When She Danced en The Coup nieuwe voorstellingen; Londens toneel: veel reprises

LONDEN, 20 AUG. In oktober gaat in Londen in het Almeida Theatre een nieuw stuk van Harold Pinter in première, Party Time. Zijn vorige avondvullende werk was Betrayal dertien jaar geleden, dus dit wordt zo'n evenement dat meteen de vrees oproept dat het tegen zal vallen. Dan zal het goedgemaakt kunnen worden door het nieuwe stuk van David Hare, Murmuring Judges, in de Olivier-zaal van het National Theatre; bij hem is de spanning niet zo hoog opgevoerd, want zijn vorige stuk is pas van twee jaar geleden.

In ieder geval zal deze herfst de voornaamste aandacht besteed worden aan nieuw werk, nadat het er in de eerste helft van het jaar op begon te lijken of een tijdvak van reprises was aangebroken. Het is inconsequent om daarover te mopperen, na eerst jarenlang geklaagd te hebben over te weinig kansen om de stukken van het recente verleden nog eens terug te zien; maar nu werkte het toch verontrustend, alsof het Londense toneel van zijn pensioen ging leven. Tennessee Williams' The Rose Tattoo is veertig jaar oud, Pinters The Caretaker dertig, The Philanthropist van Christoper Hampton twintig; niet oud genoeg om klassiek genoemd te worden, en wie ze vroeger gezien heeft is geneigd te denken dat iedereen ze allang kent.

Dat laatste is waarschijnlijk verkeerd gedacht, en de reprises ondervinden veel belangstelling. The Rose Tattoo, door Peter Hall geregisseerd in het Playhouse Theatre dat tegenwoordig onder zijn leiding werkt, en The Caretaker (Comedy Theatre) in Pinters eigen regie met Donald Pleasence als de zwerver Davies net als in 1960, zijn dan ook mooie voorstellingen waarin alles zijn eigen geluid en eigen betekenis heeft. The Philanthropist in Wyndham's Theatre, met Edward Fox in de titelrol, is minder bevredigend uitgevallen, maar de filantroop zelf, zo genoemd omdat hij het altijd met iedereens eens wil zijn, lijkt nog steeds een onsterfelijke toneelfiguur.

Ook bij de musicals is de laatste aanwinst van de zomer een reprise, hoewel niet in strikte zin een Londense want hij is in Engeland niet eerder op het toneel vertoond: Carmen Jones van 1943, door Oscar Hammerstein II herschreven op de muziek van Bizet, en bekend als film. In de regie van Simon Callow voor de Old Vic heeft het stuk meer model dan de meeste opvoeringen van Carmen zelf. Het is persoonlijker, vlugger en grappiger. Haast niemand zal er zich bij vervelen, maar de fusie van Opéra Comique en Broadway is niet meer dan grappig voor een keer.

Intussen zijn er de laatste tijd toch ook nieuwe stukken aangeboden in Londen. When She Danced door Martin Sherman in het Globe Theatre heeft Vanessa Redgrave in de hoofdrol als Isadora Duncan, en is daarmee verzekerd van volle zalen. Sherman is vooral bekend van Bent, over twee homoseksuelen die stenen vervoeren in een Duits concentratiekamp en ongemerkt hun gevoel voor elkaar moeten uitdrukken. Deze keer heeft hij het in plaats van over het onuitgesprokene over het onuitsprekelijke, de aard van Isadora Duncans genie. In de loop van de tekst horen wij verscheidene malen dat het van goddelijke orde is en niet onder woorden te brengen. Nog op een andere manier schieten woorden tekort: in de liefde van Isadora en een Russische dichter die geen Engels kent zodat zij voor communicatie buiten het bed aangewezen zijn op een tolk. Het is een grappige en af en toe navolgenswaardige omgangsvorm, maar de relatie met de zaal verslapt bij stukjes dialoog die alleen voor slavisten begrijpelijk zijn tot de tolk in actie komt; en Sherman vond de formule zelf zo geslaagd dat hij ook nog een Italiaan en een Zweedse die geen Engels kennen in zijn verhaal heeft opgenomen.

Wie geen plezier heeft in onzegbaarheid aangevuld met onverstaanbaarheid kan de voorstelling beter overslaan, met Vanessa Redgrave en al.

Het voornaamste andere nieuwe stuk van de zomer is The Coup door de Westindiër Mustapha Matura, in het National Theatre. Deze auteur schrijft al twintig jaar toneel maar heeft nooit zoveel aandacht getrokken als nu met zijn satirische en gewelddadige uitbeelding van een rebellie in Trinidad in 1970 en in 1990 - beide historische gebeurtenissen hebben hem ideeën geleverd. De president die in de gevangenis zijn bewaker ompraat, de twee militaire leiders van de opstand die alleen hun machtsbehoefte gemeen hebben en de ter dood veroordeelde die de commandant van het executiepeloton onderhoudt over zijn filosofie zijn hoofdfiguren in het beeld van een samenleving waar de politieke theorie en de praktijk niet op elkaar aansluiten. Er wordt veel gelachen in de zaal, soms ten onrechte op een toon alsof alleen het verwarde volk van Trinidad dat probleem kent. Matura's begrip voor macht en onmacht is algemeen geldig, al nemen rebellieën niet overal dezelfde vormen aan.

Naast deze twee stukken loopt ook nog steeds, in het Phoenix Theatre, Dancing at Lughnasa van Brian Friel, de scènes van het Ierse landleven die al vaak geprezen zijn.