteravond verscheen Anatoli Sobtsjak op de televisie met een oproep om het Mariinski-paleis te komen verdedigen. Volgens geruchten waren de tanks in aantocht, maar ze kwamen niet.

Veel mensen kwamen er trouwens ook niet opdagen, een paar duizend hooguit, volgens ooggetuigen. Dat was maandag anders. Toen sprak Sobtsjak een verzamelde menigte van 200.000 Leningraders moed in. Wat Jeltsin is voor de Russische federatie is Sobtsjak voor Leningrad: de held die de handschoen heeft opgenomen tegen de communisten.

De inwoners die nu nog voor het paleis staan, zijn hoopvol gestemd. De "putschisty', zoals het ooit achtkoppige Moskouse comité voor de uitzonderingstoestand hier smalend wordt genoemd, zullen aan het kortste eind trekken, al is het natuurlijk de vraag hoe lang hun doodsstrijd duren zal. Dat is de algemene mening.

“Leningrad is Moskou niet”, lachte de douanebeambte toen ik hem vroeg hoe de stad erbij lag. “Hier is het rustig, zelfs de barrikades zijn al opgeruimd.” Dat laatste blijkt niet waar te zijn. De inwoners van Sint Petersburg hebben de hier altijd in ruime hoeveelheden rondslingerende bouwmaterialen gebruikt om de toegangswegen naar het paleis te blokkeren.

De Leningradse communisten zitten met de situatie in hun maag, denkt Andrej, die naar de stad is gekomen om het laatste nieuws te horen. Generaal Samsonov, militair opperbevelhebber van de stad, heeft op de televisie de noodtoestand in Leningrad afgekondigd, maar er geen misverstand over laten bestaan dat hij dit alleen maar deed op bevel uit Moskou, aldus een van de omstanders.

Pag.5:

"Janajev is een een onbenul'

De Leningradse partijsecretaris Boris Gidaspov neemt een wat afwachtende houding aan. Enerzijds, zei hij op de Leningradse televisie, is het begrijpelijk dat de orde hersteld moet worden, anderzijds begreep hij niet waarom mensen als Jeltsin of Sobtsjak niet in het Noodcomité zijn opgenomen.

Op de trappen van het paleis lezen mensen de Smena, Leningrads progressiefste blad, dat ondanks de in Moskou ingestelde censuur vandaag gewoon is verschenen onder de kop: De Nobelprijs voor de vrede voor hem die Janajev arresteert.

Tanks of soldaten zijn in geen velden of wegen te bekennen. Volgens ingewijden zouden zij zich op 100 kilometer van de stad bevinden. Er is zelfs niet meer politie in de stad dan gewoonlijk.

Voor het Mariinski-paleis staat een geel politiebusje waarin vier "Omonovtsy', leden van de speciale veiligheidstroepen, zitten te dutten. “Laten ze aardappelen gaan rooien”, zegt een van hen gemelijk en knikt in de richting van het oploopje. Onder de ordebewaarders circuleert een stencil, ondertekend door A. Beljajev, de voorzitter van de Leningradse gemeenteraad, waarin de soldaten en politie worden opgeroepen zich niet te lenen voor broedermoord.

“Iedere militair, politie-agent en KGB'er zal betrokken worden bij een misdadig avontuur dat er op gericht is in onze stad de kiemen van het nieuwe vrije leven te onderdrukken, de legaal gekozen machtsorganen te ontbinden en de verworvenheden van de democratie te liquideren. De militaire misdadigers, die hun eed en de wet hebben geschonden, proberen u tot gijzelaars van en deelgenoten aan dit vuige plan te maken, dat gericht is op de vernietiging van de Sovjet-macht en de terugkeer naar stalinistische praktijken”, aldus het pamflet van de gemeenteraad.

“Nee, dit is niet het einde van de perestrojka”, zegt een jongeman. “Janajev is een grijze muis, een onbenul. Zijn dagen zijn geteld”.