"Of Oostenrijkers racistisch zijn? Zoals met Hitler en zo? Het antwoord is ja'; Wenen is zijn "buitenlanders' liever kwijt

Het Weense zestiende district, beter bekend als Ottakring, kwam onlangs in het nieuws toen autochtone bewoners zich beklaagden over "on-Oostenrijkse elementen'. Achter de façade van fraaie gevels ligt een andere wereld.

Dagelijks staat de 28-jarige Egyptische krantenventer Magdi Mustafa op de hoek van de Brunnengasse en de Thaliastrasse. Hij draagt een petje met de tekst "Good news' en is in zijn rood-gele plastic pak een levende reclamezuil voor de Kronen-Zeitung. Dit met het Duitse Bild vergelijkbare boulevardblad heeft een oplage van drie miljoen exemplaren en dat in een land met 7,5 miljoen inwoners.

Kronen-Zeitung omarmt openlijk de Freiheitliche Partei Österreichs van Jörg Haider, en kiest daarmee voor een partij die zich nadrukkelijk keert tegen "on-Oostenrijkse elementen' en die dweept met Hitlers Derde Rijk. Het massablad wordt voornamelijk aan de man gebracht door straatverkopers, allen buitenlanders. Mustafa werkt zes dagen in de week, 's ochtends van vijf tot elf en 's avonds van vijf tot tien. Daarmee verdient hij ongeveer vijftig gulden per dag. Met vier andere colporteurs bewoont hij een kamertje van 35 vierkante meter waar ze in wisseldienst slapen. Mustafa is niet verzekerd, maar hij is - dank zij Allah - nooit ziek.

Hij heeft het trouwens toch wel getroffen, vertelt hij, want in de koude winters mag hij zijn handen in de zakken steken. “De meeste chefs vinden dat niet goed; je moet de krant in je hand houden, zodat automobilisten en voetgangers de koppen goed kunnen lezen.” Ook zijn werkplek stemt tot tevredenheid. De Brunnengasse is markstraat en daarmee de levensader van het zestiende district, beter bekend als Ottakring.

Onlangs kwam deze wijk in het nieuws toen enkele Oostenrijkse kraamhouders en buurtbewoners zich in een televisieprogramma op felle wijze beklaagden over de aanwezigheid van buitenlanders in de buurt. Sindsdien zit er een slot op hun mond. “Geen commentaar”, zegt een kioskhouder op de vraag wat hij van de buitenlanders in de buurt merkt. Een oudere man in een werkplaats verstart bij het horen van het woord "buitenlander'. “Ach, we kunnen er toch niets meer aan veranderen”, laat hij zich dan ontvallen. “We hebben Hitler overleefd, dus zullen we die stroom buitenlanders ook wel kunnen doorstaan. Laten we hopen dat ze weer terug gaan naar hun land.”

Ottakring heeft 90.000 inwoners en is een oude Weense arbeidersbuurt. Een op de drie wijkbewoners is buitenlander, het hoogste percentage van alle Weense districten. Zoals in de hele stad het geval is, stemt de overgrote meerderheid van de buurt op de sociaal-democratische SPÖ. De racistische FPÖ - in Oostenrijk goed voor twintig procent van de stemmen - kreeg bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Ottakring slechts acht procent.

“Maar dat zegt op zichzelf niets”, meent Judith Hanser, een Turkije-deskundige die betrokken is bij onderwijsprojecten voor Turkse vrouwen. Regelmatig bezoekt ze SPÖ-vergaderingen in Ottakring “en daar wordt racistische taal geuit waar de honden geen brood van lusten”.

Een plan van de partijraad om net als in Nederland op plaatselijk niveau kiesrecht in te voeren voor buitenlanders leidde vorig jaar tot een halve opstand, waarbij tientallen partijleden hun partijboekjes in het openbaar verscheurden. Het voorstel is inmiddels op de lange baan geschoven.

Ogenschijnlijk wijst niets in Ottakring op getto-achtige taferelen. Alleen om een uur of zeven, als de markt sluit, waant men zich even in een andere wereld. Op de straathoeken staan groepjes Turkse mannen te praten, terwijl Joegoslavische zigeuner-vrouwen in de langs de weg opgestapelde dozen en kisten naar bruikbare vruchten en groenten zoeken die ze vervolgens in de zakken van hun wijde rokken laten verdwijnen.

De meeste gevels zijn fraai opgeschilderd en nergens zijn dichtgespijkerde ramen of vervallen panden te zien. Maar achter deze façade bevindt zich een andere wereld. Neem Brunnengasse 51. Op de benedenverdieping is het Turkse eethuis Lale gevestigd, waar twaalf Turkse mannen, allen broers, neven of ooms, gemiddelde werkweken van honderd uur maken.

De drie erboven gelegen verdiepingen herbergen elf "woningen'. In acht daarvan huizen Turkse families, 53 mensen. Zo woont plantsoenarbeider Ali Tüutnçü met zijn echtgenote en vijf kinderen al twee jaar lang in één kamer. Voor kasten is vrijwel geen ruimte. Twee kinderen slapen op een bank, de drie anderen hebben matrassen op de grond. In het halletje is een douche op poten en een keukenblokje geplaatst. De drie oudste kinderen maken 's avonds hun huiswerk op een minuscuul bijzettafeltje.

Tüutnçü koopt dagelijks de Kronen-Zeitung, op zoek naar een woning. “Maar zodra ze horen dat ik geen Oostenrijker ben gooien de meeste verhuurders onmiddellijk de hoorn op de haak”, zegt hij. Racisme is volgens hem latent aanwezig maar zelden openlijk. “Als ik met mijn kinderen in de tram stap, hoor ik ze fluisteren: dat fokt maar door. Nee, geloof me, Oostenrijkers houden meer van honden dan van Turken.”

Wenen (anderhalf miljoen inwoners) telt 220.000 geregistreerde buitenlanders, dat is twaalf procent van de bevolking. Maar inclusief illegalen - in Oostenrijk onderzeeërs genoemd - is twintig procent van de bevolking buitenlands.

De werkloosheid in Oostenrijk is met 4,6 procent van de beroepsbevolking in vergelijking met andere landen laag, al bestaat er een tendens dat steeds meer langer in Oostenrijk verblijvende Zuideuropese buitenlanders hun baan verliezen aan de nog goedkopere Poolse, Roemeense en Oostduitse migranten.

De regering stelde vorig jaar dat maximaal tien procent van de beroepsbevolking uit niet-Oostenrijkers mag bestaan. Wenen zou dit jaar bijna zevenduizend extra buitenlandse arbeidskrachten mogen aantrekken maar het stadsbestuur zegt er wel veertigduizend nodig te hebben. Het vacuüm wordt voor een deel opgevuld door illegalen.

De tweeslachtigheid van de Oostenrijkers ten aanzien van de komst van buitenlanders blijkt uit een vorig jaar door de stad Wenen verricht onderzoek. De overgrote meerderheid van de bevolking (72 procent) zegt er van overtuigd te zijn dat de komst van gastarbeiders noodzakelijk is. Tegelijkertijd zegt 69 procent zich door het grote aantal buitenlanders vaak niet meer thuis te voelen in Oostenrijk. Een nog groter aantal Weners (82 procent) is er zeker van dat “de spanningen en conflicten tussen autochtonen en migranten zullen toenemen”.

Om het wederzijdse begrip tussen Oostenrijkers en allochtonen te bevorderen, hebben 32 maatschappelijke organisaties onlangs besloten een multicultureel centrum op te richten. “Was de integratie van buitenlanders in onze samenleving maar slecht te noemen”, zegt coördinator Horst Watzl. “Dan was er tenminste nog iets. Maar het hele begrip integratie moet hier nog worden uitgevonden.”

Een Turkse gastarbeider die al tien jaar in Oostenrijk woont en goed Duits spreekt, laat weten geen enkele Oostenrijkse vriend te hebben. “Bekenden, dat wel, maar vriendschap is onmogelijk.” Of de Oostenrijkers racistisch zijn? “Racisme, wat is dat? Met Hitler en zo? Dan is het antwoord: ja”. Een van de doelstellingen van het multicultureel centrum is de buitenlanders in Wenen uit hun isolement te halen. Het gemeentebestuur van Wenen heeft inmiddels haar aanvankelijke steun voor het initiatief op een laag pitje gezet want de stad wil het "Multi-Kulti'-project nu zelf ter hand nemen.

De rechtspositie van migranten in Oostenrijk is slecht. Het is voor hen moeilijk de Oostenrijkse nationaliteit te verkrijgen. Hun vertegenwoordigers worden zelden gehoord en ze mogen niet in ondernemingsraden worden gekozen, zelfs niet als bijna alle werknemers in een bedrijf buitenlander zijn. In Wenen werkzame buitenlanders komen niet in aanmerking voor gemeentewoningen. Op de vrije huizenmarkt wordt voor huurwoningen vaak sleutelgeld gevraagd ter waarde van tien- à vijftienduizend gulden. Wie daarvoor krediet bij een bank wil opnemen krijgt nul op het rekest. Temel Karahasan, eigenaar van een Turks restaurant: “Bij de banken zijn ze totaal anti-buitenlander. Ik heb zelf dus via een Oostenrijkse tussenpersoon geld moeten lenen. Die ging gewoon naar dezelfde bank toe, nam krediet op en leende mij dat weer uit. Met een extra winstmarge van tien procent natuurlijk, zo gaat dat hier altijd”.

De rechteloosheid van buitenlanders creëert een toenemende onrust, waarop de overheid maar mondjesmaat reageert. “In 1965 haalden we de eerste gastarbeiders naar Oostenrijk en pas in 1989 viel het de minister van onderwijs op dat er buitenlandse kinderen op onze scholen zitten”, merkte de Oostenrijkse socioloog Rainer Münz onlangs sarcastisch op. Op een beperkt aantal scholen is inmiddels het "team-docentschap' ingevoerd, waarbij een extra leerkracht beschikbaar is voor de begeleiding van allochtone leerlingen. Hier en daar zijn soortgelijke initiatieven genomen maar een structureel beleid ontbreekt vooralsnog. Ook over het altijd al aanwezige maar de laatste jaren sterk toenemende racisme hulden de sociaal-democraten zich tot nu toe in stilzwijgen.

Sinds enige tijd kent Wenen het verschijnsel van bendevorming. Leden van Ein Herz für Österreich roepen op tot geweld tegen buitenlanders en groepen skinheads en oproerkraaiers trekken door de straten om buitenlanders in elkaar te slaan die zich op hun beurt op een steeds gewelddadiger wijze verweren. Red Brothers, White Lives, Türken-Maffia en Elite zijn de namen van enkele van deze jeugdbendes die veelal zowel Turkse als Joegoslavische aanhangers hebben.

“De skinheads herhalen in feite wat hun vaders in het café bespreken; de allochtone jongeren laten zich inspireren door Amerikaanse speelfilms”, stelt sociaal werkster Paola Hraska van de Vereniging Streetwork.

De 20-jarige krantenverkoper Shedid F. raakte zwaar gewond toen hij door een groep van circa vijftig “Ausländer raus” roepende relschoppers in elkaar werd getrapt. Eind april toog een groepje van zes skinheads door Wenen om iedere niet-Oostenrijker die ze te pakken kregen met honkbalknuppels en stokken tegen de grond te slaan.

Kenan Kiliç, een Koerdische bewoner van het zestiende district, meent dat er iets begint te broeien in de wijk. “Als ik met mijn zoontje naar het park ga, halen de Oostenrijke moeders hun kinderen onmiddellijk weg”, zegt hij. “Zo onstaan "witte' en "zwarte' parken.” Met het geweld valt het volgens hem vooralsnog nog wel mee, al bestormden rechts-extremisten een aantal jaren geleden het wijkgebouw van de Koerdische vereniging, waarbij enkele van zijn vrienden messteken opliepen. “Over het algemeen zijn Oostenrijkers passief van aard”, stelt Kiliç. “Ze gaan naar het koffiehuis, nuttigen hun Wiener mélange en hun taart en beklagen zich over de toevloed van buitenlanders. Daar blijft het meestal bij, maar hoe lang nog?”