Augustus 1968 - Augustus 1991; Om de kracht van het volk

In 1987 bracht Michail Gorbatsjov een officieel bezoek aan Tsjechoslowakije, waar de oude Brezjneviaanse partijleiding van Gustav Husák nog vast in het zadel zat, de samenleving onder de duim hield en alle pogingen tot hervormingen met succes trotseerde. De Sovjet-protagonist van glasnost en perestrojka werd door de onderdrukte Tsjechoslowaakse bevolking enthousiast, bijna als een bevrijder, toegejuicht. Zij zag in hem de Russische versie van Alexander Dubcek, de populaire communistische leider van de Praagse Lente, het korstondige democratiseringsproces in Tsjechoslowakije in 1968.

Een politieke anekdote die destijds in Praag de ronde deed, dringt zich deze dagen in alle ernst op. “Wat is het verschil tussen Michail Gorbatsjov en Alexander Dubcek?” luidde de vraag. “Er is geen verschil, alleen Gorbatsjov weet het nog niet!” De sceptische constatering "Gorbatsjov weet het nog niet' sloeg op de wijze waarop het is afgelopen met Dubceks hervormingsstreven en met zijn bestaan als gevierd politicus.

Op 21 augustus 1968 maakte een militaire interventie van de Sovjet-Unie en vier van haar bondgenoten, een einde aan het "socialisme met menselijk gezicht' van Alexander Dubcek. Hij en andere legale vertegenwoordigers van het land werden als misdadigers met het geweer in de rug door de Sovjet-veiligheidstroepen gearresteerd en waren onvindbaar, totdat bleek dat zij naar de Sovjet-Unie waren gebracht. Op twee dagen na drieëntwintig jaar later werd Michail Gorbatsjov door een staatsgreep ten val gebracht en onder arrest geplaatst.

Beide dramatische gebeurtenissen hebben met elkaar nog meer gemeen dan het feit dat zij in dezelfde maand plaatsgevonden, dat de wereld aanvankelijk in onzekerheid verkeerde over het lot van de leiders en dat zowel het Westen als het thuisfront volkomen werden verrast. De aanvallen op de hervormers Dubcek en de hervormer Gorbatsjov kwamen uit dezelfde hoek. De tegenstanders waren de conservatieve krachten binnen de Communistische Partij. Alleen in het Tsjechoslowaakse geval betrof het een ingrijpen van buitenaf, aangezien de communistische dogmatici thuis te zwak bleken te zijn om het tij - een contrarevolutie noemden zij het - nog te keren. De conservatieve leiders en hun aanhangers voelden zich door de koers van Dubcek en Gorbatsjov in het nauw gedreven. Wanneer de politieke, economische en andere hervormingen in de samenleving zouden worden voortgezet dreigden zij hun macht te verliezen.

Conform een oude maoïstische wijsheid dat de macht uit de loop van een geweer komt, besloten Breznjev en de zijnen in 1968 en de samenzweerders van het Comité voor de Noodtoestand in 1991 tanks en troepen in te zetten om een "burgeroorlog' te voorkomen en het land uit de "acute crisis' te bevrijden. In augustus 1968 vond de overval plaats onder de leuze "om de eenheid van de socialistische broederlanden te redden'. In augustus 1991 met de bedoeling "om de eenheid van de familie der Sovjetvolkeren te bewaren'. In beide gevallen beweerden de "redders' ter rechtvaardiging van hun ingrijpen, dat de overweldigende meerderheid van de bevolking begrip voor de situatie toonde en met de uitzonderlijke maatregelen instemde.

Wat Janajev en de zijnen met Gorbatsjov van plan zijn is ongewis. Wel is bekend wat Dubcek in het oorspronkelijke scenario van Brezjnev te wachten stond. De Tsjechoslowaakse partijleider zou als "hoofd van een contrarevolutionair centrum voor een revolutionair tribunaal hebben moeten verschijnen. Dat het zo ver niet is gekomen was te danken aan een onverwachte en voor Dubcek gunstige wending van de situatie. De verwikkelingen in de eerste vier dagen van het militaire ingrijpen bepaalden in hoge mate zijn verdere lot. De troepen stootten in Tsjechoslowakije op massaal geweldloos verzet van de bevolking, waarmee de Kremlinleiders zich geen raad wisten. En de massale protesten hielden aan. De derde dag na de militaire inval vond in het gehele land een algemene staking plaats. Een uur lang werd overal het werk neergelegd, de gehele bevolking stroomde de straat op en protesteerde tegen de bezetting en tegen de gevangenneming van Dubcek en andere hervormingsgezinde leiders. Deze tactiek die uit nood was geboren heeft haar uitwerking niet gemist. De opzet van het Kremlin om in Praag een "Revolutionaire regering van arbeiders en boeren' te installeren liep spaak. Vele conservatieve tegenstanders van Dubcek raakten zo onder de indruk van de massaliteit van de acties dat zij zich op dat moment niet voor de Kremlinpolitiek durfden te engageren. Brezjnev werd genoodzaakt Dubçek naar Moskou over te brengen en met hem te onderhandelen.

In dit licht bezien is de toestand waarin Gorbatsjov thans verkeert wellicht minder hopeloos dan het in de eerste uren van de staatsgreep leek. Indien men de Praagse Lente als voorbeeld neemt, hangt er nu veel van af of de Russische president Boris Jeltsin erin zal slagen de bevolking van de grootste republiek van de Sovjet-Unie snel te mobiliseren ter verdediging van de hervormingen en van de democratische waarden in het bijzonder. Anders gesteld: hoe vastberaden en politiek bewust zullen miljoenen gewone Russen, Oekraïners, Wit-Russen en andere volkeren zich in deze dagen tonen? Zijn zes jaren van perestrojka en glasnost voldoende om hen, nu de crisissituatie een hoogtepunt bereikt, uit hun apathie wakker te schudden?

Vergeleken met Gorbatsjov genoot Dubcek een voordeel. Hij werd in eigen land door de bevolking op handen gedragen. Negen maanden hervorming hadden in het leven van de gemiddelde Tsjechoslowaak duidelijk verbetering gebracht, zowel in materieel alsook in geestelijk opzicht. En het ging steeds beter. De conservatieve communisten hadden daarom geen voet om op te staan. Dit is in de Sovjet-Unie anders. De progressieve krachten moeten het van de populariteit en het gezag van oppositieleider Jeltsin hebben. De communist Gorbatsjov heeft het bij de gewone burger verbruid, hoe verdienstelijk hij zich ook heeft gemaakt als president van de Sovjet-Unie op het terrein van de buitenlandse politiek.

Zoals bekend keerde Alexander Dubcek in 1968 in zijn functie terug. Maar niet voor lang. De leiding van Brezjnev was vastberaden de hervormers met wortel en al uit te roeien, stationeerde de Sovjet-troepen blijvend op Tsjechoslowaaks grondgebied en zette de partijleider onder druk. Dubcek, in de hoop nog iets van de hervormingen te redden, sloot het ene compromis na het andere. Hij vervreemdde van zijn eigen omgeving, stelde degenen die hem vertrouwden teleur, offerde zijn politieke vrienden alsof het figuren op een schaakbord waren, en werd ten slotte door dogmatici ten val gebracht. Tijdens het zogenaamde normalisatieproces, dat ongeveer twee jaar duurde, werden alle hervormingen teruggeschroefd en hun verdedigers hard aangepakt. Het conservatieve regime van Husak draaide de klok terug tot in de jaren vijftig. Vergeleken met sommige van zijn medestanders heeft Dubcek het niet eens zo slecht getroffen. Eerst diende hij als ambassadeur in Turkije, daarna als boswachter in de buurt van Bratislava om vervolgens in de vergetelheid te geraken. Pas de fluwelen revolutie van november 1989 bracht het oude symbool van vrijheid in het politieke leven terug. Het is slechts te hopen dat de democraten in de Sovjet-Unie niet twee decennia lang op een nieuwe kans zullen moeten wachten.

De eerder aangehaalde Praagse witz behoeft na de gebeurtenissen van 19 augustus jl. een bijstelling: "Wat is het verschil tussen Gorbatsjov en Dubcek?' Gorbatsjov weet hoe het met Dubcek is afgelopen, alleen Dubcek weet het van Gorbatsjov nog niet.