Het lot van een fragiele gigant

De sirene loeit, het treinverkeer wordt stilgezet en het reusachtige middendeel van de spoorbrug begint zijn statige klim naar de top.

Brugwachter Frans Faber ziet 300 ton staal langs zijn controlepost omhoog zwoegen en dertig meter boven zijn hoofd tot stilstand komen. Als zijn brug open staat, steekt zij als een industriële triomfboog boven de huidige skyline van Rotterdam uit. Toch heeft Faber, een 39-jarige Rotterdammer, vrede met de sloop van de hefbrug. “Ik had hier graag tot mijn pensioen gezeten, maar of het nou een monument is? Al die plannen om de Hef te redden zijn heel aardig, maar ik denk dat ze het ding toch gewoon weer aan mootjes hakken.”

Rotterdam staat op het punt één van zijn zeldzame vooroorlogse aandenkens af te danken. De brug over de Koningshaven uit 1927, meestal liefkozend "de Hef' genoemd, wordt in april 1994 gesloopt, samen met de spoorbrug over de Nieuwe Maas en het "luchtspoor' dat naar station Rotterdam Centraal leidt. Na de opening van de nieuwe spoortunnel onder de Nieuwe Maas in 1993 is het hele treintraject overbodig geworden.

Voor veel Rotterdammers geldt de Hef echter als een industrieel monument, waarvan de strenge functionaliteit zowel het karakter van Rotterdam als dat van haar schepper, ingenieur Joosting, weerspiegelt - een harde werker, stabiel, betrouwbaar en weinig uitbundig. Liefhebbers willen de brug behouden, mogelijk als geïsoleerd object, "een meubelstuk in de stad', maar liever als onderdeel van een grotere wandelroute over de Nieuwe Maas. Plannen voor een dergelijke wandelroute, voor het eerst geopperd door het Amerikaanse adviesbureau EDC, zijn onlangs uitgewerkt in een rapportage van de dienst stadsontwikkeling: De Hef, het luchtspoor in discussie. Momenteel wordt berekend of dit voorstel financieel haalbaar is. Zo niet, dan valt het doek voor de Hef.

Over de "Reus van Rotterdam', zoals de schrijver Cornelis Vaandragen de Hef noemde, dendert tijdens het spitsuur nu nog om de vijf minuten een trein. Het mechaniek van de Hef is zeer storingsgevoelig, vooral nu door de aanleg van de spoortunnel een van de torens licht verzakt is. Op warme dagen, wanneer het metaal uitzet, blijft het middendeel van de Hef soms halverwege steken, met desastreuze gevolgen voor de dienstregeling van de NS. De kwetsbaarheid van de Hef bleek echter het duidelijkst in 1978, toen een laadboom van het containerschip Nedlloyd Bahrein achter het opgeheven middengedeelte van de Hef bleef steken. Even dreigde de hele constructie ineen te zakken. Het spoorverkeer lag na de aanvaring twee weken stil, het scheepsverkeer vier weken.

De spoorwegen hebben na de opening van de spoortunnel geen last meer van de fragiele gigant, de havendiensten zien de Hef liefst zo snel mogelijk uit de weg geruimd. De brug zou een lastig obstakel vormen voor de scheepswerven en off-shore-bedrijven die stroomopwaarts liggen. Niet alleen de hoogte (46,46 meter), maar ook de breedte van de doorvaart (48,80 meter) vormt een bezwaar. Voor woordvoerder Rob Wilken van het Havenbedrijf ligt het allemaal heel eenvoudig. “Volgens ons is er de laatste jaren niets wezelijks veranderd. Er ligt gewoon nog steeds een sloopcontract.”

Toch is er sinds het tekenen van het sloopcontract wel degelijk iets veranderd. Het boek De Hef, biografie van een spoorbrug uit 1985, heeft ervoor gezorgd dat er een kleine cultus om de hefbrug is ontstaan, die ook binnen de gemeenteraad steeds meer aanhangers wint. Volgens de auteurs De Boode en Van Oudheusden zou de stalen kolos een belangrijke rol hebben gespeeld in het beeld en de verbeelding van Rotterdam. In 1928 stimuleerde de Hef de cineast Joris Ivens bijvoorbeeld tot het maken van "De Brug'.

Aan visionaire plannen om de Hef te redden, is na het verschijnen van het boek geen gebrek meer. Erik van Scholten, coördinator van projectgroep Kralingen, stelde in 1988 voor om de Hef naar het Oostplein te verhuizen en er een beweegbaar restaurant van te maken waar de gasten de film van Ivens kunnen bekijken. Andere suggesties uit particuliere hoek: een zeppelinvormig kantoor in de top van de Hef (architect Luc Deleu), de gehele spoorroute over de Nieuwe Maas met glas omlijsten (PvdA-raadslid Ruud van Middelkoop), de Hef vastzetten in zijn hoogste stand en daar een congrescentrum bouwen (de CDA-jongeren), een spoormonument met een antieke stoomtrein die tussen station Blaak en de Hef pendelt (kunstenaar Vincent van Woerkom). Stuk voor stuk mooie plannen, maar een projectontwikkelaar die er brood in ziet, heeft zich nog niet aangediend.

Ook bestaan er nog steeds Rotterdammers die zich afvragen of de brug al die ophef waard is. Schrijver Jules Deelder, vertolker van het Rotterdamse levensgevoel, heeft zo zijn twijfels: “Voordat Rotterdam "Sterker door Strijd' als wapenspreuk koos, had men een andere. Navigare necesse est, vivere non est necesse: het varen prevaleert onder alle omstandigheden boven het leven. De Hef is natuurlijk een welhaast onlosmakelijk deel van Rotterdams skyline en het zou jammer zijn haar op te offeren, maar als er scheepvaartbelangen mee gemoeid zijn, dan vrees ik dat de Hef moet wijken. We kunnen het ons niet permitteren om bij de andere havens achterop te raken.”

Journalist Herman Moscoviter is de belangrijkste pleitbezorger van de Hef. Hij deed vorig jaar een voorstel om het volledige spoortraject vanaf Centraal Station, inclusief de Hef, in gebruik te nemen als traject voor een sneltram. Bevriende ambtenaren rekenden Moscoviter “op de achterkant van een sigarendoosje” voor dat het plan financieel haalbaar was. Daarna werd er niets meer van vernomen. Moscoviter: “Ik heb bezwaar tegen die onbeschaamde motoriek van Rotterdam. Eerst breken ze iets af en daarna is het van: God, toch wel zonde”. Ook Kees Hage van de dienst stadsontwikkeling is somber gestemd: “Wanneer we alleen blijven praten, houdt de aannemer zich gewoon aan zijn contract en is de Hef verloren”. En dat zou in Rotterdam een variatie op een bekend thema zijn. In het begin van de jaren tachtig speelden zich felle debatten af rondom de uit 1878 stammende Willemsbrug over de Nieuwe Maas, die ook een tweede jeugd kon beleven als toeristische attractie. Terwijl de discussie zich voortsleepte, luwde de hartstocht. Nu staat alleen nog maar een deel van een pijler overeind, als grafsteen voor een verloren gegaan industrieel monument.

Foto: De met opheffing bedreigde brug over de Koningshaven, ofwel De Hef, in Rotterdam.