Bengaalse democraten voelen zich sterk

NEW DELHI, 21 AUG. Raushan Ershad, de echtgenote van de vorig jaar december afgezette president Ershad van Bangladesh, zal volgende maand deelnemen aan de tussentijdse verkiezing voor een parlementszetel, zo heeft een woordvoerder van Ershads Jatiya-partij gisteren gezegd.

Beide Ershads staan nog steeds onder huisarrest. Deelname van mevrouw Ershad is een bewijs dat de Bengaalse democratische politici zeker van hun zaak zijn. Negen maanden na de val van het militaire bewind en een half jaar na de vrije verkiezingen beëindigde het Bengaalse parlement vorige week zijn eerste zitting in opperbeste stemming nadat het een grotere invloed voor zichzelf op het landsbestuur had vastgelegd door het presidentiële systeem te vervangen door een Westminster-model.

Na de terugkeer naar de democratie bleef Bangladesh met een machtsvacuüm zitten. Bestuurde de president het land of de premier? Dit kwam het meest schrijnend aan het licht toen Bangladesh in april werd getroffen door een alles verwoestende cycloon die aan meer dan 130.000 mensen het leven kostte. Terwijl de wettelijke macht in handen was van de waarnemende president Shahabuddin Ahmed, lag de politieke macht bij premier Begum Zia Khaleda, die in februari de verkiezingen had gewonnen. Het gebrek aan autoriteit leidde tot een verwarrende situatie en tot chaotische toestanden bij de hulpverlening.

Mede door de ongezouten kritiek uit het buitenland op deze gang van zaken, besloot het parlement tot een wetswijziging, die vorige week unaniem werd aangenomen. De regering regeert weer, het parlement heeft zijn controlerende taak terug en de president staat boven de partijen.

De twee belangrijkste politici, premier Begum Khaleda Zia van de Bengaalse Nationalistische Partij (BNP) en de leider van de oppositionele Awami Liga, Sheikh Hasina, omhelsden elkaar na de stemming. De twee vrouwen stonden bekend als bittere politieke rivalen.

Binnen een maand zal de bevolking overeenkomstig de grondwet in een referendum haar mening kunnen geven over het parlementsbesluit. De stemming zal de waarnemend president Shahabuddin Ahmed tevens de mogelijkheid geven terug te keren naar zijn post van opperrechter. Ahmed had de partijen onder druk gezet het onderling eens te worden over een oplossing voor de constitutionele impasse en hij dreigde zelfs met aftreden, waardoor het invloedrijke leger zich mogelijk opnieuw met de politiek zou bemoeien.

Premier Begum Zia had de steun van de Awami Liga nodig om een tweederde meerderheid te krijgen die was vereist om de overgang van het presidentiële naar het parlementaire systeem erdoor te krijgen. De Awami Liga was weliswaar gebrand op de verandering, maar wilde tegelijkertijd een te grote invloed van de BNP voorkomen. Het was ten slotte het ultimatum van de president dat de partijen tot rede en overeenstemming bracht. De BNP heeft hiervoor de Awami Liga wel op een aantal punten tegemoet moeten komen.

De belangrijkste concessie betreft het herroepen van de amnestie voor de moordenaars van de eerste president van Bangladesh, Sheikh Mujibur Rachman, de vader van Sheikh Hasina. Mujibur Rachman werd op 15 augustus 1975 met vrijwel zijn gehele familie, behalve Hasina die op dat moment in het buitenland verbleef, vermoord door een groep jonge legerofficieren.

Het daaropvolgende militaire bewind liet de daders vrijuit gaan. Twee van hen vluchtten naar het buitenland, maar generaal Ershad stond hen later toe terug te keren. Ook een andere eis van de Awami Liga is ingewilligd: in de grondwet zal een bepaling worden opgenomen die een militaire staatsgreep buiten de wet plaatst.

Dit laatste lijkt naïef, een staatsgreep is per definitie ongrondwettelijk, maar in Bangladesh is het wel degelijk van belang. Generaal Ershad gebruikte sinds hij in 1982 aan de macht kwam steeds de grondwet als excuus voor zijn bewind. Bangladesh had een constitutionele dictatuur en dat is na de wetswijzing niet meer mogelijk.