Zagreb verwijt EG Kroatië in de steek te hebben gelaten

LJUBLJANA, 21 AUG. De vice-premier van Kroatië, Zdravko Tomac, heeft gisteren de Europese Gemeenschap verweten Kroatië in de steek te hebben gelaten. Hij eiste van de EG dat het wapenembargo tegen Kroatië wordt opgeheven.

“De Kroatische eenheden hebben bijna geen wapens meer, wij staan machteloos tegen de agressie van Servië en het leger”, aldus de minister. “We kunnen ons niet verdedigen met stokken en stenen. Het wordt tijd dat de wereld dat inziet.”

De EG en de Verenigde Staten zetten eind juni alle wapenleveranties aan Joegoslavië stop toen het federale leger ingreep in Slovenië, dat zich op 25 juni tegelijk met Kroatië onafhankelijk had verklaard. Ook de tweede vice-premier, Milan Ramljak, waarschuwde de EG: “Het Kroatische volk is niet langer meer bereid de vernederingen te verdragen. Wanneer de wereld dat niet begrijpt zullen wij de uitdagingen van het Servische imperialisme zelf beantwoorden.”

De aanval van het leger en Servische opstandelingen op de stad Osijek in Oost-Kroatië, waarbij gisteren zes mensen om het leven kwamen en tientallen mensen gewond raakten, heeft in Kroatië tot heftige reacties geleid. De Kroatische regering eist in een brief aan het staatspresidium dat een onderzoek wordt ingesteld naar het optreden van het leger in Osijek. In de brief wordt de aanval op de stad “een misdaad tegen de burgerbevolking” genoemd. Vannacht is Osijek opnieuw beschoten met granaten. De Kroatische televisie toonde vanmorgen beelden van zwaarbeschadigde huizen en uitgebrande auto's. De Kroatische Nationale Garde heeft gedreigd militaire objecten in Osijek te zullen aanvallen wanneer opnieuw burgerdoelen worden beschoten. De afgelopen twee maanden zijn bij gevechten in Osijek zeventig mensen om het leven gekomen.

Gisteren kwamen het staatspresidium en de presidenten van de zes republieken bijeen om de crisis in Joegoslavië en de toekomst van de federatie te bespreken. “We zijn weer op het punt beland waar we een jaar geleden waren, en de gesprekken hebben ons vandaag niet dichter bij een oplossing gebracht”, zo zei de Kroatische president Franjo Tudjman na afloop. Het belangrijkste strijdpunt tussen de Joegoslavische leiders zijn de grenzen tussen de republieken. Hierover is geen overeenstemming bereikt. De Servische president Slobodan Milosevic kondigde gisteren aan dat Servië in het federale parlement de discussie zal openen over de huidige grenzen tussen de republieken. Als de Joegoslavische federatie uiteen zou vallen maakt Servië aanspraak op gebieden in Kroatië en Bosnië waar Serviërs wonen. Tudjman heeft eerder verklaard over grenswijzigingen te willen praten wanneer de Kroatische gebiedsaanspraken in Bosnië worden gehonoreerd. De president van Bosnië en leider van de moslims, de grootste bevolkingsgroep en deze republiek, Alija Izetbegovic, is een felle tegenstander van wijziging van de interne grenzen in Joegoslavië.