Wie put-opties zaaide, kan bijna oogsten

In het artikel Een optie-portefeuille Leedvermaak van veertien dagen geleden stonden twee voorbeelden van meerjarige putoptieposities die meer waard kunnen worden als de koersen van de onderliggende aandelen dalen. Blij zijn (om je opties) als de wereld in rep en roer is. Een wrange tegenstrijdigheid.

In de goedkope versie van die portefeuille zaten de ABN-Amro januari 1993 met uitoefenprijs 40 gulden op een koers van 280 gulden per optiecontract (koers aandeel op maandag 5 augustus: 40,10), de ING januari 1994 47,80 voor 300 gulden (aandeel 51,10) en als derde de Philips oktober 1994 45 voor 1160 gulden (33,60). Aankoopprijs (zonder kosten) voor 1 contract van ieder: totaal 1720 gulden.

Uitgangspunt bij de samenstelling was de verwachting dat de beurs om de een of andere reden tenminste eens in de twaalf maanden flink daalt. Maandag leek zo'n correctie al in te zetten. Hoe reageerden de puts? De aandelen deden gisteren in de loop van de dag: ABN-Amro 39,90, ING 46,50 en Philips 32,70. De put-opties deden respectievelijk: 370, 450 en 1180 gulden. Samen precies 2000 gulden, een winst van 280 gulden of 16 procent. Met de provisiekosten er af, blijft er geen winst over als je nu verkoopt.

De dure versie van de Leedvermaak-portefeuille bestaat uit de put-opties Akzo oktober 1993 uitoefenprijs 150 gulden voor 3300 gulden, de DSM januari 1993 115 voor 1280 gulden, de KLM oktober 1993 35 voor 690 gulden en de eerder vermelde Philips. Samen 6430 gulden. Maandag waren die opties opgelopen naar achtereenvolgens: 3500, 1550, 725 en 1180 gulden. In totaal 6955 gulden, een winst van ruim 500 gulden of 8 procent. Winstnemen levert een kleine winst op, na aftrek van kosten.

De portefeuilles met langlopende put-opties hebben duidelijk meer koersdruk nodig om op korte termijn winst op te leveren. Bovendien zijn ze moeilijker te verkopen, dan kortlopende opties. Maar een snelle winst was ook niet de hoogste prioriteit. Wel is de tijd bijna rijp om kortlopende putopties te schrijven met de lange als dekking. Dat levert een belastingvrij rendement op de investering op.

Hoe verliep het gistermiddag met de put-opties die in oktober aflopen en in het artikel Voer voor optiespeculanten van 30 juli deel uitmaakten van een neerwaarts scenario?

Ontwikkeling oktober puts

opties koers30 juli19 aug Akzo 115 3,203,00 DSM 110 3,508,50 Hoogov. 60 2,005,80 ING 47,80 0,903,00 KLM 27,50 0,900,90 Philips 32,50 1,101,20 K. Olie 160 4,7010,50 Unil.160 2,608,50 Voor de houders van de meeste van die opties was maandag het motto: niet twijfelen, maar winstnemen. De DSM, Koninklijke Olie en Unilever put-opties leverden de meeste winst op: 5,00, 5,80 en 5,90. Azko, KLM en Philips veranderden nauwelijks.

Hoe gaat het nu verder op de beurs? De Duitse beurzen leden het meest onder de gevolgen van Red Monday, zoals de handel in Londen deze maandag doopte. Wall Street sloot wel lager, maar het was geen dramatische koersval. Dat is niet zo vreemd, want als er geen nieuws is hoef je ook niet te reageren. Slagen de nieuwe machthebbers er in om alles onder controle te houden zonder bloedvergieten, een soort stille revolutie, dan schieten de koersen op de beurs weer omhoog. Niet omdat iedereen plotseling zo kooplustig is, maar omdat op dagen als deze veel handelaren vast aandelen verkopen die ze nog moeten kopen op nog lagere (hopen zij) koersen. Dat short gaan pakt verkeerd uit als de beurs niet verder daalt. Iedereen die short zit moet dan snel kopen om erger te voorkomen. Een kort herstel van technische aard (om posities in te dekken) is dan het gevolg.

Wanneer je wel moet kopen, aandelen of call-opties, is moeilijk te bepalen. Voor de echte koopjes lijkt het nog veel te vroeg. Deze koersval is ook moeilijk te vergelijken met de forse correcties in 1987, 1989 en 1990. De gebeurtenissen in de Sovjet Unie kunnen de ontwikkeling van het Europa voor alle landen jarenlang stagneren. Dan duurt het even voordat men een nieuwe visie en een aangepaste positie heeft. Tot zo lang blijft het uiterst onzeker op de beurs.