Handel blijft prioriteit van Rode Leger in Duitsland; "Die Russen houden zich wel rustig. Ze zullen hoogstens op elkaar inhakken, maar niet op ons'

WÜNSDORF, 21 AUG. Door de hoofdstraat van Wünsdorf rijdt een grote Russische legertruck met in de open laadbak een koelkast en een televisietoestel. Staatsgreep in de Sovjet-Unie of niet, de dagelijkse beslommeringen van de in de voormalige DDR gelegerde Sovjet-soldaten zijn ongewijzigd: hun voornaamste bezigheid is de (zwarte) handel.

In Wünsdorf, zestig kilometer ten zuiden van Berlijn, is het militair hoofdkwartier gevestigd van de 273.000 Sovjet-soldaten die zich nog in het oosten van Duitsland bevinden. Volgens de reeds geratificeerde verdragen moet het Rode Leger in 1994 de Bondsrepubliek hebben verlaten, in ruil voor een krediet van ruim veertien miljard gulden, waarvan het grootste deel is bestemd voor de bouw van woningen voor de teruggekeerde militairen. Uit alle Duitse reacties op de machtsovername tot nu toe blijkt dat de Bondsrepubliek er alles aan gelegen is om de terugtrekking van de Sovjet-troepen niet in gevaar te brengen.

Aangezien de omwenteling in Moskou volgens de Brandenburgse minister-president Stolpe “van direct belang is voor ons Brandenburgers”, nam hij direct na het bekend worden van Gorbatsjovs val contact op met het oppercommando in Wünsdorf. Stolpe zou de verzekering hebben gekregen dat er “aan de houding” van de troepen “niets zal veranderen”. Een Duitse verbindingsofficier deelde gisteren op een persconferentie zelfs mee dat de betrekkingen tussen de Bundeswehr en de Sovjet-troepen in de oostelijke deelstaten “volledig normaal” zijn. Ook de bevolking van Wünsdorf lijkt daaraan niet te twijfelen. “Die Russen houden zich wel rustig. Ze zullen hoogstens op elkaar inhakken, maar niet op ons”, meent een dorpeling.

Zeker, er zijn wel eens conflicten met de soldaten. Onlangs nog raakte de dorpsjeugd in het plaatselijke café met een aantal militairen slaags en op een van de kazernemuren staat "Russische lamstralen oprotten'. Maar voor het overige voelen de drieduizend dorpelingen zich niet bedreigd door de naar schatting twintigduizend soldaten van het Rode Leger ter plaatse.

“Wij Wünsdorfers weten niet beter”, zegt de 56-jarige Werner Volkmann. Al in de Eerste Wereldoorlog was Wünsdorf een garnizoensstad. Onder Hitler waren er opleidingscentra van de pantserbrigade en de infanterie. In 1945 vestigde het Rode Leger er zijn hoofdwartier van de "Westtroepen'. “Helaas hebben ze toen alle door Adolf gebouwde bunkers opgeblazen”, zegt Volkmann. “Jammer, want dat was echt vakwerk.”

De bezoeker van Wünsdorf waant zich in de Sovjet-Unie. Het duidelijkst komt dat tot uiting in het treinverkeer. De ene kant van het spoor is gereserveerd voor de plaatselijke boemel, aan de andere kant bevindt zich een fors stationsgebouw, eigendom van het Rode Leger en uitsluitend voorzien van Russische opschriften. Alsof er niets aan de hand is staat de expres "Wünsdorf-Moskou' gereed. Ook vanuit Moskou arriveert dagelijks een trein, die slechts bij twee Russische steden en de grensovergangen stopt, alvorens in Wünsdorf halt te houden.

Wie de Sovjet-kazernes probeert binnen te komen, wordt steevast verwezen naar de persofficier van het hoofdkwartier in Wünsdorf. Die is te bereiken via een telefoontoestel in de stationshal. “Draai voor inlichtingen het cijfer negen”, vermeldt een opschrift. De dienstdoende persofficier verstrekt desgevraagd de volgende informatie: “Ons gebied is militair terrein en niet voor buitenstaanders toegankelijk. Mijn antwoord op uw verzoek om inlichtingen omtrent de machtswisseling in de Sovjet-Unie is dat de wet ons verbiedt u daarover informatie te verstrekken”.

De dienstdoende wachtmeester bij een zij-ingang van het militaire complex is spraakzamer. “Het is niet goed zoals er met Gorbatsjov is omgesprongen”, laat hij weten. Binnenkort wordt hij teruggestuurd naar de Sovjet-Unie. Of hij dan alle bevelen zal opvolgen? “Ik dien de regering en het volk”, zegt hij. En als hij de opdracht krijg geweld te gebruiken? Hij neemt een trek van zijn sigaret en zegt dan: “Ik ben het volk, dus ik zal nooit op mijn landgenoten schieten”.

Voor het modderige terrein van het armoedige Wünsdorfer winkelcentrum - snackbar, supermarkt, videotheek - staan de legervoertuigen in de rij voor een parkeerplaats. De soldaten en in het bijzonder de officieren van het Rode Leger hebben de gewoonte met jeeps of vrachtauto's boodschappen te doen. Een officier die net de "Drei Marken Discounter' wil binnengaan, zegt een voorstander van de staatsgreep te zijn. “Er was geen orde meer in het land”, meent hij. “We zaten hier al lang op te wachten, het was onvermijdelijk dat dit zou gebeuren.” Zijn chauffeur, een roodharige soldaat met baby-face, wacht in een jeep. Hij verstart bij de vraag hoe hij over de val van Gorbatsjov denkt. “Ik heb wel een mening”, zegt hij, kijkend in de richting van de supermarkt, “maar die kan ik helaas niet geven.”

Een officier, twee flessen bier in de ene hand, een zak met broodjes in de andere, is kort van stof maar duidelijk. “Ik ben tegen deze ingreep en ik hoop dat Gorbatsjov terug komt”, zegt hij en loopt onmiddellijk door. De zoon van een officier stelt dat de meningen in de kazernes van Wünsdorf verdeeld zijn. “De helft is voor, de andere helft meent dat we weer in de greep van de dictatuur zijn geraakt.” Volgens hem hebben in de kazernes heftige discussies plaats en staan overal radio's aan.

De bevolking van Wünsdorf reageert gelaten op de gebeurtenissen. “De Koude Oorlog is definitief voorbij”, meent Wolfgang Richter. “En die Russen vetrekken echt, al was het alleen maar omdat ze in eigen land harder nodig zijn dan hier.” De gemeenteraad discussieert intussen al over een nieuwe bestemming voor het enorme militaire complex. Richter: “Er komt hier mogelijk een asielzoekerscentrum. Maar dat is het laatste wat ik wil. Dan nog liever soldaten van het Rode Leger, die zijn tenminste gedisciplineerd”.