OPEC kan olietekort door Sovjet-crisis opvangen

ROTTERDAM, 21 AUG. Een aantal lidstaten van de Organisatie van olie- exporterende landen (OPEC) zou binnen enkele weken samen ongeveer een miljoen vaten olie per dag extra kunnen produceren als de olie-export van de Sovjet-Unie verder terugvalt. Op wat langere termijn kan OPEC voor meer extra olie zorgen. Dit zegt een medewerker van het OPEC-secretariaat in Wenen.

Medewerking van OPEC om een eventueel olietekort op te vullen, kan een verdere prijsexplosie helpen voorkomen. De ongerustheid onder handelaren op de termijnmarkten deed de olieprijs gisteren weer stijgen. In London werd voor de Noordzee-olie Brent een slotnotering van 20,93 dollar per vat genoteerd, 40 dollarcent meer dan maandag. Ook de prijzen voor geraffineerde brandstoffen liepen sterk op.

Gisteren weigerden de werknemers in de belangrijkste olieregio van de Sovjet-Unie, het Tyumen-veld in Siberië, nog aan de stakingsoproep van de Russische president Jeltsin te voldoen. Maar mochten de stakingen tegen het nieuwe regime in Moskou zich uitbreiden tot de oliesector, dan kan in het land snel een tekort aan brandstoffen ontstaan. De Russische olie-export, die volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) momenteel 2,8 miljoen vaten per dag bedraagt, zal dan snel verminderen. In de herfst, wanneer de vraag naar olie op de wereldmarkt toeneemt, kan de olievoorziening van het Westen door de problemen in de Sovjet-Unie in gevaar komen. Extra produktiecapaciteit van OPEC zou dan, net als vorig jaar tijdens de Golfcrisis, zeer welkom zijn.

Ruim de helft van de Russische export van ruwe olie en geraffineerde brandstoffen, 1,55 miljoen vaten per dag, wordt nu met schepen op via pijpleidingen (oostelijk Duitsland) naar deOESO-landen getransporteerd. De rest gaat naar de voormalige satellietstaten in Midden- en Oost-Europa.

In het tweede kwartaal van dit jaar overtrof het aanbod van olie op de wereldmarkt de totale vraag nog met ruim een miljoen vaten: 65,9 miljoen vaten aanbod tegen een vraag van 64,8 miljoen vaten per dag. Maar in het vierde kwartaal wordt door het IEA een aanzienlijke verhoging van de vraag tot 67,1 miljoen vaten per dag geraamd. Het extra verbruik van 2,3 miljoen vaten komt voor het grootste deel: 1,5 miljoen vaten per dag, voor rekening van de OESO-landen. Omdat in de herfst nog geen grote bijdrage in de produktie wordt verwacht van Koeweit, hebben deskundigen van het IEA en van OPEC al eerder gewaarschuwd voor een krappe situatie op de oliemarkt in de komende winter. Van Irak mag voorlopig ook geen grote bijdrage worden verwacht, want dat land krijgt van de VN-veiligheidsraad dit halfjaar slechts toestemming om 500.000 vaten per dag te exporteren.

De OPEC-landen zorgen nu voor bijna 23 miljoen vaten olie per dag. Tijdens de Golfcrisis heben Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Iran, Venezuela en Nigeria een krachttoer verricht door de produktie tijdelijk op te voeren. In 1989, toen Irak en Koeweit nog volop meededen, haalde OPEC een gemiddelde produktie van 21,7 miljoen vaten per dag, maar na de invasie van Koeweit op 2 augustus vorig jaar werd dat cijfer opgevoerd tot 23,6 en begin dit jaar tijdens de Golfoorlog zelfs tot 23,8 miljoen vaten per dag.

Volgens het OPEC-secretariaat kan, als de nood aan de man komt, de huidige produktie opnieuw worden opgevoerd met ongeveer een miljoen vaten tot 24 miljoen vaten per dag door de reserve-produktiecapaciteit weer in te zetten. Maar dat zal waarschijnlijk heel geleidelijk gebeuren, want OPEC haalt nog steeds niet haar richtprijs van 21 dollar per vat voor olie uit het Midden-Oosten. Bij een krappe markt, of ongerustheid over de olievoorziening, trekt de prijs snel aan zoals de afgelopen dagen weer is gebleken. In maart verlaagde OPEC het produktieniveau nog iets om de prijs, die toen was gedaald door de enorme voorraadvorming tijdens de Golfcrisis, omhoog te krijgen.

Volgende maand komen de olieministers van OPEC weer bijeen om de marktsituatie te analiseren en een beslissing te nemen over het produktieniveau voor het vierde kwartaal. Onder de huidige omstandigheden is het niet waarschijnlijk dat ze zullen terugkeren naar de produktiequota (maximum-hoevelheden per land) van vóór de Golfcrisis. Het ziet er naar uit dat de individuele lidstaten enige ruimte zullen behouden om aan de vraag van de markt te voldoen, want de organisatie wil haar marktaandeel graag opvoeren.