In Tsjechoslowakije groeit ongenoegen over terughoudendheid van Havel

PRAAG, 21 AUG. - De Tsjechoslowaakse diplomaat kon zijn ongemak met de situatie niet geheel onderdrukken. Voor het eerst hadden gistermiddag vertegenwoordigers van de regering, onder wie onderminister Palous van buitenlandse zaken, op een persconferentie tekst en uitleg gegeven over de ingehouden, voorzichtige reactie op de val van Gorbatsjov. Na afloop keek de diplomaat schuchter om zich heen. Hij fluisterde: “Een groot land zijn we. Een grote president hebben we. Maar de man die ons vrijheid schonk, die nu is afgezet door het type kleurloze klerken dat ons jarenlang in de greep hield - naar die man steken wij geen vinger uit”. Hij inspecteerde zijn omgeving, sprak nu nog zachter. “Een gróót land zijn we.”

Van een dergelijke onthechting met de Tsjechoslowaakse onmacht van het moment was gedurende het officiële gedeelte van de middag, uit de monden van de officiële vertegenwoordigers, niets te merken geweest. Ze hadden gesproken over de veiligheid van de kleine 20.000 Tsjechoslowaken die in de Sovjet-Unie werken: geen gevaar dreigde. Ze hadden de voorraad benzine van het land nog eens tegen het licht gehouden: de rij wachtenden bij de pompen waren geheel overbodig. Zij hadden de hulp voor vluchtelingen uit de Sovjet-Unie nog eens gemeld: voor 12.000 mensen wordt plaatsgemaakt. Zij hadden zich anderszins gebogen over de binnenlandse consequenties van de coup in het Kremlin: het viel vooralsnog reuze mee.

Natuurlijk, Gorbatsjov was geheel ten onrechte van zijn troon gestoten. En uiteraard, dit mocht niet zonder consequenties blijven. Daarover had president Havel in een schriftelijke verklaring van een dag eerder duidelijkheid verschaft. Maar een harder, afwijzende Tsjechoslowaakse reactie zat er niet in. Althans, nu niet.

Naarmate de dag vorderde bleek de diplomaat niet de enige die zich enigszins geneerde voor de op zelfbehoud gerichte Tsjechoslowaakse omgang met de crisis in Moskou. Ook individuele parlementsleden lieten buitenlandse journalisten voorzichtig - want ondershands - weten dat ze zich zouden inspannen voor "meer actie' van de regering. Concrete steun aan Jeltsin bijvoorbeeld, of een boycot van de conferentie in Moskou, die volgende maand wordt gehouden en waarbij de rechten van de mens op de agenda staan.

Maar niet toevallig hielden ze een slag om de arm. Het dilemma voor de Tsjechoslowaakse politici is groot. De toch al wankele economie van het land kan zeker sinds de Golfcrisis eigenlijk geen moreel verantwoorde kritiek terzake de Sovjet-Unie verdragen, liet één van hen doorschemeren: “Dertig procent van onze export gaat nog steeds naar de Sovjet-Unie.” Dan kan een expliciete steun aan Gorbatsjov, of een even duidelijke afwijzing van de nieuwe leider in het Kremlin, schade opleveren. Zeker gezien de importen uit de Sovjet-Unie die daar tegenover staan: Tsjechoslowakije betrekt 60 procent van zijn benzine van de Unie, en bijna al zijn gas. Als de keus moet zijn: geen verwarming in Praag of Gorbatsjov terug in het Kremlin, moge dat de hersenen van de immer over morele waarden sprekende president Havel doen kraken - in de straten van Praag komt men zonder aarzelen tot een antwoord.

“Eindelijk”, zegt Wladimir Kubis (32), politie-agent, “hebben we een redelijk leven. Maar het verslechtert alweer. En moeten we dat ook nog weggeven omdat ze in Moskou nu nog niet weten dat het communisme niet werkt? Ik spreek niet over politiek, over Havel zeg ik niets. Maar Havel weet dat de Tsjechoslowaken geen problemen meer willen.” Iveta Kuban (21), studente, gezeten achter een drankje in het bierlokaal U Fleku: “De politici moeten voor ons kiezen. Dat zijn ze aan ons verplicht. We hebben ons niet van de Sovjet-Unie bevrijd om opnieuw hun gevangene te worden”.

En Drahomir Navratilova (45), kelner, 's avonds in het centrum wandelend met zijn broer: “Zonder benzine, zonder auto's is dit land niets. Dat willen we niet meer. Dan zijn we weer terug bij twee jaar geleden”.

Op diezelfde straat heerst overigens nog altijd geen grote betrokkenheid bij, laat staan angst over, de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie. Net zo min als er wordt gevreesd voor een nieuwe marxistische uitzaaiing naar Tsjechoslowakije. Weliswaar kent het land nog altijd een "aanzienlijk aantal' voorstanders van een harde communistische lijn, zoals Palous zei, “maar we vrezen hen niet”. Hij vergeleek de toestand in de Sovjet-Unie nu met die van Polen in 1980: het communisme was op, het leiderschap van het land wilde er zich niet bij neerleggen, waardoor tijdelijk opnieuw oude normen en waarden werden hersteld. “De problemen in de Sovjet-Unie zijn zo groot dat men in Moskou echt geen tijd zal hebben om zich met ons bezig te houden. En zonder de steun uit Moskou kunnen de communisten hier niets. Ik heb op dat punt geen enkele vrees.”