Fiscale spaanders

In 1987 begon de belastingdienst met een geweldig omvangrijke reorganisatie die pas medio volgend jaar is voltooid. Het gaat om heel wat meer dan een verandering van briefpapier; het is een fiscale perestrojka. Dienstonderdelen die al eeuwen onbekommerd langs elkaar heen werkten, moeten plotseling nauw samenwerken. Oude organisatiestructuren zijn compleet overhoop gegooid, men zette ook het promotiesysteem overboord waarbij degene die het langst ambtenaar is automatisch als eerste voor een hogere baan in aanmerking komt. Het is een moedige poging om een frisse wind te laten waaien door een verstarde organisatie.

Bij deze hele operatie zijn miljoenen mensen betrokken. Dat zijn naast 30.000 belastingambtenaren ook de meeste belastingbetalers. Want ook aan hen gaat de herstructurering niet ongemerkt voorbij.

Wie daar over mee kan praten, is de heer K., een middenstander uit Dordrecht. Hij heeft daar twee winkels in verlichtingsartikelen. Omdat de zaken goed gingen, kocht hij in 1983 een vervallen pand, dat hij na een grondige verbouwing als winkel en woonhuis wilde gebruiken. Een gewaagd plan, waar 1,3 miljoen gulden mee was gemoeid. De bank legde daarvoor de helft van het geld op tafel in de vorm van een - duur - rekening-courantkrediet. Na de verbouwing en na afwikkeling van de nodige subsidies, kon de lampenhandelaar overstappen naar een goedkopere financiering via een hypotheek. Omdat de middenstander in de visie van het kabinet een van de mensen is die de economie uit het slop moet trekken en de werkgelegenheid moet bevorderen, kon hij in aanmerking komen voor een keur van subsidies, waaronder de WIR; een fiscaal te verrekenen investeringssubsidie die tot 1988 heeft bestaan.

In 1984 stuurde de heer K. zijn aangifte inkomstenbelasting over 1983 in. In die aangifte was de WIR-premie verwerkt. De gevraagde premie bedroeg 185.000 gulden. Dat is de premie voor nieuwbouw. De inspecteur wilde hem niet meer dan 100.000 gulden geven; de WIR-premie voor een verbouwing. Dat was een lelijke streep door de rekening van de winkelier, die de opvatting van de inspecteur aanvocht. Omdat ook nog een ander geschilpunt onopgelost bleef, lag de hele afhandeling van de fiscale zaken van de heer K. stil.

Dat betekent nog niet dat de heer K. zelf ook stil zat. Hij bleef in contact met de ambtenaar die zijn dossier behandelde. In mei 1988 werd de hele zaak voor hem financieel toch wat nijpend: omdat hij aan de top van zijn financieringsmogelijkheden zat, was een snelle oplossing van het vier jaar oude geschil geboden. De behandelend ambtenaar toonde zich begripvol. Op korte termijn zou hij opnieuw beoordelen of de heer K. wel of geen nieuwbouw had gepleegd. Hij kon de winkel trouwens vanuit het raam van zijn werkkamer zien liggen. Tot een beslissing kwam het evenwel niet, want een tweede ambtenaar nam de zaak van hem over. Voordat die de knoop kon doorhakken, bleek de zaak in handen te zijn van een derde en een vierde ambtenaar, die voor een spoedige afhandeling geen tijd hadden. Daarom werd de zaak in 1988 overgenomen door een vijfde ambtenaar. Tot overmaat van ramp bleek toen het dossier van de lampenhandel ondertussen zoek te zijn geraakt.

Het zal duidelijk zijn; op het belastingkantoor in Dordrecht was de reorganisatie in volle gang. Inmiddels was de wanhopige middenstander in financiële moeilijkheden geraakt. Hij kon zijn omzetbelasting niet meer aan de fiscus betalen, wat hem een aanvaring opleverde met een zesde ambtenaar. Die wilde wel enig uitstel van betaling geven, mits de ondernemer rente zou betalen. De heer K. vloog nu van woede door het plafond van zijn nieuwbouw. Hij zat nog op zijn WIR-uitkering te wachten; een vordering waarover de fiscus hem geen cent rente vergoedde. Daarom wilde hij zelf het een met het ander gaan verrekenen. "Uw handelwijze eigenmachtig te verrekenen is uiteraard niet toelaatbaar", aldus een corrigerende brief van het Hoofd van de inspectie (de zevende ambtenaar).

Intussen was de winkelier in Dordrecht echt aan de grond geraakt. Hij was al veel te lang op het dure rekening-courantkrediet aangewezen (de WIR-aanvraag was immers nog niet afgehandeld). Bovendien liep hij de eenmalige uitkering voor zelfstandigen mis. Daarvoor kwam hij in aanmerking als hij tenminste definitieve aanslagen kon tonen. Maar omdat het de fiscus 31 maanden kostte om die aanslag op te leggen, viste hij achter het net.

In april 1989 waren de problemen voor de winkelier zo opgelopen dat de belastingdeurwaarder (de zevende ambtenaar) beslag kwam leggen op de winkel- en kantoorinventaris. Met de deurwaarder in zijn winkel, belde de heer K. wanhopig naar de eerste ambtenaar, die voor hem een gesprek regelde met een hogere collega (de achtste ambtenaar). Die wist de zaak te sussen totdat in 1990 de vijfde ambtenaar tot de conclusie kwam dat de heer K. gelijk had met zijn stelling dat er sprake was van nieuwbouw. Hij kreeg na zes jaar eindelijk de investeringssubsidie waarop hij recht had.

Het ging evenwel andermaal fout met de bloeddruk van de middenstander toen hij in de krant las dat de minister Kok de Tweede Kamer geruststellend had meegedeeld dat de reorganisatie de schatkist geen geld zou kosten. Hij schreef nu Kok persoonlijk aan met de mededeling dat als de fiscus zijn zaken normaal had afgewikkeld, hij nu al lang en breed weer belasting zou betalen. Door al het gehannes zat hij nog diep in de schulden en betaalde dus geen cent belasting. Dat was toch ook voor de schatkist een verliespost.

Een hoge belastingambtenaar beantwoorde die brief aan Kok geparafraseerd als volgt: "Waar gehakt wordt vallen spaanders; we doen ons best maar er gaat toch wel eens wat mis', om letterlijk te vervolgen: "Dat alles is onderkend en aanvaard door de dienstleiding, aangezien we ervan overtuigd zijn dat de reorganisatie uiteindelijk mede de belastingplichtigen - en dus ook u - ten goede komt.'

Dat is mooi gezegd: "U lijdt opdat wij er allemaal beter van kunnen worden'. Op zichzelf valt er voor dat standpunt veel te zeggen. Monster-reorganisaties verlopen nergens vlekkeloos en deze operatie is inderdaad in het algemeen belang. Maar degene die terwille van dat algemeen belang schade ondervindt, behoort een schadevergoeding uit de algemene middelen te krijgen. Op dat punt geeft de belastingdienst evenwel niet thuis. Pas dank zij interventie van de Nationale ombudsman, mr.drs. M. Oosting, kreeg de middenstander een vergoeding van zijn renteverlies. De ombudsman constateert terecht dat de overheid tegenover de heer K. ernstig tekort is geschoten. Het zou minister Kok sieren als hij een beleid voert waarbij in dit soort gevallen de gedupeerden ook zonder hulp van de ombudsman een schadevergoeding kunnen krijgen.